AMSTERDAM – Acteur, schrijver en televisiepresentator Maarten Spanjer (73) heeft met zijn eigenzinnige humor, Amsterdamse directheid en bijzondere talent om mensen aan het praten te krijgen een blijvende plaats veroverd in de Nederlandse televisiegeschiedenis. Van zijn rol in de spraakmakende film Spetters tot de openhartige gesprekken in het legendarische televisieprogramma Taxi: Spanjer wist als geen ander de gewone mens tot hoofdpersoon te maken.

Maarten Spanjer werd op 24 oktober 1952 geboren in Amsterdam. Zijn liefde voor verhalen, zijn gevoel voor humor en zijn vermogen om het alledaagse bijzonder te maken, zouden de rode draad vormen door zijn lange carrière.

Hij was geen traditionele televisiepersoonlijkheid. Spanjer kon brutaal zijn, onverwacht uit de hoek komen en met een enkele opmerking een compleet gesprek een andere richting geven. Maar achter die scherpe humor zat ook iemand die oprecht geïnteresseerd was in wat anderen te vertellen hadden.

Doorbraak met Spetters van Paul Verhoeven

Spanjer verwierf landelijke bekendheid door zijn rol als Hans in Spetters, de in 1980 verschenen speelfilm van regisseur Paul Verhoeven.

De film vertelt het verhaal van drie jonge mannen die dromen van een succesvolle toekomst in de motorcrosswereld. Het werd een van de meest besproken Nederlandse films van die periode.

Spetters veroorzaakte bij de première veel ophef door de expliciete seksscènes, het geweld en de rauwe manier waarop Verhoeven het leven van de hoofdpersonen in beeld bracht.

Voor Spanjer betekende de film zijn grote doorbraak bij het Nederlandse publiek. Hij bewees dat hij niet alleen over komisch talent beschikte, maar ook geloofwaardig gestalte kon geven aan personages met scherpe kanten en menselijke tekortkomingen.

Daarna volgden rollen in verschillende Nederlandse films en televisieseries.

Zo speelde hij Piet Stok in de populaire televisieserie De Fabriek, die begin jaren tachtig werd uitgezonden. Ook was hij te zien in films als De gulle minnaar en Ik ben Joep Meloen.

Een nieuwe generatie leerde Spanjer later kennen als Gerben Zonderland in De Schippers van de Kameleon uit 2003 en het vervolg Kameleon 2 uit 2005.

Taxi maakte van Spanjer een televisielegende

Zijn grootste televisiesucces kwam in de jaren negentig met Taxi, het programma waarin hij als taxichauffeur nietsvermoedende passagiers door de straten vervoerde.

In de auto waren verborgen camera's aangebracht. Terwijl de passagiers dachten een gewone taxirit te maken, stelde Spanjer vragen over hun leven, werk, relaties, zorgen en persoonlijke ervaringen.

Het leverde een uitzonderlijk televisieprogramma op waarin humor en ontroering voortdurend dicht bij elkaar lagen.

Soms stapte een passagier in die de ene na de andere grap vertelde. Even later kon een volkomen onbekende reiziger zijn verdriet delen over een verloren liefde, ziekte of het overlijden van een dierbare.

Spanjer wist vaak met slechts enkele vragen een bijzonder persoonlijk gesprek op gang te brengen.

Hij beschikte over een eigenschap die maar weinig televisiepresentatoren bezitten: het vermogen om oprechte belangstelling te tonen zonder dat het gesprek geforceerd aanvoelde.

Juist daardoor durfden passagiers soms verhalen te vertellen die zij vermoedelijk niet snel in een televisiestudio zouden hebben gedeeld.

Miljoenen Nederlanders keken naar Taxi

Het NCRV-programma groeide uit tot een van de grote televisiehits van de jaren negentig. Op het hoogtepunt trok Taxi bijna drie miljoen kijkers.

In 1995 werd het programma bekroond met de prestigieuze Gouden Roos van Montreux, een internationale onderscheiding voor televisieprogramma's.

Daarmee kreeg ook buiten Nederland erkenning wat Spanjer zo bijzonder maakte.

Een van de bekendste momenten uit Taxi was de rit met acteur Rijk de Gooyer, die zijn Gouden Kalf uit het raam van de auto gooide.

Het fragment werd onderdeel van de Nederlandse televisiegeschiedenis en paste bij de eigenzinnige humor die beide acteurs met elkaar deelden.

Spanjer presenteerde Taxi vier seizoenen. Daarna namen verschillende andere presentatoren het stuur over, maar de oorspronkelijke afleveringen met Spanjer bleven voor veel kijkers het gezicht van het programma.

Humor en onvergetelijke typetjes

Naast zijn acteerwerk en Taxi verwierf Spanjer bekendheid met verschillende komische personages.

Zo speelde hij de voetbalombudsman drs. Vijfje in het satirische programma Voetbal '80. Met zijn uitgesproken mening en absurdistische opmerkingen dreef hij de spot met de voetbalwereld.

Ook zijn creatie Beun de Haas in reclamefilmpjes voor de BOVAG werd bijzonder populair.

Zijn gevoel voor timing, de Amsterdamse tongval en de herkenbare manier waarop hij zijn personages neerzette, maakten hem tot een vertrouwd gezicht op de Nederlandse televisie.

Daarnaast werkte hij samen met Rijk de Gooyer aan verschillende reclamecampagnes, waaronder commercials voor KPN.

De vriendschap tussen beide acteurs was gebaseerd op een gedeeld gevoel voor humor en een afkeer van overdreven plechtigheid.

Van acteur tot schrijver

In latere jaren richtte Spanjer zich steeds meer op het schrijven.

Hij publiceerde verschillende verhalenbundels waarin hij herinneringen aan zijn jeugd, ontmoetingen met bijzondere mensen en alledaagse gebeurtenissen vastlegde.

Tot zijn boeken behoren Eigen schuld, Moedeloos voorwaarts, Vissen is ook een sport en Geluk is een herinnering.

In dat laatste boek blikte hij terug op zijn jeugd in het Amsterdam van de jaren vijftig en zestig.

Ook verschenen De kunst van het loslaten en Amsterdammers hebben geen humor.

Zijn schrijfstijl vertoonde sterke overeenkomsten met zijn televisiewerk: direct, geestig, soms meedogenloos, maar altijd met aandacht voor de menselijke kant van een verhaal.

Openhartig over zijn strijd tegen kanker

In augustus 2026 vertelde Spanjer openhartig over de kankerdiagnoses die hij een jaar eerder had gekregen.

Bij hem was zowel blaas- als prostaatkanker vastgesteld. Hij onderging een zware operatie waarbij zijn blaas en prostaat werden verwijderd.

De ingrijpende behandeling veranderde zijn dagelijks leven. Spanjer moest leren leven met een urinestoma en had na de operatie minder energie.

Toch bleef zijn gevoel voor humor overeind.

In een interview met De Telegraaf vertelde hij dat hij niet bang was voor de dood. Hij beschouwde het leven als een merkwaardige grap waarvan een mens het beste moest proberen te maken.

Zijn ervaringen in het ziekenhuis vormden bovendien de inspiratie voor nieuwe verhalen.

Vanaf eind augustus schreef hij wekelijks een column in De Telegraaf over zijn ziekte, de ziekenhuisopnames, het herstel en de mensen die hij tijdens die periode ontmoette.

Ook in deze verhalen bleef hij de scherpe waarnemer die zijn publiek jarenlang had leren kennen.

Een bijzondere plaats in de televisiegeschiedenis

Het werk van Maarten Spanjer laat zien dat goede televisie niet altijd grote decors, spectaculaire spelprogramma's of bekende gasten nodig heeft.

Soms volstaan een eenvoudige auto, een onbekende passagier en een presentator die werkelijk wil weten welk verhaal iemand te vertellen heeft.

Dat was de kracht van Taxi.

Zijn filmrollen, humoristische personages en boeken tonen daarnaast een veelzijdige artiest die zich nooit volledig liet vastleggen op één genre.

Voor velen blijft hij de man achter het stuur, die met een scherpe opmerking het ijs kon breken en enkele minuten later aandachtig luisterde naar een aangrijpend levensverhaal.

Het zijn die beelden en verhalen die Maarten Spanjer een blijvende plaats geven in de Nederlandse cultuur- en televisiegeschiedenis.