Jeugdhulp onder druk: rechters luiden noodklok

Kinderrechter spreekt over de gevolgen van personeelstekorten en wachtlijsten in de jeugdhulp

AMSTERDAM, 19 december 2025 – De druk op de jeugdhulp en jeugdbescherming in Nederland neemt verder toe. Kinderrechters, inspecties en adviesorganen slaan opnieuw alarm over een systeem dat vastloopt. Door personeelstekorten, lange wachtlijsten en een tekort aan passende opvangplaatsen komt de bescherming van kwetsbare kinderen steeds vaker in het gedrang. Recente inspectierapporten en een dringende brief van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) hebben geleid tot Kamervragen, maar volgens de praktijk verandert er vooralsnog te weinig.

Kinderrechter Ellen van Kalveen herkent de zorgen volledig. Zij ziet dagelijks hoe rechterlijke beslissingen niet of slechts gedeeltelijk uitgevoerd kunnen worden. “Door personeelstekorten en een gebrek aan geschikte opvangplaatsen kunnen onze beslissingen niet altijd worden uitgevoerd. Het wordt steeds moeilijker om kinderen en hun ouders de hulp en bescherming te bieden die zij nodig hebben,” stelt zij.

Structurele problemen al jaren bekend

De zorgen over de jeugdhulp zijn allesbehalve nieuw. Kinderrechters, jeugdbeschermingsorganisaties en gemeenten waarschuwen al jaren voor de gevolgen van bezuinigingen, decentralisatie en een toenemende complexiteit van problematiek bij gezinnen. Toch blijven structurele oplossingen uit. Het gevolg is een jeugdhulpketen waarin wachttijden oplopen en passende hulp vaak te laat komt.

Binnen het rechtsgebied van kinderrechters – van gezags- en omgangszaken tot kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdstrafrecht – lopen rechters steeds tegen dezelfde beperkingen aan. Beslissingen die bedoeld zijn om kinderen snel veiligheid en stabiliteit te bieden, stranden regelmatig in de uitvoering.

Beschermingsmaatregelen zonder uitvoering

Wanneer kinderrechters vaststellen dat een kind ernstig wordt bedreigd in zijn of haar ontwikkeling, kunnen zij ingrijpen. Dat kan door een ondertoezichtstelling of, in het uiterste geval, een uithuisplaatsing. In theorie moeten deze maatregelen leiden tot directe hulp en begeleiding. In de praktijk blijkt dat vaak anders.

Door een tekort aan jeugdbeschermers krijgen kinderen en gezinnen regelmatig te maken met wisselende contactpersonen. Dat ondermijnt de continuïteit van de hulp en vertraagt noodzakelijke interventies. Daarnaast zorgen wachtlijsten voor onderzoeken, zoals opvoedvaardigheden of diagnostiek, ervoor dat uithuisgeplaatste kinderen soms onnodig lang gescheiden blijven van hun ouders.

Gebrek aan geschikte opvangplaatsen

Een ander groot knelpunt is het tekort aan passende opvang. De gesloten jeugdzorg wordt afgebouwd, maar vervangende vormen van zorg blijven achter. Vooral specialistische zorg voor kinderen met zware gedrags- of psychiatrische problemen is schaars.

Het gevolg is schrijnend: kinderen blijven langer dan nodig in gesloten instellingen, worden overgeplaatst naar minder passende locaties of keren terug naar huis zonder de benodigde structuur en begeleiding. In open instellingen worden soms vrijheidsbeperkende maatregelen toegepast, zoals opsluiting op de kamer, omdat personeel en expertise ontbreken om goede begeleiding te bieden.

Jeugdstrafrecht steeds verder onder druk

Ook binnen het jeugdstrafrecht zijn de gevolgen groot. Het tekort aan hulpverleners en gespecialiseerde plaatsen ondermijnt de pedagogische aanpak die centraal staat in het jeugdrecht. In justitiële jeugdinrichtingen zorgt personeelsschaarste ervoor dat jongeren veel tijd op hun kamer doorbrengen en dat behandelingen vertraging oplopen of helemaal niet starten.

Daarnaast leidt plaatsgebrek ertoe dat jongvolwassenen soms in reguliere gevangenissen belanden. Deze instellingen zijn niet ingericht op begeleiding en ontwikkeling, terwijl juist dát de kern is van het jeugdstrafrecht.

Problemen rond de PIJ-maatregel

Bij jongeren die een PIJ-maatregel opgelegd krijgen – ook wel jeugd-TBS genoemd – stapelen de problemen zich op. Door het ontbreken van geschikte vervolgplekken stagneert de uitstroom. Jongeren blijven langer vastzitten dan noodzakelijk, of worden juist te vroeg naar huis gestuurd zonder voldoende begeleiding. Beide scenario’s vergroten het risico op terugval en nieuwe strafbare feiten.

Rechters voor moeilijke dilemma’s

Kinderrechters proberen de gevolgen van het falende systeem zoveel mogelijk te beperken. Zaken komen vaker terug op zitting om te controleren of hulp daadwerkelijk op gang komt. Toch ontkomen rechters er soms niet aan om in hun beslissingen al rekening te houden met wat praktisch haalbaar is, in plaats van wat inhoudelijk nodig is.

Dat roept fundamentele vragen op. Is het gerechtvaardigd om ingrijpende maatregelen te nemen als de uitvoering tekortschiet? Volgens rechter Van Kalveen is de situatie onhoudbaar. “We zien dagelijks kinderen en gezinnen die dringend hulp nodig hebben. Het is echt noodzakelijk dat de problemen in de hele jeugdhulpketen worden aangepakt.”

Zonder snelle en structurele verbeteringen dreigt een generatie kwetsbare kinderen tussen wal en schip te vallen. De noodkreet vanuit de rechtspraak laat weinig ruimte voor uitstel.

Geef een reactie