DEN HAAG, 27 februari 2026 – De Rechtbank Den Haag heeft een 36-jarige man veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor het veroorzaken van een dodelijk verkeersongeval op 3 juni 2025 op de Diamanthorst in Den Haag. Het slachtoffer overleed later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.
Naast de celstraf krijgt de verdachte een rijontzegging van drie jaar. Ook moet hij schadevergoedingen betalen aan de partner en de veertienjarige dochter van het slachtoffer.
Ongeval in de nachtelijke uren
Het ongeval vond plaats in de nacht op de Diamanthorst, in de richting van de rotonde met de Reigersbergenweg. De Diamanthorst is een weg binnen de bebouwde kom met één rijbaan voor verkeer in beide richtingen. Aan weerszijden liggen fietssuggestiestroken en langs één zijde bevindt zich een trottoir.
Op deze locatie geldt een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. De inrichting van de weg vraagt volgens de rechtbank om extra oplettendheid, mede omdat voetgangers en fietsers er gebruik van maken.
Uit technisch onderzoek is gebleken dat de verdachte met een gemiddelde snelheid van ruim 55 kilometer per uur reed. Dat is boven de toegestane maximumsnelheid. Daarnaast is vastgesteld dat hij tijdens het rijden in slaap is gevallen.
Vermoeid achter het stuur
De verdachte verklaarde dat hij op het moment van het ongeval al 23 uur wakker was. Ongeveer een half uur voor de aanrijding begon hij zich vermoeid te voelen. Toch besloot hij verder te rijden.
De rechtbank rekent hem dit zwaar aan. Volgens het vonnis had hij moeten beseffen dat hij niet langer veilig kon deelnemen aan het verkeer. Door toch te blijven rijden, heeft hij een onaanvaardbaar risico genomen.
De exacte plek van de botsing kon niet volledig worden vastgesteld. Wel bleek uit bandensporen en afgebroken auto-onderdelen dat de auto zich op de linkerweghelft en deels op het trottoir bevond. Het slachtoffer werd op het trottoir aangetroffen, enkele meters van de rijbaan.
Zeer onvoorzichtig en onoplettend
De rechtbank oordeelt dat sprake was van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag. De verdachte reed vermoeid in de nachtelijke uren door de bebouwde kom, viel in slaap, naderde met te hoge snelheid een rotonde en reed vervolgens een voetganger aan die zich op het trottoir bevond.
Daarmee heeft hij volgens de rechtbank een ernstige verkeersfout gemaakt met fatale gevolgen.
Doorrijden na de aanrijding
Na de botsing reed de verdachte door. Hij liet het slachtoffer in hulpeloze toestand achter. Hoewel hij verklaarde niet te hebben gezien wat of wie hij had geraakt, is volgens de rechtbank aannemelijk dat de gedachte bij hem opkwam dat het om een persoon kon gaan.
Desondanks koos hij ervoor om met hoge snelheid weg te rijden. Hij meldde zich niet bij de politie. De volgende dag werd hij aangehouden nadat agenten zijn beschadigde voertuig hadden aangetroffen.
Het doorrijden na het ongeval wordt hem nadrukkelijk aangerekend. De rechtbank benadrukt dat van een bestuurder mag worden verwacht dat hij stopt en hulp verleent of in ieder geval de hulpdiensten inschakelt.
Eerdere verkeersfeiten
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank meegewogen dat de verdachte al meerdere verkeersfeiten op zijn naam heeft staan. Dat verleden speelt een rol bij de beoordeling van zijn verkeershouding en verantwoordelijkheid als bestuurder.
Volgens de rechtbank laat dit zien dat eerdere sancties hem er niet van hebben weerhouden opnieuw risicovol gedrag te vertonen in het verkeer.
Gevolgen voor de nabestaanden
Het slachtoffer overleed in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. De rechtbank stelt dat de verdachte hem “zijn meest waardevolle bezit, namelijk zijn leven” heeft ontnomen.
Tijdens de zitting zijn verklaringen van de nabestaanden voorgelezen. Daaruit bleek dat het verlies diepe sporen heeft nagelaten bij de partner en de dochter van het slachtoffer. Hun verklaringen maakten volgens de rechtbank indruk in de zittingszaal.
De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen. De partner ontvangt ruim 15.000 euro. De veertienjarige dochter krijgt een bedrag van ongeveer 18.000 euro toegewezen.
Straf en rijontzegging
De opgelegde gevangenisstraf bedraagt twaalf maanden. Daarnaast mag de verdachte drie jaar lang geen motorrijtuigen besturen.
Met deze straf wil de rechtbank recht doen aan de ernst van het feit, de gevolgen voor de nabestaanden en het gevaar dat de verdachte met zijn rijgedrag heeft veroorzaakt.
Het vonnis onderstreept dat vermoeidheid achter het stuur geen verontschuldigende omstandigheid is, maar een risico waarvoor een bestuurder zelf verantwoordelijk is. In combinatie met te hoge snelheid en het verlaten van de plaats van het ongeval leidde dit in deze zaak tot een dodelijke afloop en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.