DEN HELDER, 18 ferbruari 2026 – Nederland stuurt in 2026 opnieuw een marineschip naar de Indo-Pacific. Het luchtverdedigings- en commandofregat Zr.Ms. De Ruyter vertrekt medio april uit Den Helder en keert naar verwachting halverwege september terug. Dat schrijft het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer.
De inzet past binnen de ambitie om elke twee jaar een maritieme presentie in de regio te realiseren. Volgens het kabinet zijn stabiliteit en welvaart in Europa nauw verbonden met ontwikkelingen in de Indo-Pacific, die geldt als economisch en geopolitiek zwaartepunt.
Diplomatie, veiligheid en samenwerking
Met de missie wil Nederland zijn positie als betrouwbare partner in de regio onderstrepen. Het fregat zal meerdere havenbezoeken afleggen en deelnemen aan zogenoemde passing exercises met marines van partnerlanden. Daarmee moet de militaire samenwerking en onderlinge interoperabiliteit worden versterkt.
Daarnaast draagt de aanwezigheid bij aan het bevorderen van de internationale rechtsorde, waaronder de vrijheid van doorvaart. Strategische zeeroutes in de regio zijn kwetsbaar door toenemende militarisering.
Deelname aan internationale oefeningen
De reis is ook bedoeld om de gereedheid en geoefendheid van de Koninklijke Marine te vergroten. Zr.Ms. De Ruyter neemt deel aan internationale oefeningen als Rim of the Pacific en Pacific Dragon rond Hawaï, waaraan marines uit een groot aantal landen meedoen.
Onderweg zal het schip associated support leveren aan verschillende internationale maritieme missies, zonder onder directe bevelsstructuur te vallen. Het gaat onder meer om NAVO-, EU- en multilaterale operaties gericht op maritieme veiligheid, antipiraterij en sanctiehandhaving.
Veiligheidssituatie en kosten
Volgens het kabinet zijn er momenteel geen aanwijzingen voor een directe fysieke dreiging voor Nederlandse marineschepen in de Indo-Pacific. Het fregat opereert op basis van het internationaal recht, waaronder het VN-Zeerechtverdrag.
De inzet wordt geraamd op 9,1 miljoen euro en komt voornamelijk ten laste van het budget van de Koninklijke Marine. De ministers van Ministerie van Defensie en Ministerie van Buitenlandse Zaken benadrukken dat de missie bijdraagt aan zowel nationale als bondgenootschappelijke belangen.