DEN HAAG – Het kabinet stelt tussen 2027 en 2030 in totaal 84,5 miljoen euro extra beschikbaar voor internationale gezondheidszorg en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten. Het geld moet vooral de toegang tot basisgezondheidszorg voor vrouwen, meisjes en kwetsbare bevolkingsgroepen in ontwikkelingslanden verbeteren. Dat schrijft minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vrijdag 23 oktober aan de Tweede Kamer. Vanaf 2032 komt jaarlijks structureel nog eens 10 miljoen euro extra beschikbaar.

Met de investering wil het kabinet voorkomen dat eerder behaalde resultaten op het gebied van moedersterfte, kindersterfte en de bestrijding van infectieziekten verloren gaan. Volgens de minister staan de rechten van vrouwen en meisjes wereldwijd steeds verder onder druk, terwijl internationale financiering voor gezondheidszorg en ontwikkelingssamenwerking juist afneemt.

Wereldwijde vooruitgang staat onder druk

De afgelopen decennia is wereldwijd aanzienlijke vooruitgang geboekt op het gebied van gezondheidszorg. Volgens cijfers die het kabinet aanhaalt, is de moedersterfte sinds 2000 met 40 procent afgenomen. De kindersterfte daalde sinds 1990 met 60 procent. Ook de bestrijding van hiv en aids heeft belangrijke resultaten opgeleverd.

Sinds 2010 nam het aantal nieuwe hiv-infecties wereldwijd met 42 procent af, terwijl het aantal sterfgevallen als gevolg van aids met 57 procent daalde. Investeringen in preventie, behandeling, veilige bevallingen en toegang tot anticonceptie hebben volgens het kabinet een belangrijke bijdrage geleverd aan deze ontwikkelingen.

Die vooruitgang wordt echter bedreigd door bezuinigingen op internationale ontwikkelingshulp en toenemende beperkingen van rechten en vrijheden in verschillende landen.

Vooral vrouwen, meisjes en gemarginaliseerde bevolkingsgroepen worden hierdoor geraakt. Het kabinet wijst daarnaast op internationale bewegingen die zich verzetten tegen gendergelijkheid en seksuele en reproductieve rechten.

Nederland wil daarom zijn internationale inzet versterken en blijven investeren in gezondheidsvoorzieningen die deze groepen ondersteunen.

Extra investeringen lopen op tot ruim 32 miljoen euro

De aanvullende financiële middelen worden verspreid over meerdere jaren beschikbaar gesteld. In 2027 gaat het om 10 miljoen euro, gevolgd door 24,6 miljoen euro in 2028 en 17,6 miljoen euro in 2029.

In 2030 loopt de extra bijdrage op tot 32,3 miljoen euro. Daarmee komt het totale aanvullende budget voor de periode 2027 tot en met 2030 uit op 84,5 miljoen euro.

Voor 2031 is geen aanvullend bedrag opgenomen. Dat heeft volgens het ministerie te maken met een eerdere verschuiving van begrotingsmiddelen. Vanaf 2032 wordt structureel 10 miljoen euro per jaar extra beschikbaar gesteld.

De investeringen vloeien voort uit afspraken in het coalitieakkoord en aanvullende maatregelen die bij de Miljoenennota 2027 zijn aangekondigd.

Geld gaat naar gezondheidsfonds van Wereldbank

Het kabinet wil de aanvullende middelen inzetten via de Global Financing Facility (GFF), een internationaal financieringsmechanisme dat verbonden is aan de Wereldbank.

Dit fonds ondersteunt landen bij het verbeteren van hun gezondheidszorg en helpt overheden om zelf prioriteiten te stellen. Daarbij ligt de nadruk op gezondheidsvoorzieningen voor vrouwen, kinderen, adolescenten en kwetsbare bevolkingsgroepen.

Nederland draagt momenteel al jaarlijks 23,9 miljoen euro bij aan het fonds. Deze bestaande bijdrage loopt van 2026 tot en met 2030. De nieuwe investering komt daar bovenop.

Het GFF ondersteunt niet alleen medische voorzieningen, maar helpt landen ook bij het verbeteren van hun gezondheidsbeleid, begrotingsplanning en het verzamelen en gebruiken van gezondheidsgegevens.

Volgens het kabinet blijkt uit een onafhankelijke evaluatie uit 2025 dat deze aanpak effectief is. Iedere dollar die via het fonds wordt ingezet, leidt volgens die evaluatie tot minstens zeven dollar aan gezondheidsinvesteringen via financiering door de Wereldbank.

Op die manier moeten de Nederlandse bijdragen helpen om aanzienlijk grotere investeringen in de gezondheidszorg mogelijk te maken.

Meer aandacht voor basiszorg en veilige bevallingen

Een belangrijk uitgangspunt van het beleid is dat ontwikkelingslanden minder afhankelijk moeten worden van afzonderlijke internationale hulpprogramma's.

In plaats van aparte programma's voor bijvoorbeeld hiv, malaria en moeder- en kindzorg wil het kabinet sterker inzetten op gezondheidszorg waarbij verschillende medische diensten gezamenlijk worden aangeboden.

Door gezondheidswerkers breder op te leiden en zorgvoorzieningen efficiënter te organiseren, kunnen landen volgens het ministerie met dezelfde middelen meer mensen bereiken.

Daarbij gaat het onder meer om veilige zwangerschappen en bevallingen, toegang tot anticonceptie, gezinsplanning, de bestrijding van infectieziekten en algemene eerstelijnszorg.

Het kabinet vindt deze benadering noodzakelijk omdat internationale ontwikkelingsbudgetten onder druk staan en partnerlanden steeds meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de financiering van hun eigen gezondheidsvoorzieningen.

Gezondheidszorg moet positie van vrouwen versterken

De Nederlandse regering benadrukt dat investeringen in seksuele en reproductieve gezondheid niet alleen medische voordelen opleveren, maar ook bijdragen aan maatschappelijke en economische ontwikkeling.

Wanneer vrouwen en meisjes toegang hebben tot betrouwbare gezondheidszorg en zelf beslissingen kunnen nemen over zwangerschap en gezinsplanning, ontstaan volgens het kabinet betere mogelijkheden om onderwijs te volgen en deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

Dat draagt volgens de minister bij aan economische zelfstandigheid, gelijkwaardigheid en de ontwikkeling van gezinnen en gemeenschappen.

Daarnaast ziet het kabinet sterke gezondheidsstelsels als een belangrijk onderdeel van internationale veiligheid. Landen met goed functionerende zorgvoorzieningen zijn beter in staat om uitbraken van infectieziekten, zoals ebola, te bestrijden en toekomstige gezondheidscrises op te vangen.

Jaarlijkse controle op resultaten van investeringen

Het ministerie wil de resultaten van de extra financiële steun nauwlettend volgen. Het Global Financing Facility beschikt hiervoor over een systeem waarmee gezondheidsontwikkelingen in deelnemende landen worden gemeten.

Daarbij wordt onder meer gekeken naar moedersterfte, kindersterfte, babysterfte en het aantal bevallingen onder adolescenten. Ook de toegankelijkheid van gezondheidsvoorzieningen speelt een belangrijke rol.

Het fonds rapporteert jaarlijks over de behaalde resultaten. Deze informatie wordt meegenomen in de reguliere verantwoording van de Nederlandse begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Nederland is bovendien vertegenwoordigd in verschillende bestuursorganen van het GFF en kan via deze weg invloed uitoefenen op beleidskeuzes en de besteding van middelen.

Volgens het kabinet blijkt uit eerdere evaluaties dat landen die door het fonds worden ondersteund betere resultaten boeken bij het terugdringen van moeder- en kindersterfte en het verbeteren van de toegang tot moderne anticonceptie.

Nederland wil internationale betrokkenheid behouden

Met de aangekondigde investeringen onderstreept het kabinet dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten een belangrijk onderdeel blijven van het Nederlandse buitenlandbeleid.

Minister Sjoerdsma stelt dat de combinatie van afnemende internationale financiering en toenemende druk op fundamentele rechten vraagt om een versterkte Nederlandse inzet.

Het kabinet verwacht dat de extra middelen niet alleen bijdragen aan betere medische zorg, maar ook aan sterkere gezondheidsstelsels die op langere termijn zelfstandig kunnen functioneren.

Daarmee moet de investering zowel de gezondheid van miljoenen mensen helpen verbeteren als de weerbaarheid van ontwikkelingslanden tegen toekomstige gezondheidscrises vergroten.