Er zijn landen waar racisme altijd zichtbaar was, en landen waar het vooral onder het oppervlak werkte: in beleid, in instituties, in “toeval”. De Verenigde Staten hebben beide gezichten tegelijk. Dat maakt de ontwikkeling onder het tweede presidentschap van Donald Trump zo ontwrichtend: niet omdat racisme nieuw is, maar omdat het steeds vaker wordt verpakt als bestuursstijl. Als “normalisering”. Als ordelijkheid. Als “terug naar de basis”.
Wie dit wegzet als retoriek, mist het punt. Woorden zijn in de politiek geen rook; ze zijn vaak de vooraankondiging van vuur. In de eerste maanden van een nieuw presidentschap kan één ding snel kantelen: het kader waarbinnen ambtenaren, scholen, werkgevers en rechters denken dat zij mogen handelen. En zodra dat kader verschuift, veranderen keuzes op straat en in loketten. Niet altijd met een wetswijziging, soms met een knikje. De toon zet de norm.
De tweede termijn als versneller
Mensenrechtenorganisaties waarschuwen dat een tweede Trump-termijn niet alleen een herhaling is, maar een versnelling: meer centralisering van macht, meer druk op toezichthouders, meer ruimte voor beleid dat groepen tegen elkaar uitspeelt. Human Rights Watch beschrijft in recente analyses hoe vroege maatregelen en signalen de bescherming tegen discriminatie kunnen afkalven, juist omdat het bestuursapparaat de opdracht krijgt anders te kijken naar gelijkheid, diversiteit en rechtsbescherming.
Dat vertaalt zich niet alleen naar discussies in Washington, D.C., maar vooral naar de dagelijkse realiteit in staten waar politieke meerderheden al langer inzetten op het terugdraaien van diversiteitsbeleid. Daar is de tweede termijn eerder een wind in de rug dan een nieuwe start. De federale boodschap wordt in de staten gelezen als permissie: ga verder, ga harder.
Het Zuiden als proeftuin voor uitsluiting
Als er één regio is waar deze ontwikkeling zichtbaar wordt, dan is het Amerikaanse Zuiden. Niet omdat racisme daar “meer bestaat” dan elders, maar omdat de politieke infrastructuur er rijp voor is: een langdurige strijd over onderwijs, stemrecht, identiteitspolitiek en de interpretatie van burgerrechten.
Kijk naar de golf aan wetten en beleidsmaatregelen die zich richten tegen DEI-programma’s (diversity, equity & inclusion). In meerdere staten zijn DEI-kantoren bij publieke onderwijsinstellingen ingeperkt of verboden, met directe gevolgen voor begeleiding, werving, klachtenroutes en campusveiligheid voor minderheidsgroepen. Overzichten van die wetgeving laten zien hoe breed deze beweging is en hoe snel die is gegroeid, met duidelijke zwaartepunten in conservatief bestuurde staten.
Een concreet voorbeeld komt uit Mississippi, waar een anti-DEI-wet (House Bill 1193) leidde tot zorgen over een “chilling effect”: instellingen die programma’s stopzetten uit angst voor sancties, nog voordat duidelijk is waar de grenzen liggen. Een federale rechter zette de handhaving tijdelijk stil, juist vanwege vaagheid en het risico op willekeur. Dat patroon is herkenbaar: niet alleen wat er verboden wordt, maar ook wat men uit voorzorg niet meer durft.
Het gevolg is niet abstract. Het is meetbaar in minder ondersteuning, minder zichtbaarheid, minder vertrouwen. En in meer ruimte voor uitsluiting die zich “neutraal” noemt.
Als beleid zich vermomt als neutraliteit
De meest effectieve discriminatie is zelden de meest openlijke. Ze komt in formulieren, criteria, taalgebruik. In “efficiëntie”. In “merit”. In “geen uitzonderingen”. Als de overheid of een universiteit zegt dat ze “geen identiteitspolitiek” meer wil, klinkt dat voor sommigen als rust. Voor anderen betekent het: jouw ervaring en achterstand tellen niet mee, jouw bescherming wordt een bijzaak.
De American Civil Liberties Union heeft herhaaldelijk gewaarschuwd dat aanvallen op anti-discriminatiebeleid en DEI niet los staan van een breder project om de klok terug te zetten op raciale rechtvaardigheid. De kern daarvan is niet “het debat”, maar de consequentie: wanneer instituties stoppen met expliciet corrigeren voor ongelijkheid, wint de bestaande ongelijkheid automatisch.
Die logica is hard, maar simpel: als de startlijn niet gelijk is, is “gelijke behandeling” soms een dekmantel voor ongelijke uitkomst.
Haatmisdrijven als barometer, met kanttekeningen
Wie racisme wil wegzetten als “gevoel” of “overdrijving”, kan naar cijfers kijken. De U.S. Department of Justice verwijst naar de meest recente landelijke cijfers over hate crimes: de Federal Bureau of Investigation registreerde voor 2024 in totaal 11.679 hate crime-incidenten, met 14.243 slachtoffers. Dat is, hoe je het ook wendt of keert, een extreem hoog niveau in historisch perspectief.
Tegelijk zijn deze data berucht om onderrapportage. Het Congressional Research Service wijst erop dat het om vrijwillige rapportage door politiediensten gaat en dat lacunes structureel zijn. En maatschappelijke organisaties benadrukken eveneens dat de cijfers een “snapshot” zijn van wat wél gemeld en geregistreerd wordt, niet van alles wat gebeurt.
Maar precies daarom zijn trends in toon en beleid zo relevant. Als meldingsbereidheid, politiecapaciteit of definities verschuiven, wordt de waarheid niet rustiger—ze wordt alleen minder zichtbaar.
De dagelijkse optelsom: onderwijs, werk, loket, straat
Discriminatie werkt zelden via één grote maatregel. Het werkt via honderden kleine duwtjes. Een docent die bepaalde literatuur niet meer durft te behandelen. Een student die geen vertrouwenspersoon meer vindt. Een werknemer die minder bescherming ervaart bij klachten. Een migrant die een strenger loket ontmoet. Een bestuurder die “geen uitzonderingen” verkoopt als rechtvaardigheid.
In een klimaat waarin de overheid “diversiteit” neerzet als verdacht of als ideologische besmetting, wordt de sociale ruimte voor minderheden smaller. De deur hoeft niet dicht te slaan; het volstaat dat hij op een kier gaat. Iedereen voelt dat.
En dan is er nog de meest directe laag: veiligheid. Haatmisdrijven zijn geen abstracte statistiek. Het zijn bedreigingen, intimidatie, vandalisme, mishandeling. Ze vertellen iets over wie zich gemachtigd voelt om te handelen. Als de boodschap van boven is dat sommige groepen “het probleem” zijn, dan is de sprong naar straatniveau kleiner dan men denkt.
De zuidelijke staten: niet alleen verleden, maar heden
Het Zuiden draagt een geschiedenis die in Europa vaak wordt samengevat in één woord: segregatie. Maar het echte gevaar van deze fase is dat men die geschiedenis behandelt als een afgesloten hoofdstuk. Alsof het slechts herdenkingsmateriaal is. De werkelijkheid is dat juridische en politieke strijdlijnen rond burgerrechten terugkeren in modern taalgebruik: niet “whites only”, maar “anti-woke”; niet “separate but equal”, maar “kleurblind beleid”; niet “onderdrukking”, maar “orde”.
Het cynische is dat dit soort framing internationaal verkoopbaar is. Het klinkt rationeel. Het klinkt als beheer. Maar het werkt als selectie.
Wat dit betekent voor bondgenoten en voor Nederland
Voor Europese bondgenoten is het verleidelijk om dit als binnenlandse Amerikaanse ruzie te zien. Maar een Amerika dat intern verder splijt langs etnische en sociale lijnen, is extern minder stabiel. Het beïnvloedt diplomatie, handel, wetenschappelijke samenwerking, en ook de morele positie van het land in mensenrechtenfora.
Nederland en Europa werken dagelijks samen met Amerikaanse instellingen, universiteiten en bedrijven. Als de ruimte voor diversiteitsbeleid en anti-discriminatie-instrumenten in delen van de VS krimpt, krijgen ook internationale partners te maken met gewijzigde normen: in uitwisselingsprogramma’s, in research ethics, in campusveiligheid, in personeelsbeleid.
Het is daarom geen sensatie om kritisch te zijn. Het is risicobeheer. Democratieën zijn niet alleen verkiezingen; ze zijn ook bescherming van minderheden tegen de meerderheid van het moment.
Conclusie: normalisering is het echte kantelpunt
De grootste verschuiving onder een tweede Trump-termijn is niet één wet, één uitspraak of één rel. Het is de normalisering van het idee dat gelijke bescherming onderhandelbaar is. Dat discriminatie een “mening” is. Dat burgerrechten een cultureel project zijn in plaats van een juridische basis.
Als racisme en uitsluiting meer ruimte krijgen, gebeurt dat zelden met trompetgeschal. Het gebeurt met bestuurlijke zinnen, met commissievergaderingen, met “neutraliteit”. En juist daarom is het gevaarlijk: het ziet er uit als routine.
Gebruikte bronnen:
- U.S. Department of Justice – overzicht hate crime statistics en verwijzing naar FBI-data over 2024.
- Federal Bureau of Investigation – toelichting op UCR-data en trends.
- Congressional Research Service – kanttekeningen bij hate crime-data en rapportage.
- Human Rights Watch – analyses over terugval in rechten en bescherming tegen discriminatie in de VS.
- American Civil Liberties Union – duiding van beleid rond DEI en anti-discriminatie.
- Southern Poverty Law Center – uitleg en context bij hate crimes en FBI-cijfers.
- Overzichten/achtergrond rond anti-DEI-wetgeving (o.a. onderwijs): BestColleges en Inside Higher Ed.
- Casus Mississippi en rechtsgang rond anti-DEI-wet: berichtgeving The Guardian.