Wie ooit in aanraking is gekomen met het strafrecht, heeft er misschien vaag van gehoord: het ne bis in idem-beginsel. Latijn, ogenschijnlijk abstract, maar in de praktijk van groot belang. Het beginsel komt erop neer dat niemand twee keer mag worden vervolgd of gestraft voor hetzelfde feit. Het is een kernwaarde van de rechtsstaat en een essentieel schild tegen willekeur van de overheid.
Toch blijkt in de dagelijkse rechtspraktijk dat dit beginsel minder eenvoudig is dan het lijkt. Want wanneer is iets écht “hetzelfde feit”? En hoe verhoudt dit principe zich tot bestuurlijke boetes, fiscale sancties en internationale strafvervolging?
Bescherming tegen dubbele vervolging
Het ne bis in idem-beginsel dient in de eerste plaats de rechtszekerheid. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat een afgeronde strafzaak ook daadwerkelijk afgesloten is. Zonder dit beginsel zou de staat in theorie telkens opnieuw kunnen vervolgen totdat een gewenste uitkomst is bereikt. Dat zou het machtsevenwicht tussen burger en overheid fundamenteel verstoren.
In het Nederlandse strafrecht is het beginsel vastgelegd in artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht. Daarin staat dat niemand opnieuw kan worden vervolgd voor een feit waarover al onherroepelijk is geoordeeld. Maar deze nationale bepaling staat niet op zichzelf.
Nationaal recht versus Europees recht
Naast het Nederlandse recht speelt ook het Europese recht een grote rol. Het ne bis in idem-beginsel is verankerd in internationale verdragen, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dit betekent dat Nederlandse rechters niet alleen naar nationaal recht kijken, maar ook naar Europese jurisprudentie.
Die Europese invalshoek heeft de afgelopen jaren geleid tot een bredere interpretatie van het beginsel. Met name in zaken waarin zowel een strafrechtelijke sanctie als een bestuurlijke boete wordt opgelegd, bijvoorbeeld bij belastingfraude of milieuovertredingen, ontstaat spanning. Is een hoge bestuurlijke boete feitelijk niet óók een straf?
De rekbaarheid van “hetzelfde feit”
De kern van veel discussies zit in de definitie van “hetzelfde feit”. Gaat het om exact dezelfde gedraging, of volstaat een gedeeltelijke overlap? De rechtspraak heeft zich ontwikkeld van een strikt juridische benadering naar een meer materiële toets: wat is de aard van de gedraging en welk rechtsbelang wordt beschermd?
Dit leidt tot complexe afwegingen. Twee procedures kunnen juridisch verschillend zijn, maar voor de betrokken burger voelen als dubbelop. Juist daar wringt het: het beginsel beschermt niet alleen tegen formele onrechtmatigheid, maar ook tegen feitelijke onbillijkheid.
Spanning tussen efficiëntie en rechtsbescherming
Overheden hebben een begrijpelijke wens om overtredingen effectief aan te pakken. Bestuurlijke boetes zijn snel en efficiënt. Strafrechtelijke vervolging biedt zwaardere middelen. Maar die combinatie mag niet leiden tot stapeling van sancties zonder duidelijke begrenzing.
Het ne bis in idem-beginsel fungeert hier als rem. Het dwingt wetgever en rechter om kritisch te kijken naar proportionaliteit en samenloop van sancties. Dat maakt het beginsel soms lastig, maar juist daarom onmisbaar.
Meer dan een technisch juridisch concept
Hoewel het ne bis in idem-beginsel vaak wordt besproken in juridische vakliteratuur, raakt het aan een breder maatschappelijk gevoel van rechtvaardigheid. Mensen accepteren straf, maar niet eindeloze straf. Ze accepteren handhaving, maar niet herhaling zonder einde.
In een tijd waarin handhaving steeds veelzijdiger wordt — met boetes, transacties, strafbeschikkingen en bestuursrechtelijke sancties — blijft het beginsel actueel. Misschien wel meer dan ooit.
Slotbeschouwing
Het ne bis in idem-beginsel is geen juridische luxe, maar een noodzakelijke waarborg. Het beschermt burgers tegen overmacht, bewaakt de geloofwaardigheid van de rechtspraak en dwingt tot zorgvuldigheid. Juist omdat het soms schuurt met efficiëntie, bewijst het zijn waarde.
Een rechtsstaat wordt niet alleen gemeten aan hoe streng zij straft, maar ook aan hoe zorgvuldig zij begrenst.
Bronnen
- Wetboek van Strafrecht, artikel 68
- Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
- Nederlandse jurisprudentie over samenloop van sancties
- Algemene literatuur straf(proces)recht en mensenrechten
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.