Rechtbank vernietigt afwijzing asielaanvraag Ugandese man

Interieur van een Nederlandse rechtbank tijdens een zitting over vreemdelingenrecht en asiel

DEN HAAG, 25 maart 2026 – De rechtbank Den Haag heeft de afwijzing van een asielaanvraag door een Ugandese man vernietigd. Volgens de rechter heeft de minister van Asiel en Migratie de verklaringen van de aanvrager onvoldoende gewogen in de integrale geloofwaardigheidsbeoordeling. De minister moet de aanvraag nu opnieuw beoordelen.

Gebrekkige motivering door ministerie

De zaak draait om een man uit Uganda die in Nederland bescherming zocht. De minister wees de aanvraag op 9 december 2025 af, omdat de verklaringen van de man over zijn asielmotieven niet geloofwaardig zouden zijn. De rechtbank oordeelt echter in de uitspraak van 24 maart 2026 dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen.

De rechter stelt vast dat de minister niet alle relevante verklaringen over de vier kern-thema’s uit de geldende werkinstructie (WI 2019/17) heeft meegewogen. Hierdoor ontbreekt een volledige en transparante analyse van wat de man heeft aangevoerd. De minister verzuimde bovendien te motiveren hoe de verschillende onderdelen van het verhaal ten opzichte van elkaar zijn gewogen.

Integrale geloofwaardigheidsbeoordeling

In het vreemdelingenrecht is de zogenaamde ‘integrale geloofwaardigheidsbeoordeling’ een cruciaal onderdeel. Hierbij moet de overheid alle feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bekijken. In deze specifieke casus bleek dat de minister bepaalde elementen weliswaar benoemde, maar niet duidelijk maakte welk gewicht eraan werd toegekend.

De rechtbank benadrukt dat een asielzoeker recht heeft op een deugdelijke motivering, zeker wanneer er sprake is van complexe persoonlijke thema’s. Omdat de minister niet kon uitleggen waarom bepaalde verklaringen minder zwaar wogen dan andere, kan de afwijzing niet in stand blijven.

Gevolgen en proceskosten

Door de uitspraak van de rechtbank is het eerdere besluit van de minister van de baan. De bewindsman heeft de opdracht gekregen om een nieuw besluit te nemen, waarbij de uitspraken van de rechter strikt in acht moeten worden genomen. Dit betekent dat de minister de verklaringen van de Ugandese man opnieuw en vollediger moet waarderen.

De minister is tevens veroordeeld in de proceskosten van de eiser. Deze zijn vastgesteld op een bedrag van 1.868 euro. De uitspraak biedt de asielzoeker voorlopig uitstel van vertrek, in afwachting van de nieuwe beoordeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie