UTRECHT, 13 maart 2026 – De kantonrechter in Utrecht heeft uitspraak gedaan in een hoog opgelopen burenruzie waarbij beide partijen over en weer eisten dat beveiligingscamera’s werden verwijderd. Na toetsing aan de privacywetgeving (AVG) moet zowel de eisende als de gedaagde partij diverse camera’s weghalen.
De buren beschuldigden elkaar van het inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer door het filmen van elkaars percelen of de openbare weg. De kantonrechter oordeelde dat beveiligingscamera’s moeten voldoen aan strikte eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Camera’s niet proportioneel
Bij de gedaagde partij moet één specifieke camera worden verwijderd, omdat deze onnodig hoog hing waardoor het perceel van de buurvrouw gefilmd kon worden. Andere camera’s van deze bewoner voldeden wel aan de eisen, omdat zij voornamelijk eigen terrein filmden en een duidelijk gerechtvaardigd belang dienden ter bescherming tegen vandalisme.
Voor de eisende partij pakte de uitspraak ongunstiger uit: zij moet al haar vijf camera’s (A tot en met E) verwijderen. Volgens de rechter heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat haar apparatuur voldoet aan de beginselen van de AVG, noch dat er een rechtvaardigingsgrond is voor de inbreuk op de privacy van de buurman
Onrechtmatige lichthinder
Naast de camera’s oordeelde de rechter ook over een felle buitenlamp van de eisende partij. Omdat deze lamp een sterkte heeft van 4.750 lumen en vaak aanspringt, veroorzaakt deze volgens de rechter onrechtmatige lichthinder voor de buurman. Deze lamp moet eveneens worden verwijderd.
Beide partijen hebben vijf dagen de tijd om aan het vonnis te voldoen. Gebeurt dit niet, dan hangt hen een dwangsom boven het hoofd van 500 euro per dag, tot een maximum van 50.000 euro per overtreder. De proceskosten worden tussen beide buren gecompenseerd.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.