Taakstraf en celstraf voor vrouw na steekincident met zoon

Rechtbank Overijssel doet uitspraak in strafzaak poging tot doodslag in Enschede

ALMELO, 24 februari 2026 – De Rechtbank Overijssel heeft een 56-jarige vrouw veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur en een grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf wegens een poging tot doodslag op haar zoon. Het steekincident vond plaats op 28 april 2024 in Enschede. Daarnaast moet de vrouw een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer. Dat blijkt uit het vonnis dat zondag openbaar is gemaakt

De rechtbank acht bewezen dat de vrouw haar zoon meerdere malen met een keukenmes heeft gestoken in de schouder, hals en het gezicht. Hoewel het slachtoffer het incident overleefde, was volgens de rechters sprake van een aanmerkelijke kans op overlijden. Daarmee is voldaan aan de juridische criteria voor poging tot doodslag.

Steekincident in woning

Het geweldsincident speelde zich af in de woning van de vrouw. Aan het steekincident ging een hevige woordenwisseling tussen moeder en zoon vooraf. Kort daarna begaf de vrouw zich naar de keuken. Toen haar zoon haar daar volgde, pakte zij een mes van het aanrecht en stak hem meerdere keren.

Uit forensisch onderzoek bleek dat de hals een kwetsbaar lichaamsdeel is en dat het letsel aanzienlijk ernstiger had kunnen uitpakken. Volgens de rechtbank had het slachtoffer bij een combinatie van verwondingen een overlijdenskans van circa 50 procent. Dat het niet tot de dood is gekomen, is volgens de rechters niet aan het handelen van de verdachte te danken.

Geen geslaagd beroep op noodweer

De verdediging voerde aan dat de vrouw handelde uit zelfverdediging en zich bedreigd voelde door haar zoon, die volgens haar fysiek sterker was en haar eerder had mishandeld. Ook werd een beroep gedaan op noodweerexces, waarbij sprake zou zijn geweest van paniek en hevige angst.

De rechtbank ging daar niet in mee. Volgens de rechters was er op het moment van steken geen sprake van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanval. De woordenwisseling was al beëindigd en de zoon keerde zich juist van zijn moeder af toen zij hem stak. Daarmee ontbrak de noodzaak tot directe verdediging, aldus de rechtbank.

Voorwaardelijk opzet aangenomen

Hoewel de rechtbank niet aannemelijk acht dat de vrouw het doel had haar zoon te doden, is wel sprake van zogenoemd voorwaardelijk opzet. Door met een mes te steken in de hals en het gezicht heeft zij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat haar zoon zou overlijden. Dat is voldoende om tot een bewezenverklaring van poging tot doodslag te komen.

De vrouw heeft het feit bekend. Daardoor kon de rechtbank volstaan met een beperkte opsomming van de bewijsmiddelen, waaronder haar eigen verklaring, een forensische letselrapportage en bevindingen van de politie in de woning.

Strafoplegging: geen onvoorwaardelijke celstraf

Bij het bepalen van de straf woog de rechtbank de ernst van het feit zwaar mee. Poging tot doodslag rechtvaardigt in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zo stelt de rechtbank. Toch is daarvan in dit geval afgezien.

Belangrijk in die afweging was dat de vrouw niet eerder met justitie in aanraking was gekomen en dat zij na het incident intensieve psychologische behandeling heeft gevolgd. Deskundigen concludeerden dat zij leed aan een depressieve stoornis met angstklachten en persoonlijkheidsproblematiek. Daardoor werd het delict haar in verminderde mate toegerekend.

De rechtbank legde uiteindelijk een gevangenisstraf op van in totaal achttien maanden en zeventien dagen, waarvan achttien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De onvoorwaardelijke component komt overeen met het voorarrest dat de vrouw al had uitgezeten. Daarnaast kreeg zij de maximale taakstraf van 240 uur en een meldplicht bij de reclassering.

Schadevergoeding voor slachtoffer

De zoon van de verdachte had zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vorderde ruim 33.000 euro aan schadevergoeding. De rechtbank kende een deel van die vordering toe. Zo moet de vrouw 727,75 euro aan materiële schade vergoeden, onder meer voor het eigen risico van de zorgverzekering.

Voor immateriële schade, waaronder psychisch leed en blijvende gevolgen van het incident, kende de rechtbank 8.000 euro toe. Een hogere vergoeding achtte de rechtbank onvoldoende onderbouwd binnen het strafproces. In totaal moet de vrouw 8.727,75 euro betalen, te vermeerderen met wettelijke rente.

Grote impact op familierelatie

Tijdens de zitting maakte het slachtoffer gebruik van zijn spreekrecht. Hij verklaarde dat het steekincident zijn leven ingrijpend heeft veranderd. Zijn gevoel van veiligheid is aangetast en het vertrouwen in zijn moeder is blijvend beschadigd. Na het incident kon hij niet langer bij haar wonen en sindsdien is er geen contact meer geweest.

Volgens de rechtbank onderstreept dit de grote impact van het geweldsincident, niet alleen lichamelijk maar ook emotioneel. Tegelijkertijd hield de rechtbank rekening met de complexe en langdurige problematiek binnen de familierelatie en de inspanningen die de vrouw na het incident heeft geleverd om herhaling te voorkomen.

Voorlopige hechtenis opgeheven

Met het uitspreken van het vonnis heeft de rechtbank het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven. De vrouw hoeft daardoor niet terug naar de gevangenis, zolang zij zich houdt aan de voorwaarden die aan de voorwaardelijke straf zijn verbonden.


Ontdek meer van HBP Media

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Geef een reactie