ARNHEM, 10 maart 2026 – Het Openbaar Ministerie heeft dinsdag bij de rechtbank in Arnhem een gevangenisstraf van vier jaar en tbs met dwangverpleging geëist tegen een 60-jarige verdachte uit Heerlen. Volgens het OM wordt de man verdacht van een verkrachting in Nijmegen in 1994 en van mishandeling en wederrechtelijke vrijheidsberoving van een vrouw in 2024. De officier van justitie sprak tijdens de zitting van een ernstig patroon van geweld tegen vrouwen en stelde dat de samenleving tegen de verdachte moet worden beschermd.
De oudste zaak draait om een verkrachting in januari 1994 in de Nijmeegse wijk Tolhuis. Volgens het OM werd een vrouw daar in de ochtend belaagd, de bosjes in gesleurd en verkracht. De officier noemde die gang van zaken schokkend en sprak van een overval die getuigde van grote brutaliteit, mede omdat het incident plaatsvond op een moment en plek waar ook andere mensen aanwezig konden zijn. De zaak bleef destijds onopgelost, omdat de technische mogelijkheden voor dna-onderzoek in die tijd nog beperkt waren en veiliggestelde sporen niet konden worden onderzocht zoals nu wel mogelijk is.
Coldcase door dna alsnog opengebroken
De doorbraak kwam pas dertig jaar later. In 2024 wist het coldcaseteam van de politie het dna in de zaak te koppelen aan de verdachte uit Heerlen. Daarna werd hij aangehouden. Sindsdien zit hij vast. Het OM stelde in Arnhem dat de verdachte pas een deels bekennende verklaring aflegde nadat hij werd geconfronteerd met het bewijs. Volgens justitie ontkent hij wel dat hij de verkrachting heeft gepleegd, maar is de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en consistent. Die verklaring werd volgens het OM al kort na het incident zeer gedetailleerd afgelegd en vindt steun in getuigenverklaringen en in letsel dat na de aanval werd vastgesteld.
Volgens het OM moet die combinatie van sporen, verklaringen en omstandigheden voldoende zijn om tot een bewezenverklaring te komen. Daarmee kreeg de zaak, die jarenlang onbeantwoord bleef voor het slachtoffer, alsnog een vervolg in de rechtszaal. Voor justitie is dat ook een voorbeeld van de waarde van modern dna-onderzoek in oude strafzaken, waarin nieuwe technieken alsnog tot identificatie van een verdachte kunnen leiden. Die ontwikkeling speelt in steeds meer coldcases een rol, maar in deze zaak weegt vooral mee dat het OM ook in recenter onderzoek opnieuw ernstige verdenkingen tegen dezelfde man zegt te hebben gevonden.
Tweede verdenking gaat over mishandeling en opsluiting
Naast de verkrachtingszaak uit 1994 draait het strafproces ook om een tweede, veel recenter feit. Uit strafrechtelijk onderzoek kwam volgens het OM naar voren dat een vrouw die bij de verdachte inwoonde, slachtoffer zou zijn geworden van mishandeling en opsluiting. De relatie zou op enig moment zijn omgeslagen in geweld. Getuigen verklaarden volgens justitie dat zij gehuil, ruzies en mishandelingen hoorden. Ook zouden zij rode en blauwe plekken bij de vrouw hebben gezien. Het OM acht bovendien bewezen dat de vrouw haar huis op meerdere momenten niet kon en mocht verlaten. Daarom wordt de man ook verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving.
De officier van justitie verbond beide zaken nadrukkelijk met elkaar. Volgens het OM gaat het niet om twee losse incidenten die toevallig dertig jaar uit elkaar liggen, maar om feiten die passen in een breder patroon. Dat beeld wordt volgens justitie versterkt door verklaringen van vijf andere vrouwen die in de periode tussen 1994 en 2024 met de verdachte te maken zouden hebben gehad. Zij zouden eveneens melding hebben gemaakt van gewelddadige situaties, waarbij sprake was van fysiek of seksueel geweld.
OM ziet patroon van geweld tegen vrouwen
Een van die vrouwen deed eind jaren negentig al aangifte, aldus het OM. In die zaak werd destijds geen tweede wettig bewijsmiddel gevonden voor verkrachting, maar er waren volgens justitie wel getuigenverklaringen over mishandeling. Het OM stelde in de rechtbank dat die informatie, samen met de andere verklaringen in het dossier, een belastend beeld geeft van de verdachte. Volgens justitie is sprake van een man die gedurende tientallen jaren geweld zou hebben gebruikt tegen vrouwen in zijn directe omgeving.
De officier van justitie formuleerde dat tijdens de zitting in scherpe bewoordingen. Volgens het OM behandelt de verdachte vrouwen als minderwaardig en als zijn eigendom. Justitie stelde dat hij geweld niet schuwt en vrouwen desnoods opsluit. Mede daarom vindt het OM een langdurige gevangenisstraf alleen niet voldoende. Naast vier jaar cel eist justitie ook tbs met dwangverpleging. Daarmee wil het OM niet alleen bestraffen, maar ook voorkomen dat de verdachte opnieuw ernstig geweld zou kunnen plegen.
Tbs volgens justitie nodig voor bescherming samenleving
Onderzoek naar de persoon van de verdachte bevestigt volgens het OM het risico op herhaling. De officier sprak van een gevaarlijke combinatie van persoonskenmerken, die onbehandeld opnieuw zou kunnen leiden tot gewelddadig en vermoedelijk ook seksueel grensoverschrijdend gedrag tegen vrouwen. Vanuit dat perspectief acht justitie tbs met dwangverpleging noodzakelijk. Die maatregel is in Nederland bedoeld voor verdachten bij wie behandeling nodig wordt geacht en bij wie de veiligheid van anderen zwaar weegt. In deze zaak zegt het OM dat juist die bescherming van de maatschappij centraal staat.
Met de strafeis is de zaak nog niet afgedaan. De rechtbank in Arnhem doet op een later moment uitspraak. Dan wordt duidelijk of de rechters de verdenkingen bewezen achten en of zij meegaan in de eis van het Openbaar Ministerie. Tot die tijd geldt dat de verdachte verdachte is en niet is veroordeeld. Wel maakt de zaak duidelijk hoe een oude, onopgeloste zedenzaak door nieuwe dna-technieken alsnog tot een zwaar strafproces kan leiden, zeker wanneer in recenter onderzoek opnieuw ernstige signalen naar voren komen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.