DEN BOSCH – De executieveiling van drie vakantieparken van Oostappen mag donderdag 1 oktober doorgaan. De rechtbank Oost-Brabant heeft een verzoek van Oostappen om de veiling drie maanden uit te stellen afgewezen. Volgens de voorzieningenrechter weegt het belang van de schuldeiser bij voortzetting van de verkoop zwaarder dan het belang van Oostappen bij uitstel.
Het kort geding draaide om de vakantieparken Prinsenmeer, Brugse Heide en Stadsresort Valkenburg. Voor deze parken zijn hypotheekrechten en pandrechten gevestigd als zekerheid voor een lening van 19 miljoen euro die in april 2023 aan Oostappen werd verstrekt. De oorspronkelijke looptijd bedroeg รฉรฉn jaar. Nadat Oostappen de lening niet kon terugbetalen, werd de looptijd meerdere keren verlengd.
Oostappen stopte volgens het vonnis in januari 2025 bovendien met het betalen van rente. De rechtbank stelt vast dat de schuldeiser inmiddels een opeisbare vordering van ten minste 27 miljoen euro heeft.
Oostappen wilde nieuwe taxaties
Oostappen vroeg de rechter de executieveiling tot eind december uit te stellen. Het bedrijf wilde die periode gebruiken om zelf nieuwe taxaties van de drie vakantieparken te laten uitvoeren.
De bestaande taxaties zouden volgens Oostappen te laag zijn. Prinsenmeer werd in februari dit jaar gewaardeerd op 16,8 miljoen euro. Stadsresort Valkenburg kreeg een taxatiewaarde van 3 miljoen euro en Brugse Heide van 2,37 miljoen euro.
Oostappen wees er onder meer op dat Prinsenmeer in 2012 nog op 37 miljoen euro was gewaardeerd. Volgens het bedrijf zou een te lage taxatie kunnen leiden tot lagere biedingen tijdens de executieverkoop en daardoor tot een grotere restschuld.
Rechter ziet onvoldoende bewijs
De voorzieningenrechter ging daar niet in mee. Volgens de rechtbank is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de vakantieparken evident te laag zijn gewaardeerd. De taxaties zijn uitgevoerd door erkende en MRICS-gecertificeerde taxateurs, die volgens het vonnis bekend waren met de parken en hun waarderingen inhoudelijk hebben onderbouwd.
Bij de lagere waardering is onder meer rekening gehouden met het feit dat de exploitatie van de parken stilligt, dat heropening nodig is, de staat van onderhoud en de leeftijd van chalets en caravans.
Ook de suggestie van Oostappen dat de schuldeiser zou aansturen op een lage verkoopprijs om de parken uiteindelijk zelf of via een derde partij te verwerven, vond volgens de rechtbank onvoldoende steun in concrete feiten.
Uitstel kost ongeveer 70.000 euro rente per maand
Bij de belangenafweging speelde verder mee dat uitstel de schuld verder zou laten oplopen. Volgens het vonnis gaat het om ongeveer 70.000 euro rente per maand. Daarnaast zijn met het voorbereiden van de executieveiling inmiddels honderdduizenden euro’s aan kosten gemoeid.
De rechter oordeelde bovendien dat Oostappen al voldoende tijd had gehad om zelf taxaties te laten uitvoeren. Het bedrijf kende de taxatiewaarden van de parken al sinds februari en april van dit jaar.
Ook minimumprijs van 27 miljoen afgewezen
Oostappen vroeg de rechter als alternatief om te verbieden dat de drie vakantieparken gezamenlijk voor minder dan 27 miljoen euro worden gegund. Ook dat verzoek werd afgewezen.
Volgens de rechtbank bestaat voor een dergelijke minimumprijs geen juridische grondslag. De uiteindelijke opbrengst wordt bij een executieveiling door de markt bepaald. Dat daarbij mogelijk een restschuld overblijft, hoort volgens de voorzieningenrechter bij deze wettelijk geregelde wijze van verkoop.
De rechtbank wees alle vorderingen van Oostappen af. Het bedrijf moet daarnaast 1.912 euro aan proceskosten betalen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



