Zorginstituut: lecanemab geen meerwaarde bij Alzheimer

MRI-scan van hersenen bij Alzheimerpatiënt met zichtbare amyloïde-eiwitophopingen

AMSTERDAM, 18 februari 2026 – Zorginstituut Nederland adviseert de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om het medicijn lecanemab (Leqembi®) niet op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering. Volgens het instituut ervaren mensen met beginnende ziekte van Alzheimer te weinig merkbaar voordeel van de behandeling, terwijl zij wel risico lopen op ernstige bijwerkingen zoals hersenbloedingen en hersenzwellingen.

Uit onderzoek blijkt dat lecanemab een klein remmend effect heeft op het ziekteproces. Dat effect is volgens het Zorginstituut echter zo beperkt dat patiënten in het dagelijks functioneren nauwelijks verschil merken. Het functioneren gaat ondanks behandeling verder achteruit. Daartegenover staan medische risico’s die in sommige gevallen kunnen leiden tot ernstige klachten, waaronder verlammingsverschijnselen, spraakproblemen en ernstige verwardheid. In zeldzame situaties kunnen de bijwerkingen zelfs dodelijk zijn.

Behandeling grijpt in op eiwit, niet op functioneren

De ziekte van Alzheimer is een ernstige en ongeneeslijke hersenziekte die zich onder meer uit in geheugenverlies, desoriëntatie en taalproblemen. Bij patiënten hopen specifieke eiwitten zich op in de hersenen. Lecanemab is ontwikkeld om zich aan deze eiwitten te binden, zodat het lichaam ze kan opruimen.

Volgens neuroloog en hoogleraar dementie Edo Richard van Radboudumc en Radboud Universiteit leidt dat mechanisme niet tot een merkbare verbetering in het dagelijks leven van patiënten. “Voor mensen met Alzheimer is het vooral belangrijk zo lang mogelijk zelfstandig te blijven. Behandeling met lecanemab verandert daar in de praktijk niets aan,” stelt Richard.

Hij wijst erop dat uit eerder onderzoek met vergelijkbare middelen al bekend was dat het opruimen van deze eiwitten niet automatisch leidt tot beter denken of minder achteruitgang. Daarnaast is de behandeling belastend. Patiënten moeten elke twee weken via een infuus worden behandeld en ondergaan meerdere ziekenhuisbezoeken, waaronder minimaal één nucleaire scan of ruggenprik en vijf MRI-scans.

Slechts kleine groep komt in aanmerking

In Nederland krijgt ongeveer één op de vijf mensen dementie. De ziekte van Alzheimer is met circa 70 procent de meest voorkomende vorm. Ongeveer 217.000 Nederlanders hebben Alzheimer, van wie naar schatting 80.000 in een beginnend stadium verkeren. Toch zou slechts een klein deel van deze groep in aanmerking komen voor behandeling met lecanemab.

Dat komt onder meer doordat het Europees Geneesmiddelenbureau het middel heeft afgekeurd voor patiënten met een bepaalde genetische variatie die een verhoogd risico hebben op ernstige bijwerkingen. Daarnaast is er in Nederland onvoldoende MRI-capaciteit om patiënten tijdens de behandeling intensief te monitoren. Het Zorginstituut verwacht dat minder dan 15 procent van de mensen met beginnende Alzheimer daadwerkelijk behandeld zou kunnen worden.

Geen doorbraak, wel hoop op nieuwe middelen

Bestuursvoorzitter Mark Janssen van het Zorginstituut noemt de uitkomst teleurstellend, maar onvermijdelijk. “Alzheimer is een ingrijpende ziekte voor patiënten en hun naasten. Lecanemab is het eerste medicijn dat probeert het ziekteproces te beïnvloeden, maar het blijkt geen doorbraak. Dat is pijnlijk, maar we moeten realistisch zijn over wat het middel oplevert en welke risico’s het kent.

Volgens Janssen blijft de hoop gevestigd op nieuwe medicijnen die zich nog in ontwikkeling bevinden. Het Zorginstituut benadrukt dat het belangrijk is dat artsen patiënten en mantelzorgers eerlijk informeren over de beperkte effecten en de belasting van de behandeling, zodat zij weloverwogen keuzes kunnen maken.

Geef een reactie