Minister Wiersma: ingetrokken glyfosaatactikel raakt beleid niet

Minister Femke Wiersma beantwoordt Kamervragen over glyfosaat in de Tweede Kamer

DEN HAAG, 2 februari 2026 – Het intrekken van een invloedrijk wetenschappelijk artikel over het bestrijdingsmiddel glyfosaat heeft geen gevolgen voor het Nederlandse en Europese beleid. Dat stelt minister Femke Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur in antwoord op Kamervragen van Laura Bromet (GroenLinks/PvdA). Volgens de minister is het betreffende artikel nooit gebruikt als basis voor toelatingsbesluiten of risicobeoordelingen. Antwoord op vragen van het lid …

De vragen volgden op berichtgeving over een review-artikel dat na 25 jaar is ingetrokken, mede vanwege twijfels over de totstandkoming en mogelijke invloed van de producent van glyfosaat. Bromet wilde weten in hoeverre dit artikel heeft bijgedragen aan beleid rond het veelgebruikte onkruidbestrijdingsmiddel.

Alleen originele studies tellen mee

Volgens Wiersma ging het om een zogenoemd review-artikel, waarin bestaande onderzoeken worden samengevat. Dergelijke publicaties spelen geen rol in de officiële beoordeling van werkzame stoffen. “Bij de Europese besluitvorming worden uitsluitend originele studierapporten gebruikt,” aldus de minister. De conclusies uit het ingetrokken artikel zijn daarom niet meegenomen bij de hernieuwde Europese goedkeuring van glyfosaat in 2023.

Het intrekken van de publicatie heeft volgens Wiersma dan ook geen gevolgen voor de toelating van middelen op basis van glyfosaat, noch voor het bestaande beleidskader.

Waarborgen tegen ondeugdelijk onderzoek

Bromet vroeg daarnaast welke waarborgen bestaan om ondeugdelijk of gekleurd onderzoek uit besluitvorming te weren. De minister wijst op meerdere controlemechanismen binnen het Europese beoordelingsproces. Zo moeten studies voldoen aan Good Laboratory Practice (GLP) en worden zij beoordeeld op betrouwbaarheid en relevantie, onder meer aan de hand van internationale criteria.

Daarnaast vindt er een collegiale toetsing plaats door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en andere lidstaten. Ook is er een openbare consultatie. Sinds 2019 zijn bedrijven bovendien verplicht om studies vooraf aan te melden en na afronding te overleggen, om het achterhouden van ongunstige resultaten te voorkomen.

Geen herziening toetsingskader

De Kamervragen vroegen ook of de recente berichtgeving aanleiding vormt om het Europese toetsingskader voor glyfosaat te herzien. Wiersma ziet daar geen reden toe. Omdat het ingetrokken artikel geen rol speelde in de risicobeoordeling, acht zij een herziening “niet nodig, noch nationaal, noch Europees”.

Ook een nationale herbeoordeling door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) acht de minister niet aan de orde.

Lobby en onafhankelijkheid

Bromet stelde verder de rol van producenten, zoals Monsanto, ter discussie en pleitte voor een mogelijk lobbyverbod. Wiersma benadrukt dat toelatingsbesluiten volledig onafhankelijk worden genomen door het Ctgb. Volgens haar wijst deze instantie iedere vorm van ongeoorloofde beïnvloeding af.

Voor haar eigen beleidsvorming blijft de minister wel in gesprek met een breed scala aan partijen, waaronder boeren, maatschappelijke organisaties en fabrikanten. “Die dialoog is nodig om een goed beeld te krijgen van maatschappelijke en economische gevolgen van beleid,” stelt zij.

Alternatieven en vervolgonderzoek

Over onderzoek naar alternatieven voor glyfosaat, mede naar aanleiding van advies van de Raad van State, meldt Wiersma dat de Kamer daarover later afzonderlijk schriftelijk wordt geïnformeerd. Daarbij zal worden ingegaan op de onafhankelijkheid en zorgvuldigheid van dat onderzoek.

Geen aanpassing beleid voorzien

Tot slot vraagt Bromet of de minister bereid is het glyfosaatbeleid aan te scherpen. Wiersma verwijst naar de Europese hergoedkeuring in 2023, die is gebaseerd op een dossier met meer dan 2400 studies. De onafhankelijke wetenschappelijke instanties concluderen volgens haar dat glyfosaat bij correct gebruik veilig kan worden toegepast.

Op basis van deze conclusies zijn momenteel geen aanvullende maatregelen nodig,” aldus de minister.

Geef een reactie