Celstraf 24 maanden na gewapende dreiging in Groningen

Rechtbank Noord-Nederland locatie Groningen waar de strafzaak is behandeld

Celstraf van 24 maanden na reeks gewelddadige incidenten in Groningen

GRONINGEN, 12 januari 2026 – De Rechtbank Noord-Nederland heeft op 9 januari 2026 een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden wegens een serie ernstige strafbare feiten in Groningen. De verdachte maakte zich in korte tijd schuldig aan het voorhanden hebben van een vuurwapen, bedreiging met de dood, en diefstal onder bedreiging met geweld. De rechtbank achtte bewezen dat de man meerdere slachtoffers heeft geïntimideerd door een doorgeladen pistool te tonen en daarop te richten, zowel in een woning als in de openbare ruimte.

Meerdere incidenten in korte tijd

Uit het vonnis blijkt dat de feiten zich afspeelden in de periode van 15 tot en met 17 mei 2025. In die dagen bezocht de verdachte herhaaldelijk een woning in Groningen waar hij, onder invloed van drugs, een semiautomatisch pistool bij zich droeg. Tijdens deze bezoeken richtte hij het vuurwapen op aanwezigen en uitte hij expliciete doodsbedreigingen. Daarbij werden persoonlijke eigendommen van een bewoner weggenomen, waaronder kleding, een horloge en een koptelefoon.

De rechtbank stelde vast dat het niet ging om een eenmalige escalatie. De verdachte keerde terug naar dezelfde woning en dook later opnieuw op bij een nachtwinkel in de stad. Ook daar laadde hij het wapen door en richtte het op voorbijgangers, waarbij hij één van de slachtoffers achterna rende en een ander het pistool tegen de keel zette. Deze opeenvolging van gebeurtenissen woog zwaar mee in de beoordeling van de straf.

Bewezenverklaring en vrijspraak op één punt

Niet alle ten laste gelegde feiten zijn bewezen verklaard. De rechtbank sprak de verdachte vrij van een beschuldiging van vernieling van een raam, omdat daarvoor onvoldoende ondersteunend bewijs was. Voor de overige feiten – vuurwapenbezit, bedreiging, en diefstal onder dreiging van geweld – achtte de rechtbank het bewijs overtuigend.

Belangrijke rol speelden verklaringen van slachtoffers, getuigen en de verdachte zelf, die een deel van de feiten heeft bekend. Ook videobeelden die met de telefoon van een slachtoffer waren gemaakt, waarop te zien is dat het wapen werd gericht op een in elkaar gedoken persoon, ondersteunden het bewijs.

Ernst en impact op slachtoffers

In de strafmotivering benadrukte de rechtbank de ernst van het ongecontroleerde vuurwapenbezit. Het bezit en gebruik van een pistool in de openbare ruimte en in een woning brengt volgens de rechters een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van anderen met zich mee en veroorzaakt grote gevoelens van angst en onveiligheid.

Slachtoffers verklaarden dat zij vreesden voor hun leven. Eén van hen ontwikkelde na de gebeurtenissen ernstige psychische klachten, waaronder paniekaanvallen en slaapproblemen. De rechtbank erkende deze gevolgen en kende een immateriële schadevergoeding van 1.000 euro toe aan het slachtoffer, te vermeerderen met wettelijke rente.

Geen voorwaardelijk strafdeel

Het Openbaar Ministerie had aanvankelijk een hogere gevangenisstraf geëist. De verdediging pleitte juist voor een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, zoals behandeling voor middelengebruik. De rechtbank koos uiteindelijk voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, zonder voorwaardelijk deel.

Volgens de rechters rechtvaardigt de combinatie van feiten – meerdere bedreigingen met een vuurwapen, diefstal onder dreiging en recidive – een langdurige vrijheidsstraf. Wel merkte de rechtbank op dat bij een eventuele voorwaardelijke invrijheidstelling later alsnog voorwaarden kunnen worden opgelegd, gericht op behandeling en begeleiding.

Onttrekking van wapen en munitie

Het in beslag genomen pistool en de bijbehorende munitie zijn door de rechtbank onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang. Daarmee wordt voorkomen dat het wapen opnieuw in omloop komt.

Signaalfunctie van het vonnis

Met deze uitspraak onderstreept de rechtbank dat geweld en bedreiging met vuurwapens zwaar worden bestraft. De zaak laat zien dat het rechtssysteem streng optreedt wanneer burgers door wapengeweld in hun woning of op straat worden geconfronteerd met levensbedreigende situaties.

Voor de stad Groningen en daarbuiten is het vonnis een duidelijk signaal dat dergelijk gedrag niet alleen diepe sporen nalaat bij slachtoffers, maar ook leidt tot langdurige gevangenisstraffen. De rechtbank benadrukte daarbij dat het beschermen van de openbare veiligheid en het herstellen van het geschonden rechtsgevoel centraal staan bij de strafoplegging.

Geef een reactie