HAARLEM, 7 februari 2026 – De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft een verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen in een zaak over de weigering van uitbetaling van een WW-uitkering. Volgens de rechter is onvoldoende sprake van een spoedeisend financieel belang. De uitspraak is gedaan zonder zitting.
Het verzoek was ingediend door een inwoner van Hoofddorp, nadat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) had besloten de WW-uitkering per 13 december 2025 niet tot uitbetaling te laten komen. Het UWV meent dat sprake is van verwijtbare werkloosheid. Tegen dat besluit loopt nog een bezwaarprocedure.
Uitspraak zonder zitting
De voorzieningenrechter heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen. Volgens de rechtbank is het verzoek kennelijk ongegrond. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een voorlopige voorziening alleen worden getroffen als sprake is van onverwijlde spoed.
Bij financiële geschillen geldt volgens vaste rechtspraak dat alleen in uitzonderlijke gevallen een voorschot of voorlopige betaling wordt toegewezen. Daarvoor moet sprake zijn van een acute financiële noodsituatie.
Geen acute financiële nood
De verzoekster stelde dat zij door het uitblijven van de WW-uitkering in financiële problemen is geraakt en haar vaste lasten niet kan betalen. Zij gaf aan dat alternatieve inkomensvoorzieningen, zoals een bijstandsuitkering, niet tijdig zouden kunnen worden gerealiseerd.
De rechtbank volgt dat standpunt niet. Volgens de voorzieningenrechter zijn geen bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de financiële situatie zo nijpend is dat de beslissing op het bezwaar niet kan worden afgewacht. Een overzicht van vaste lasten alleen is daarvoor onvoldoende.
Mogelijkheid tot bijstand
Daarnaast wijst de rechtbank erop dat de verzoekster door het UWV is gewezen op de mogelijkheid om bijstand aan te vragen bij de gemeente. Ook kan in dat kader een voorschot worden verstrekt. Dat de verzoekster ervoor kiest deze weg niet te bewandelen, maakt volgens de rechter niet dat sprake is van spoedeisend belang.
De stelling dat bijstand niet tijdig beschikbaar zou zijn, wordt door de rechtbank verworpen. Gemeenten hebben de mogelijkheid om voorschotten te verstrekken in afwachting van een besluit op een bijstandsaanvraag.
Verzoek definitief afgewezen
De conclusie van de voorzieningenrechter is dat onvoldoende sprake is van spoedeisend belang. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Het betaalde griffierecht wordt niet terugbetaald en er volgt geen proceskostenveroordeling.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.