Staatscommissie start met onderzoek naar gezinsingrijpen

Voorzitter Mariëtte Hamer bij de start van de staatscommissie over overheidsingrijpen in gezinnen.

DEN HAAG, 20 maart 2026 -Met ingang van 1 april 2026 start een nieuwe staatscommissie die moet adviseren over de vraag wanneer de overheid mag en moet ingrijpen in gezinnen waar sprake is van kindermishandeling en/of een ontwikkelingsbedreiging van kinderen. De commissie kijkt daarbij niet alleen naar de grenzen van overheidsingrijpen, maar ook naar situaties waarin de overheid juist niet mag ingrijpen en welke rechtsbescherming voor gezinnen dan nodig is.

De staatscommissie onderzoekt daarnaast of er alternatieve vormen van betrokkenheid of ingrijpen door de overheid mogelijk zijn. Daarmee moet het advies bijdragen aan een zorgvuldiger en beter onderbouwde aanpak in situaties waarin de veiligheid en ontwikkeling van kinderen onder druk staan.

Advies over grenzen van overheidsingrijpen

De commissie krijgt van de regering de opdracht om helderheid te bieden over een fundamentele vraag: wanneer is overheidsingrijpen in gezinnen gerechtvaardigd, en onder welke voorwaarden? Daarbij gaat het om een terrein waarop de belangen groot zijn en de gevolgen van besluiten diep kunnen ingrijpen in het leven van kinderen, ouders en hun directe omgeving.

De commissie moet daarom niet alleen beoordelen wanneer de overheid betrokken moet zijn, maar ook welke wettelijke en rechtsstatelijke waarborgen noodzakelijk zijn. Dat betreft onder meer de bescherming van gezinnen tegen onterecht of disproportioneel optreden van de overheid.

Relatie met hervorming van de jeugdzorg

Naast de komst van de staatscommissie werken het Rijk, gemeenten, professionals en aanbieders al aan verbeteringen binnen de jeugdzorg. Dat gebeurt onder meer via de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming.

De staatscommissie wordt uitgenodigd om met haar advies aan te sluiten bij die lopende ontwikkelingen. Het kabinet wil dat de bevindingen van de commissie ondersteunend zijn aan de veranderingen die al in gang zijn gezet binnen het stelsel van kind- en gezinsbescherming.

Toeslagenaffaire vormde belangrijke aanleiding

Een belangrijke aanleiding voor de instelling van de commissie ligt in de nasleep van de toeslagenaffaire. Uit het rapport van de Commissie toeslagen en uithuisplaatsingen bleek dat onterechte terugvorderingen in die affaire een grote rol hebben gespeeld bij de problemen van getroffen gezinnen. Die financiële en sociale druk hield volgens het rapport ook verband met uithuisplaatsingen van kinderen.

Tijdens het debat over dat rapport heeft de Tweede Kamer via een motie gevraagd om een staatscommissie in te stellen. Met de start van de commissie geeft het kabinet uitvoering aan die oproep van de Kamer.

De kwestie heeft de afgelopen jaren de discussie versterkt over de manier waarop de overheid handelt in kwetsbare gezinssituaties. Daarbij staat vooral de vraag centraal of ingrijpen altijd zorgvuldig, proportioneel en juridisch goed onderbouwd is.

Toenemende kritiek vanuit wetenschap en recht

Volgens het kabinet is er ook steeds meer juridische en wetenschappelijke kritiek op de wijze waarop de overheid ingrijpt in gezinnen waar sprake is van onveiligheid of een bedreigde ontwikkeling van kinderen. Die kritiek richt zich met name op situaties waarin wel zwaar wordt ingegrepen, maar vervolgens onvoldoende passende hulp en bescherming beschikbaar is.

Juist dat spanningsveld maakt het werk van de staatscommissie volgens de opdracht extra belangrijk. Ingrijpen door de overheid kan grote gevolgen hebben voor ouders en kinderen, zeker wanneer maatregelen diep ingrijpen in het gezinsleven. Daarom moet kritisch worden gekeken naar de vraag of de huidige praktijk voldoende zorgvuldig en rechtvaardig is ingericht.

Mariëtte Hamer aan het hoofd van de commissie

De staatscommissie staat onder leiding van mw. drs. M.I. (Mariëtte) Hamer. Naast de voorzitter bestaat de commissie uit zes leden met uiteenlopende achtergronden op bestuurlijk, ethisch, wetenschappelijk, juridisch en jeugdzorggebied.

Het gaat om:

  • dhr. mr. E. (Eddie) Bongers
  • mw. M.T.M. (Marcelle) Hendrickx
  • dhr. dr. H. (Hafez) Ismaïli M’hamdi
  • mw. prof. dr. M.J. (Majone) Steketee
  • dhr. mr. B.R. (Bart) Tromp
  • dhr. prof. dr. M.J.W. (Mark) van Twist

Met deze samenstelling wil het kabinet verschillende perspectieven bijeenbrengen in het onderzoek naar de grenzen en voorwaarden van overheidsoptreden binnen gezinnen.

Ervaringen uit de praktijk spelen belangrijke rol

De commissie baseert zich niet alleen op beleid, wetgeving en onderzoek, maar wil ook nadrukkelijk kennis en ervaringen uit de praktijk meenemen. Daarom zal zij gesprekken voeren met professionals, ouders en jongeren die te maken hebben of hebben gehad met ingrijpen in het gezin.

Op die manier moet het uiteindelijke advies niet alleen juridisch en bestuurlijk onderbouwd zijn, maar ook aansluiten bij de dagelijkse realiteit van gezinnen en hulpverleners. Vooral ervaringen van mensen die de gevolgen van ingrijpen direct hebben ondervonden, kunnen volgens het kabinet belangrijke inzichten opleveren.

Eindrapport uiterlijk in 2028

De staatscommissie brengt in de komende periode deelrapporten uit. Het eindrapport moet uiterlijk voor 1 april 2028 worden opgeleverd. Daarmee krijgt de commissie twee jaar de tijd om het vraagstuk breed te onderzoeken en aanbevelingen te formuleren voor regering en politiek.

De uitkomsten kunnen van grote betekenis zijn voor de toekomst van de jeugdbescherming in Nederland. Niet alleen omdat zij duidelijkheid moeten geven over wanneer de overheid moet optreden, maar ook omdat zij grenzen kunnen stellen aan overheidsmacht in het gezinsleven.

Zorgvuldigheid centraal

Met de instelling van de staatscommissie wil het kabinet ruimte maken voor een fundamentele herbezinning op ingrijpen in gezinnen. De discussie daarover is de afgelopen jaren verder aangescherpt door de toeslagenaffaire, door kritiek vanuit wetenschap en rechtspraak en door signalen dat passende hulp niet altijd tijdig beschikbaar is.

De komende jaren moet blijken welke lessen daaruit worden getrokken. De centrale inzet van de commissie is in ieder geval helder: beter bepalen wanneer ingrijpen noodzakelijk is, wanneer terughoudendheid geboden is en welke bescherming gezinnen mogen verwachten van de overheid.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie