Minderjarige krijgt 600 dagen jeugddetentie na reeks inbraken

Gerechtsgebouw Rechtbank Midden-Nederland in Lelystad

LELYSTAD, 24 februari 2026 – De Rechtbank Midden-Nederland heeft een minderjarige jongen veroordeeld tot 600 dagen jeugddetentie, waarvan 280 dagen voorwaardelijk, wegens zijn rol in meerdere woninginbraken, pogingen daartoe, handel in harddrugs, vernieling, deelname aan een criminele organisatie en het bezit van een vuurwapen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer in Lelystad.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich in de periode van eind 2024 tot begin 2025 schuldig heeft gemaakt aan een reeks strafbare feiten die een aanzienlijke impact hadden op slachtoffers en de samenleving. De zaak werd achter gesloten deuren behandeld, omdat het om een minderjarige ging.

Reeks woninginbraken en pogingen

Volgens de rechtbank nam de verdachte samen met anderen deel aan meerdere woninginbraken in Lelystad. Daarbij werden onder meer geld, horloges en sieraden buitgemaakt. Ook werden verschillende pogingen tot woninginbraak bewezen verklaard, waarbij ruiten werden ingegooid en kozijnen en schuifpuien werden beschadigd.

De rechtbank sprak de jongen gedeeltelijk vrij van één specifieke woninginbraak, omdat zijn bijdrage daarbij onvoldoende werd geacht om te spreken van medeplegen. In de overige gevallen vond de rechtbank de rol van de verdachte wel degelijk van voldoende gewicht, onder meer doordat hij op de uitkijk stond en actief betrokken was bij de uitvoering.

Harddrugs en deallijn

Naast de inbraken hield de minderjarige zich volgens de rechtbank schuldig aan de handel in cocaïne en heroïne. Hij beheerde gedurende enkele weken een zogeheten deallijn, nam bestellingen aan en bezorgde drugs per fiets. Uit telefoon- en locatiegegevens leidde de rechtbank af dat hij in elk geval tussen eind oktober en half december 2024 actief was in de drugshandel.

De rechtbank kwam tot een gedeeltelijke vrijspraak voor de periode daarna, omdat uit het dossier bleek dat de verdachte de activiteiten had gestaakt en later in voorlopige hechtenis zat. Niettemin kwalificeerde de rechtbank de bewezen periode als ernstig, mede gezien de jonge leeftijd van de verdachte en de risico’s die drugshandel met zich meebrengt.

Criminele organisatie en misbruik kwetsbare persoon

Een belangrijk onderdeel van het vonnis betreft de deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband dat zich richtte op woninginbraken en het witwassen van gestolen goederen. De verdachte had daarin een ondergeschikte, maar wel wezenlijke rol.

Volgens de rechtbank maakte de groep bovendien misbruik van een kwetsbare oudere vrouw, wier woning werd gebruikt als opslag- en ontmoetingsplek. De jongen was regelmatig in deze woning aanwezig en wist van het criminele gebruik ervan. Daarmee had hij, aldus de rechtbank, wetenschap van het oogmerk van de organisatie.

Vuurwapenbezit en vernieling

Verder werd bewezen verklaard dat de minderjarige in januari 2025 een omgebouwd gaspistool en bijbehorende munitie voorhanden had. Het bezit van het wapen woog zwaar mee in de strafmaat, omdat dit volgens de rechtbank het gevoel van onveiligheid in de samenleving versterkt. Ook bekende de verdachte dat hij een raam had vernield.

Overwegingen bij de straf

Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst en de samenloop van de feiten, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Uit psychologische en psychiatrische rapportages bleek dat bij de jongen sprake is van gedragsproblemen en een verhoogd risico op herhaling.

Deskundigen adviseerden een strak kader van begeleiding en behandeling, onder meer via intensief toezicht door de jeugdreclassering. De rechtbank nam dit advies over en legde naast de jeugddetentie een proeftijd van twee jaar op, met bijzondere voorwaarden. Deze voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.

De voorwaardelijke straf moet volgens de rechtbank bijdragen aan gedragsverandering en het verminderen van het recidiverisico. Tegelijkertijd wilde de rechtbank met de onvoorwaardelijke detentie een duidelijk signaal afgeven dat dergelijk strafbaar gedrag onacceptabel is.

Duidelijk signaal

Met het vonnis onderstreept de rechtbank het belang van een combinatie van straf en behandeling bij jeugdige verdachten die betrokken zijn bij ernstige criminaliteit. Woninginbraken, drugshandel en wapenbezit hebben volgens de rechtbank grote gevolgen voor slachtoffers en tasten het veiligheidsgevoel in woonwijken aan.

De uitspraak is in eerste aanleg gedaan. Of tegen het vonnis hoger beroep wordt ingesteld, is nog niet bekend.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie