Nieuwe stappen tegen armoede: Niemand mag door het ijs zakken

Een infographic die de structurele aanpak van het Nationaal Programma Armoede en Schulden in Nederland toelicht.

DEN HAAG, 10 maart 2026 – Het kabinet zet onverminderd in op de bestrijding van armoede en problematische schulden. In de meest recente voortgangsrapportage over het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS) benadrukt minister Vijlbrief dat er in het afgelopen halfjaar belangrijke stappen zijn gezet, maar dat de maatschappelijke opgave nog altijd groot is. Met een structureel budget van 150 miljoen euro werkt het kabinet aan een integrale aanpak om financiële zelfstandigheid voor alle Nederlanders te bevorderen.

Het in juni 2025 gestarte Nationaal Programma Armoede en Schulden heeft als kernopdracht het voorkomen van armoede, het ondersteunen van mensen die al in een kwetsbare positie verkeren en het drastisch verminderen van het aantal huishoudens met problematische schulden. Volgens minister Vijlbrief is hierbij een integrale aanpak essentieel, waarbij kennis en ervaringen van onder meer ervaringsdeskundigen, gemeenten en maatschappelijke organisaties worden gebundeld.

Cijfers en de kwetsbare middenmoot

De armoedecijfers over 2024 laten zien dat 3,1% van de mensen en 2,8% van de kinderen onder de armoedegrens leeft. Hoewel dit lager uitvalt dan in eerdere voorspellingen, is er in 2024 sprake van een lichte stijging ten opzichte van 2023, mede door het wegvallen van de energietoeslag.

Naast de groep die formeel in armoede leeft, wijst het rapport op een grote groep financieel kwetsbaren. Zo’n 1,1 miljoen mensen hebben een inkomen net boven de armoedegrens, waardoor zij nauwelijks buffer hebben voor onvoorziene tegenvallers. Daarnaast kampt 47% van de Nederlandse gezinnen met financiële kwetsbaarheid, wat in tijden van stijgende prijzen en onzekerheid zorgt voor een risico op escalatie van geldzorgen.

Focus op werkenden

Een speerpunt binnen het NPAS is de positie van werkenden. Het kabinet stelt vast dat er een substantiële groep mensen is die, ondanks een baan, moeilijk rondkomt. Dit risico neemt toe bij levensgebeurtenissen of onverwachte kosten.

“Werken moet lonen”, stelt het kabinet als fundament onder het beleid. Om deze groep te ondersteunen, wordt er ingezet op het stimuleren van meer werkuren, betere werkomstandigheden en gerichte ondersteuning bij geldzorgen via werkgevers en huisartsen. Daarnaast wordt via het programma ‘Meer uren werkt’ onderzocht welke belemmeringen – zoals gezondheid of zorgtaken – werkenden ervan weerhouden hun arbeidsuren uit te breiden.

Preventie en vereenvoudiging

Het kabinet ziet de complexiteit van de huidige inkomensondersteuning als een barrière voor bestaanszekerheid. Veel mensen zijn afhankelijk geworden van een woud aan toeslagen, wat zorgt voor onvoorspelbaarheid. Via de ‘hervormingsagenda inkomensondersteuning’ wordt gewerkt aan vereenvoudiging en een toereikend sociaal minimum.

Daarnaast is er aandacht voor het ‘niet-gebruik’ van voorzieningen. Veel mensen die recht hebben op steun, maken hier geen gebruik van. Een wetsvoorstel voor proactieve dienstverlening moet dit veranderen, door UWV, SVB en gemeenten toe te staan actief contact op te nemen met mensen die mogelijk recht hebben op ondersteuning.

Kinderen en Caribisch Nederland

De aanpak voor kinderen die opgroeien in armoede blijft een prioriteit. Hoewel er een licht dalende trend zichtbaar is in het aantal kinderen in armoede, blijft de impact op hun ontwikkeling groot. Het kabinet werkt aan een brede sociale agenda waarin preventief en integraal werken centraal staat, mede naar aanleiding van signalen van de Kinderombudsman.

Ook in Caribisch Nederland is de situatie urgent. Het armoedevraagstuk is daar aanzienlijk groter, waarbij de overheid structureel 30 miljoen euro uittrekt voor het verbeteren van de bestaanszekerheid op Bonaire, Saba en Sint-Eustatius.

Toekomstblik

In het tweede kwartaal van 2026 wordt de Kamer nader geïnformeerd over de ontwikkelagenda ‘Integraal Schuldenoverzicht’. Eind 2026 volgen bovendien de uitkomsten van een grootschalige beleidsdoorlichting over de periode 2019-2025, die moet dienen als basis voor verdere aanscherping van het beleid.

Ondanks de geboekte resultaten blijft de boodschap van minister Vijlbrief onveranderd: de inzet is noodzakelijk om te voorkomen dat mensen in de samenleving door het ijs zakken.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie