3 jaar cel voor verkrachting bij Tolhuistuin Amsterdam

De Tolhuistuin in Amsterdam-Noord, nabij de pont over het IJ.

AMSTERDAM, 26 februari 2026 – Een 46-jarige man is door de rechtbank veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor een gewelddadige verkrachting en aanranding bij de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord. De feiten vonden plaats op 21 augustus 2025, kort nadat de verdachte contact had gelegd met het slachtoffer op de pont over het IJ.

De rechtbank acht bewezen dat de man de vrouw bij de keel greep, haar de bosjes introk en haar met geweld seksueel misbruikte. Daarbij drong hij met een vinger haar vagina binnen. Dat wordt juridisch aangemerkt als verkrachting.

Volgen vanaf het centrum

Volgens het vonnis volgde de man het slachtoffer vanaf het centrum van Amsterdam. Op de pont raakte hij met haar in gesprek. Eenmaal aangekomen in Amsterdam-Noord liep hij achter haar aan richting de Tolhuistuin, gelegen nabij de pont.

Niet ver van de aanlegplaats trok hij haar de bosjes in. Daar greep hij haar bij de keel en dwong haar tot seksuele handelingen. Hij kuste haar in het gezicht, betastte haar vagina en drong met een vinger binnen.

Dankzij het ingrijpen van een getuige liet de verdachte het slachtoffer los. Hij vluchtte vervolgens weg van de plaats van het incident.

Bewijs: verklaringen en geluidsfragmenten

De rechtbank baseert haar oordeel op meerdere bewijsmiddelen. Naast de verklaringen van het slachtoffer en een getuige, zijn camerabeelden en geluidsfragmenten onderzocht.

Op de geluidsopnamen is volgens de rechtbank het gegil en geschreeuw van het slachtoffer te horen. Tussen het geschreeuw door zijn momenten van stilte waarneembaar. De rechtbank gaat ervan uit dat de verdachte haar in die momenten het zwijgen oplegde, onder meer door zijn hand op haar mond te drukken.

Daarnaast blijkt uit het dossier dat de man zijn broek al had geopend. De rechtbank ziet daarin aanwijzingen dat hij mogelijk van plan was verdergaand seksueel geweld te plegen.

Geen openheid van zaken

De verdachte heeft geen openheid van zaken gegeven over zijn motieven. Hij heeft volgens de rechtbank gebruikgemaakt van een valse identiteit en geweigerd medewerking te verlenen aan het strafproces. Daardoor is onduidelijk gebleven wat hem tot zijn handelen heeft gebracht.

Bij het bepalen van de straf sluit de rechtbank aan bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor een verkrachting waarbij geweld is gebruikt, geldt als uitgangspunt een gevangenisstraf van 36 maanden.

Ernst van de feiten doorslaggevend

De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De ernst van het geweld, de inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en de omstandigheden waaronder het feit plaatsvond, wegen zwaar.

De man is daarom veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, oftewel drie jaar.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie