Het kabinet erkent een lichte stijging van armoede, maar sluit heropening van het Tijdelijk Noodfonds Energie uit en kiest voor gemeentelijke ondersteuning.
De ongelijkheid in Nederland groeit: de rijkste 10% bezit meer dan de helft van het vermogen, terwijl modale huishoudens worstelen met stijgende woonlasten en krimpende buffers. Vermogen groeit sneller dan inkomen, waardoor kansen ongelijker worden verdeeld. Zonder structurele hervormingen dreigt Nederland een tweedeling tussen bezitters en overlevers.
De onderkant van de maatschappij is het meest gebaat bij sociaal-progressieve partijen. Vooral de SP, GroenLinks-PvdA en ChristenUnie bieden structurele bescherming via hoger minimumloon, betaalbare zorg en eerlijke herverdeling. VVD en PVV beloven veel, maar leveren weinig. NSC heeft potentie, maar is nog ongetest in de praktijk.
De Britse economie bevindt zich op een wankel evenwicht: geen instorting, maar ook geen overtuigend herstel. Brexit heeft extra ballast toegevoegd, maar de onderliggende structurele zwaktes lage productiviteit, sociale ongelijkheid en hoge schulden – vormen misschien wel de grootste bedreigingen.