DEN HAAG, 18 maart 2026 – De verwerking van afval wordt de komende jaren fors duurder. Het kabinet verhoogt stapsgewijs meerdere belastingen voor afvalverbrandingsinstallaties en bedrijven die afval storten. Die hogere lasten moeten bijdragen aan klimaatdoelen en minder afvalproductie, maar zullen naar verwachting ook merkbaar worden voor inwoners en bedrijven.
De belastingmaatregelen raken verschillende onderdelen van de afvalketen. Daardoor neemt de druk op afvalverwerkers toe, terwijl gemeenten en bedrijven uiteindelijk een deel van die extra kosten kunnen doorberekenen. Voor huishoudens kan dat op termijn betekenen dat de rekening voor afvalinzameling en verwerking stijgt.
Vrijstelling voor zuiveringsslib verdwijnt
Een van de belangrijkste wijzigingen gaat in op 1 januari 2027. Vanaf dat moment moeten afvalverbrandingsinstallaties afvalstoffenbelasting betalen voor het verbranden van zuiveringsslib, het materiaal dat overblijft bij het zuiveren van water. Tot 2027 geldt daarvoor nog een vrijstelling.
Met het afschaffen van die uitzondering wordt een extra kostenpost toegevoegd aan de verwerking van deze reststroom. Dat raakt vooral installaties die grote hoeveelheden slib verwerken.
Hogere CO2-belasting voor verbrandingsinstallaties
Ook vanaf 1 januari 2027 stijgt de CO2-belasting voor afvalverbrandingsinstallaties. Het kabinet wil daarmee bereiken dat verbranders minder uitstoten en sneller investeren in schonere technieken.
Die maatregel past binnen het bredere klimaatbeleid van de regering. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en zo de klimaatdoelen dichterbij te brengen. Tegelijkertijd leidt een hogere CO2-heffing tot oplopende kosten voor de sector.
Afvalstoffenbelasting stijgt fors in 2028
In 2028 gaat de afvalstoffenbelasting verder omhoog naar 90,21 euro per 1000 kilo. Ter vergelijking: in 2025 ligt dat bedrag nog op 39,71 euro per 1000 kilo.
Dat betekent meer dan een verdubbeling in enkele jaren tijd. Voor afvalverwerkers en bedrijven die afhankelijk zijn van verbranding van restafval wordt het daarmee aanzienlijk duurder om afval af te voeren en te verwerken.
Storten van afval moet onaantrekkelijk blijven
Het kabinet wil tegelijk voorkomen dat bedrijven door hogere verbrandingskosten uitwijken naar het storten van afval. Daarom wordt ook de belasting op storten met ontheffing verhoogd.
Vanaf 2029 stijgt die belasting naar 234,83 euro per 1000 kilo. Daarna loopt het bedrag jaarlijks verder op. In 2025 bedraagt deze belasting nog 39,71 euro per 1000 kilo.
Met die forse verhoging wil de regering voorkomen dat storten goedkoper of aantrekkelijker wordt dan verbranden. Volgens het kabinet moet dat bedrijven aansporen om afval te voorkomen en grondstoffen beter te hergebruiken.
Kabinet wil minder afval en minder uitstoot
De regering koppelt de belastingverhogingen aan drie duidelijke doelen. In de eerste plaats moeten afvalverbrandingsinstallaties minder CO2 uitstoten. Daarnaast wil het kabinet voorkomen dat bedrijven kiezen voor storten in plaats van verbranden. Ook moeten ondernemingen worden gestimuleerd om minder afval over te houden.
Daarmee kiest het kabinet voor een systeem waarin vervuilende en weinig duurzame verwerking duurder wordt. De verwachting is dat bedrijven daardoor meer gaan inzetten op recycling, afvalscheiding en beperking van restafval.
Hogere kosten kunnen bij inwoners terechtkomen
Hoewel de maatregelen zich in eerste instantie richten op afvalverwerkers en bedrijven, is de kans groot dat ook burgers de gevolgen gaan merken. Hogere verwerkingskosten werken vaak door in tarieven die gemeenten betalen voor inzameling en verwerking van afval.
Wanneer gemeenten met hogere kosten worden geconfronteerd, kunnen die uiteindelijk zichtbaar worden in lokale heffingen of afvalstoffenheffingen. Daarmee dreigt de rekening van het nieuwe beleid niet alleen bij de sector, maar uiteindelijk ook bij inwoners terecht te komen.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.