Rechtbank verlengt PIJ-maatregel ondanks te late vordering OM

Zittingszaal van de rechtbank Midden-Nederland waar een beslissing over verlenging van een PIJ-maatregel is genomen

LELYSTAD, 6 januari 2026 – De rechtbank in Lelystad heeft besloten een maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ) met twaalf maanden te verlengen, ondanks het feit dat het Openbaar Ministerie (OM) de verlengingsvordering ruim drie maanden te laat indiende. De uitspraak werd gedaan op 5 januari 2026 en heeft betrekking op een jongere die sinds 2023 onder de PIJ-maatregel valt.

Te late indiening, toch ontvankelijk

Normaal gesproken moet een vordering tot verlenging van een PIJ-maatregel binnen een strikte wettelijke termijn worden ingediend. In dit geval gebeurde dat niet: de vordering werd pas begin december 2025 ingediend, terwijl dit uiterlijk begin september had moeten gebeuren. De reden voor de vertraging lag volgens het OM in een administratieve fout bij de registratie van de startdatum van de maatregel.

De verdediging stelde dat hierdoor sprake was van een ernstige schending van de rechten van de jeugdige en pleitte voor niet-ontvankelijkheid van het OM. Volgens de rechtbank is de termijnoverschrijding inderdaad fors en wordt deze het OM ook nadrukkelijk aangerekend. Toch oordeelt de rechtbank dat de vordering nog binnen een redelijke termijn is ingediend.

Belang van maatschappij en jeugdige doorslaggevend

Bij haar beslissing woog de rechtbank meerdere belangen af. Enerzijds het belang van de jeugdige om tijdig duidelijkheid te hebben over zijn rechtspositie, anderzijds het belang van de samenleving bij bescherming tegen recidive. Uit rapportages van de jeugdinrichting blijkt dat er bij de jongere nog steeds sprake is van gedrags- en persoonlijkheidsproblematiek en dat het recidiverisico zonder verdere behandeling als matig tot hoog wordt ingeschat.

De rechtbank benadrukt dat de jongere nog aan het begin staat van zijn resocialisatietraject. Hij heeft inmiddels stappen gezet, waaronder begeleid verlof en een leer-werkplek binnen de inrichting, maar verdere behandeling is noodzakelijk om terugval te voorkomen.

Verkorting van de verlenging

Hoewel de inrichting aanvankelijk een verlenging van achttien maanden adviseerde, koos de rechtbank bewust voor een kortere periode van twaalf maanden. Daarmee wil zij enerzijds recht doen aan de termijnoverschrijding door het OM en anderzijds de jongere gemotiveerd houden in zijn behandeltraject. De rechtbank geeft aan dat deze verkorting niet betekent dat de maatregel na die twaalf maanden automatisch eindigt, maar dat dan opnieuw kan worden beoordeeld hoe ver de behandeling is gevorderd.

Duidelijk signaal aan het OM

In de uitspraak klinkt ook kritiek door richting het Openbaar Ministerie. De rechtbank noemt het kwalijk dat signalen van de jeugdige over het verlopen van de termijn onvoldoende serieus zijn genomen. Tegelijkertijd acht zij voortzetting van de maatregel noodzakelijk, zowel voor de veiligheid van anderen als voor de ontwikkeling van de jongere zelf.

De verlengde PIJ-maatregel loopt met terugwerkende kracht vanaf oktober 2025. Zonder verdere verlenging zal de maatregel voorwaardelijk eindigen in september 2026 en onvoorwaardelijk in september 2027.

Geef een reactie