RIVM-model gericht op incidentele oversterfte
DEN HAAG, 10 februari 2026 – Volgens de minister is het rekenmodel van het RIVM primair bedoeld om incidentele oversterfte vast te stellen. De wekelijkse cijfers die worden gepubliceerd, zijn gebaseerd op door het CBS aangeleverde sterftegegevens en vormen slechts één van meerdere indicatoren om sterftetrends te volgen. Het model is nadrukkelijk niet bedoeld voor het signaleren van langdurige of structurele oversterfte.
Naast de oversterftemonitor spelen volgens de bewindsman ook andere indicatoren een belangrijke rol, zoals levensverwachting, leeftijdsspecifieke sterftekansen en trends in doodsoorzaken. Deze gegevens worden door het CBS afzonderlijk gepubliceerd en geanalyseerd.
Geen signalen over zorgwekkende trends
In de Kamer waren vragen gesteld over mogelijke zorgwekkende oversterfte bij specifieke groepen, waaronder vrouwen rond de veertig jaar. De minister geeft aan hierover geen signalen te hebben ontvangen van het RIVM. Wel wijst hij op een rapport van het CBS uit maart 2025, waarin doodsoorzaaktrends tussen 2014 en 2024 zijn onderzocht.
Dat rapport laat onder meer zien dat de coronapandemie mogelijk heeft bijgedragen aan een verhoogde kwetsbaarheid voor hart- en vaatziekten, doordat een eerdere daling in sterftecijfers werd onderbroken. Tegelijkertijd benadrukt het CBS dat deze analyses beschrijvend van aard zijn en geen causale verbanden aantonen.
Monitoring oversterfte beëindigd
Het CBS stopte eind 2023 met de specifieke monitoring van (over)sterfte. Volgens het statistiekbureau lag de referentieperiode die daarvoor werd gebruikt – de jaren voorafgaand aan de coronapandemie – te ver in het verleden om nog een statistisch verantwoorde vergelijking te maken. Door demografische veranderingen zou deze basis onvoldoende solide zijn geworden.
De minister neemt deze uitleg over en stelt dat hij vertrouwt op de expertise en signalering van zowel het CBS als het RIVM. Mocht daar aanleiding toe zijn, dan wordt hij door deze instanties geïnformeerd over relevante ontwikkelingen.
Voorstel voor alternatief model
In de brief gaat de minister ook in op een voorstel om een alternatief rekenmodel te ontwikkelen, gebaseerd op het begrip ‘normsterfte’. Hij geeft aan bekend te zijn met dit idee, maar stelt dat het niet aan hem is om onderzoeksinstituten aan te sturen in de keuze of ontwikkeling van modellen.
Onderzoekers zijn volgens hem vrij om via wetenschappelijke publicaties en peer review bij te dragen aan het debat over methoden en aannames. Eventuele aanpassingen in rekenmodellen volgen uit dat proces en niet uit politieke aanwijzingen.
Internationale kennisuitwisseling
Het RIVM heeft eerder, in reactie op een Kamermotie, een reflectie opgesteld over het huidige rekenmodel voor oversterfte. Daarin staat dat het instituut actief deelneemt aan internationale kennisuitwisseling, onder meer binnen het Europese EuroMOMO-consortium.
Binnen die samenwerkingsverbanden lopen trajecten om alternatieve of aanvullende modellen te ontwikkelen en te toetsen. Deze kunnen op termijn leiden tot verfijning van de huidige werkwijze, aldus de minister.