CBb: Beroep over dierenwelzijn strandt op procesbelang

Rechtbank hamer op juridisch dossier over Wet dieren en dierenwelzijn

DEN HAAG, 30 maart 2026 – Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft de beroepen van een veehouder tegen opgelegde lasten onder bestuursdwang niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de hoogste bestuursrechter in economische zaken ontbreekt het procesbelang, omdat de lasten inmiddels zijn uitgewerkt en de ondernemer geen concrete schade heeft aangetoond.

De zaak draaide om twee besluiten van de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In deze besluiten werden diverse lasten opgelegd aan de eigenaar van runderen, paarden, pony’s en kippen. De minister eiste onder meer dat de dieren over voldoende schoon drinkwater, geschikt voer en een hygiënische huisvesting beschikten. Ook moest de eigenaar een dierenarts inschakelen voor onderzoek naar de gezondheidstoestand van verschillende dieren, waaronder een 32-jarig paard en diverse pony’s.

Uitgewerkte lasten en feitelijk herstel

In de procedure betwistte de appellant de vastgestelde overtredingen en de noodzaak van de ingrepen. Gedurende de loop van de zaak bleek echter dat de betreffende lasten volledig waren uitgevoerd of hun werking hadden verloren. De minister stelde zich daarom op het standpunt dat een inhoudelijke beoordeling van de beroepen geen feitelijk doel meer diende.

Het College volgt deze redenering. Volgens vaste rechtspraak is er alleen sprake van procesbelang als het resultaat dat de indiener met het beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en voor hem feitelijk van betekenis is. Nu de lasten niet meer actueel zijn en er geen herstelsancties meer boven het hoofd hangen, vervalt de juridische noodzaak voor een oordeel over de rechtmatigheid van de oorspronkelijke besluiten.

Geen onderbouwde schadeclaim

De appellant probeerde het procesbelang te handhaven door te wijzen op gemaakte kosten voor het herstel van de situatie en de inzet van een dierenarts. Het CBb oordeelt echter dat de enkele stelling dat er kosten zijn gemaakt, onvoldoende is. Om procesbelang aan te nemen op basis van schade, moet deze schade tot op zekere hoogte aannemelijk worden gemaakt met facturen of andere bewijsstukken. In deze zaak ontbraken dergelijke documenten.

Ook de wens van de appellant om een principe-oordeel te krijgen voor toekomstige gevallen, werd door het College gepasseerd. De rechter stelt dat een beroepsprocedure niet bedoeld is voor het beantwoorden van rechtsvragen die geen directe invloed hebben op het bestreden besluit.

Griffierecht en proceskosten

Omdat de beroepen niet-ontvankelijk zijn verklaard, komt de appellant niet in aanmerking voor een proceskostenvergoeding. Wel zag het College aanleiding om de griffier op te dragen eenmaal het betaalde griffierecht terug te storten. Dit omdat er sprake was van samenhang tussen de twee zaken, waardoor slechts eenmaal griffierecht geheven had mogen worden. De uitspraak is onherroepelijk.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie