Acht maanden cel voor ontucht met zevenjarig meisje

Rechtbank Noord-Holland in Haarlem waar de zaak tegen I. C. diende.

HAARLEM, 23 maart 2026 – De rechtbank in Noord-Holland heeft de 53-jarige I. C. uit Purmerend veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden voor het plegen van ontucht met een zevenjarig meisje. De helft van deze straf is voorwaardelijk opgelegd. Ook moet C. een schadevergoeding van 2.500 euro betalen aan het slachtoffer.

De feiten vonden plaats op 23 juni 2024 in Purmerend. Het slachtoffer was met haar ouders en broer op bezoek bij C. om diens verjaardag te vieren. Het gezin bleef die nacht slapen. Terwijl het meisje met haar broer in een kamer lag, kwam C. gedurende de nacht driemaal binnen. Hij betastte haar vagina en schaamstreek, zowel boven als onder haar ondergoed.

Bewijs en DNA-match

Hoewel C. de beschuldigingen ontkende, achtte de rechtbank het bewijs wettig en overtuigend. Naast de gedetailleerde en consistente verklaring van het zevenjarige slachtoffer, vormde DNA-onderzoek een cruciale pijler in de bewijsvoering. Er werd DNA-materiaal van C. aangetroffen op de binnen- en buitenzijden van de broekspijpen van de onderbroek van het meisje.

De rechtbank oordeelde dat de locatie van het aangetroffen DNA exact overeenkwam met de verklaring van het slachtoffer over de wijze waarop zij was aangeraakt. De alternatieve verklaring van C. over hoe zijn DNA daar terecht zou zijn gekomen, werd door de rechters als ongeloofwaardig terzijde geschoven.

Impact op slachtoffer

In de strafmaat woog de rechtbank de ernst van de normschending zwaar mee. C. heeft volgens de uitspraak grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van een jong kind en misbruik gemaakt van het vertrouwen dat het gezin in hem stelde. Het meisje vertoont sinds het incident gedragsveranderingen, kampt met boosheid en heeft een schuldgevoel dat niet bij haar leeftijd past. +4

Vonnis

De officier van justitie had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van achttien maanden geëist, waarvan zes maanden voorwaardelijk. De rechtbank kwam echter tot een lagere straf van acht maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank zag geen noodzaak voor een officieel contactverbod, omdat C. in een andere woonplaats verblijft en er sinds het incident geen enkel contact meer is geweest tussen de betrokken partijen.

De toegekende schadevergoeding van 2.500 euro zal op een rekening met een BEM-clausule worden gestort. Dit betekent dat het geld tot haar achttiende verjaardag vaststaat ter bescherming van haar belangen.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie