DEN HAAG, 19 februari 2026 – Het Openbaar Ministerie heeft 14 jaar gevangenisstraf geëist tegen een inmiddels 71-jarige man uit Den Haag voor de moord op Loek van Dam (64) in 1992. Volgens de officier van justitie had de verdachte “een motief, de gelegenheid en geen alibi”.
Van Dam werd op 27 januari 1992 dood aangetroffen in het kantoortje van zijn garagebedrijf aan de Kritzingerstraat in Den Haag. Een medewerker vond het lichaam. Uit onderzoek bleek dat hij van dichtbij was doodgeschoten. Zes kogels werden van achteren op hem afgevuurd terwijl hij in zijn stoel zat. Het Openbaar Ministerie spreekt van een koelbloedige executie.
De ruim 1.700 gulden die Van Dam bij zich droeg, zat nog in zijn portemonnee. Een roofmotief werd daarom uitgesloten. Voor zover bekend had hij geen zakelijke vijanden.
Spanningen rond relatie
Uit het politiedossier uit 1992 blijkt dat Van Dam, weduwnaar, sinds ongeveer een jaar een relatie had met een getrouwde vrouw uit de buurt. Het huwelijk van de vrouw was volgens het dossier ongelukkig en er zou sprake zijn geweest van mishandeling. Van Dam hielp haar om bij haar echtgenoot weg te komen, zo blijkt onder meer uit zijn dagboek.
Dit leidde tot spanningen tussen Van Dam en de echtgenoot, de huidige verdachte. Volgens het Openbaar Ministerie bedreigde hij Van Dam herhaaldelijk. Twee dagen voor de moord meldde Van Dam zich bij de politie. Hij zou trillend en huilend hebben verklaard niet te weten hoe hij met de situatie moest omgaan.
Motief en geen alibi
Na de vondst van het lichaam kwam de politie al snel uit bij de verdachte. Hij zou meermaals hebben gezegd dat Van Dam “niet lang meer te leven” had. Op het moment van de moord had de zoon van de verdachte een afspraak met Van Dam gemaakt, waardoor toegang tot het doorgaans afgesloten kantoor mogelijk was. Over zijn alibi zou de verdachte tegen de politie hebben gelogen.
Toch werd de zaak in 1992 geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De verdachte zat enige tijd vast, maar het Openbaar Ministerie besloot destijds niet tot vervolging over te gaan.
Nieuw onderzoek
In oktober 2022 meldde zich een nieuwe getuige met informatie van horen zeggen. De rechter-commissaris achtte die verklaring uiteindelijk niet betrouwbaar genoeg voor bewijs. Wel leidde de melding tot heropening van het onderzoek. Getuigen werden opnieuw gehoord en in meerdere woningen werd afluisterapparatuur geplaatst.
Volgens het Openbaar Ministerie werd duidelijk dat binnen de familie van de verdachte sprake was van een “publiek geheim”. Familieleden zouden elkaar hebben gewaarschuwd voor mogelijke afluistering en getuigen zouden instructies hebben gekregen voorafgaand aan verhoren.
“Het is duidelijk dat men hoopt dat de zaak wordt opgelost, maar niemand is bereid daar zelf een bijdrage aan te leveren”, aldus de officier van justitie. “Praten met de politie is kennelijk erger dan het plegen van een moord.”
Geknakt ego
Het Openbaar Ministerie acht bewezen dat het plan om Van Dam te doden uit de koker van de verdachte kwam, ongeacht of hij het feit zelf uitvoerde. Volgens de officier was het doden van zijn rivaal “dé oplossing”. Niet uit liefde voor zijn vrouw, maar om zijn geknakte ego te herstellen.
Bij de strafeis is rekening gehouden met de wijze waarop Van Dam om het leven kwam: van achteren doodgeschoten, zonder zijn belager te kunnen zien. Met de hoge leeftijd van de verdachte is geen rekening gehouden.
De rechtbank doet op 24 maart uitspraak.