DEN HAAG, 12 augustus 2026 – De Raad van State heeft in hoger beroep uitspraak gedaan over een boete die de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) had opgelegd aan een touringcarbedrijf, volgend op een fataal bedrijfsongeval. De hoogste bestuursrechter heeft de beslissing van de rechtbank bekrachtigd, waardoor de boete definitief vervalt. De zaak draaide om de complexe juridische definitie van het voertuig: is een touringcar een “arbeidsplaats” of een “arbeidsmiddel”?
Dodelijk ongeval tijdens noodreparatie
Het tragische incident vond plaats op 8 maart 2022. Een chauffeur van het betreffende bedrijf merkte tijdens het wachten op een groep schoolkinderen dat er een probleem was met een stabilisatorstang van de touringcar. Via appberichten, foto’s en telefonisch overleg zocht hij contact met de werkplaats. Na een mislukte poging om met de defecte bus te rijden – waarbij de begeleiders van de kinderen al snel besloten om zelf vervangend vervoer te regelen – stapte de chauffeur uit.
Hij stak zijn hoofd en bovenlichaam in de wielkast van de touringcar om het defect te inspecteren of verhelpen. Omdat de motor van de bus echter niet was uitgeschakeld, begon de luchtvering te zakken. De werknemer raakte bekneld en overleed als gevolg van zijn verwondingen.
Na onderzoek door de Nederlandse Arbeidsinspectie legde de minister van SZW een bestuurlijke boete van 13.500 euro op aan het touringcarbedrijf. De reden: de chauffeur verrichtte onderhouds-, reparatie- en reinigingswerkzaamheden aan een “arbeidsmiddel” (de bus) dat niet was uitgeschakeld en spanningsloos was gemaakt, wat in strijd is met artikel 7.5, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit).
Is een touringcar een arbeidsplaats of arbeidsmiddel?
Het touringcarbedrijf ging succesvol in beroep tegen de boete. De rechtbank Gelderland vernietigde het besluit op basis van de wetshistorie van het Arbobesluit. In 1998 had de wetgever namelijk expliciet bepaald dat voertuigen op de openbare weg primair als “arbeidsplaatsen” moeten worden beschouwd. Pas als een voertuig uitsluitend op een bedrijfsterrein wordt gebruikt, wordt het gezien als een (mobiel) “arbeidsmiddel”. Omdat de touringcar op de openbare weg werd gebruikt, betrof het een arbeidsplaats. Daardoor zijn de regels uit hoofdstuk 7 van het Arbobesluit, waar de boete op was gebaseerd, niet van toepassing.
Raad van State bevestigt uitspraak
De minister ging in hoger beroep en beargumenteerde dat latere wetswijzigingen in 2006 (waarbij het woord “transportmiddel” verdween uit de definitie van arbeidsmiddelen) aantoonden dat deze oude opvatting niet meer gold. De Raad van State heeft deze argumentatie echter verworpen. Volgens de hoogste rechter is uit de wetsgeschiedenis niet gebleken dat de wetgever het zogeheten “gebruikscriterium” heeft verlaten. Het gebruikscriterium blijft bepalend: omdat de touringcar bestemd was voor personenvervoer op de openbare weg, is en blijft het juridisch gezien een arbeidsplaats.
Ontdek meer van
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



