ROTTERDAM, 12 januari 2026 – De Rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) het rijbewijs van een man terecht ongeldig heeft verklaard wegens alcoholmisbruik. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit van het CBR in stand. Daarmee behoudt het bestuursorgaan zijn bevoegdheid om in dit soort gevallen strikt op te treden in het belang van de verkeersveiligheid.
Aanleiding: zeer hoog alcoholgehalte
De zaak draait om een aanhouding op 30 november 2024. De bestuurder werd toen staande gehouden op verdenking van rijden onder invloed op een bromfiets of scooter. Bij de ademanalyse werd een alcoholgehalte van 1115 microgram per liter uitgeademde lucht vastgesteld. Dat niveau ligt ruim boven de wettelijke grens waarbij het CBR verplicht is een onderzoek naar de rijgeschiktheid op te leggen.
Na deze aanhouding moest betrokkene meewerken aan een medisch-psychiatrisch onderzoek. In het rapport van 7 januari 2025 concludeerde de psychiater dat sprake was van alcoholmisbruik in de zin van de wet. Op basis daarvan verklaarde het CBR het rijbewijs per 11 maart 2025 ongeldig.
Bezwaar en beroep
De bestuurder was het niet eens met deze beslissing en diende bezwaar in. Het CBR verklaarde dat bezwaar kennelijk ongegrond en zag af van een hoorzitting. Vervolgens stapte de man naar de bestuursrechter.
In beroep voerde hij onder meer aan dat:
- het CBR hem ten onrechte niet had gehoord in bezwaar;
- het psychiatrisch rapport onvoldoende onderbouwd en tegenstrijdig zou zijn;
- hij geen recidivist is en slechts één keer de fout is ingegaan;
- het besluit onevenredig is, omdat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.
Geen verplichting tot horen
De rechtbank stelde vast dat het CBR het bezwaar mocht afdoen zonder hoorzitting. Op basis van de aangevoerde bezwaren bestond volgens de rechter redelijkerwijs geen twijfel over de uitkomst. Dat in beroep aanvullende argumenten zijn ingebracht, maakt dit niet anders, omdat het CBR daar in de bezwaarfase geen rekening mee kon houden.
Psychiatrisch rapport voldoende zorgvuldig
Ook de kritiek op het psychiatrisch rapport hield geen stand. De rechtbank benadrukte dat bij CBR-zaken een vaste lijn in de rechtspraak geldt: een rijbewijs blijft ongeldig verklaard, tenzij het medische rapport duidelijke inhoudelijke gebreken vertoont of onvoldoende concludent is.
Volgens de rechtbank was daarvan geen sprake. De psychiater had inzichtelijk uiteengezet waarop de conclusies waren gebaseerd. Daarbij werd onder meer gekeken naar:
- de extreme overschrijding van het alcoholgehalte;
- het ontbreken van ernstige intoxicatieverschijnselen, wat kan wijzen op verhoogde alcoholtolerantie;
- verklaringen van betrokkene en bevindingen van de politie.
Dat de bestuurder niet eerder is veroordeeld voor alcoholgerelateerde feiten, sluit alcoholmisbruik in juridische zin niet uit. De rechter wees erop dat de diagnose binnen het CBR-kader een beschrijvend karakter heeft en niet gelijk hoeft te lopen met een DSM-classificatie.
Geen ruimte voor belangenafweging
De rechtbank maakte verder duidelijk dat de wet het CBR geen ruimte laat voor een belangenafweging. Zodra is vastgesteld dat sprake is van alcoholmisbruik zoals bedoeld in de Regeling eisen geschiktheid 2000, is het CBR verplicht het rijbewijs ongeldig te verklaren.
Het persoonlijke belang van de bestuurder, waaronder zijn afhankelijkheid van het rijbewijs voor werk, kan daarbij niet doorslaggevend zijn. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties kan van deze regel worden afgeweken. De rechtbank zag daarvoor in dit geval geen aanleiding.
Uitkomst
Het beroep werd ongegrond verklaard. Dat betekent dat:
- het rijbewijs ongeldig blijft;
- geen griffierecht wordt terugbetaald;
- geen proceskostenvergoeding wordt toegekend.
De uitspraak onderstreept opnieuw dat bij rijden onder invloed met zeer hoge alcoholwaarden streng wordt opgetreden en dat verkeersveiligheid vooropstaat.