OM in hoger beroep in spionagezaak NCTV-analist

Het Paleis van Justitie waar het hoger beroep in de NCTV-spionagezaak zal plaatsvinden.

DEN HAAG, 24 maart 2026 – Het Openbaar Ministerie (OM) is maandag in hoger beroep gegaan in de strafzaak tegen de 66-jarige voormalig NCTV-analist die werd beschuldigd van spionage voor Marokko. De rechtbank in Rotterdam sprak de man onlangs vrij van het lekken van staatsgeheimen, een besluit waar het OM het fundamenteel mee oneens is.

De verdachte, die jarenlang werkzaam was bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), werd op 11 maart 2026 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 maanden. Dit staat in schril contrast met de eis van het OM, dat twaalf jaar celstraf passend achtte voor de vermeende spionageactiviteiten.

Verschil van inzicht over bewijslast

Volgens het Openbaar Ministerie is er sprake van een aanzienlijk verschil van inzicht in de weging van het gepresenteerde bewijs. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende direct bewijs was dat de man daadwerkelijk documenten heeft overgedragen aan de Marokkaanse geheime dienst. Hij werd enkel veroordeeld voor het ongeoorloofd voorhanden hebben van een enorme hoeveelheid staatsgeheime informatie.

Het OM stelt echter dat de ingebrachte bewijsmaterialen en argumenten door de rechtbank met onvoldoende gewicht zijn beoordeeld. De aanklagers blijven erbij dat de feiten wijzen op het actief doorspelen van gevoelige informatie, wat de nationale veiligheid ernstig in gevaar zou hebben gebracht.

Kritiek op de lage strafmaat

Naast de vrijspraak voor spionage vecht het OM ook de hoogte van de opgelegde straf aan. De twintig maanden cel voor het enkel bezitten van de documenten is volgens de aanklagers te laag. Er wordt gewezen op de enorme omvang van de onderschepte data, die de verdachte zowel thuis als tijdens zijn reizen bij zich droeg.

“De verdachte had bij uitstek moeten weten hoe om te gaan met staatsgeheime documenten,” aldus het standpunt van het OM.

De man heeft tijdens de rechtszaak verklaard dat hij handelde met toestemming van verschillende leidinggevenden binnen de NCTV, maar het OM verwerpt dit verweer als ongegrond. Het ministerie benadrukt dat een functionaris op dit niveau de strikte protocollen rondom geheimhouding had moeten handhaven, ongeacht de interne werkcultuur.

Vervolg van het proces

Met het instellen van het hoger beroep wordt de gehele zaak opnieuw voorgelegd aan het gerechtshof. Het OM zal daar de standpunten over de overdracht van documenten en de ernst van de integriteitsschending verder toelichten. Een datum voor de eerste zitting bij het hof is nog niet bekend.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie