AMSTERDAM – De rechtbank Amsterdam heeft een 24-jarige man veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor de moord op zijn vader en een gewelddadige overval op een tankstation in Diemen. Volgens de rechtbank werkte de man volgens een vooraf bedacht plan toen hij zijn vader in maart 2024 veelvuldig met een mes stak.
De moord vond plaats in de nacht van 28 op 29 maart 2024 in Amsterdam. De politie trof de vader een dag later dood aan in een slaapkamer. Het glas van de achterdeur van de woning was ingegooid en in het huis lagen glasscherven en een stoeptegel. Het politieonderzoek leidde uiteindelijk naar de zoon van het slachtoffer, die op 4 juni 2024 werd aangehouden.
De verdachte bekende dat hij zijn vader met een mes had gestoken, maar stelde dat de confrontatie uit de hand was gelopen. Volgens hem wilde hij gebeurtenissen uit het verleden met zijn vader bespreken en ontstond na zijn komst bij de woning een ruzie.
Vader liep 23 steekwonden op
Uit sectie bleek dat het slachtoffer 23 steekletsels had. Die bevonden zich hoofdzakelijk aan de achterzijde van het lichaam, waaronder het achterhoofd, de nek en de bovenrug. Daarbij werden onder meer een wervelslagader, het ruggenmerg, een long en het middenrif geraakt. De combinatie van de verwondingen en het bloedverlies verklaarde volgens de patholoog het overlijden.
De rechtbank ging niet mee in de verklaring dat sprake was geweest van een plotseling uit de hand gelopen gevecht. Forensische bevindingen wezen er volgens de rechters juist op dat er tijdens het steken weinig beweging was. Er werden bovendien geen duidelijke afweerletsels aangetroffen en de bloedsporen concentreerden zich rond het bed.
Rechtbank ziet voorbereidingen voor moord
Volgens de rechtbank waren er meerdere aanwijzingen dat de verdachte zijn daad had voorbereid. Een dag voor de moord kocht hij zwarte sportschoenen. Hij droeg deze volgens de rechtbank tijdens het binnendringen van de woning en gooide ze na de moord, samen met zijn bebloede jas en het mes, weg.
Ook had de man ongeveer een week voor het misdrijf de simkaart uit zijn telefoon gehaald. De rechtbank achtte het niet aannemelijk dat dit toevallig gebeurde. Kort voordat hij aan zijn nachtelijke tocht richting de woning begon, maakte hij bovendien een notitie op zijn telefoon met onder meer symbolen van een mes en een bloeddruppel.
De man liep die nacht urenlang richting Amsterdam-Zuidoost. Volgens de rechtbank bood die tocht hem ruimschoots de gelegenheid om over zijn voorgenomen daad en de gevolgen daarvan na te denken. Hij verbleef enige tijd bij de woning, liep weer weg en keerde vervolgens terug. Daarmee was volgens de rechters sprake van voorbedachten rade en dus van moord.
Ook veroordeeld voor overval op tankstation
Naast de moord is de man veroordeeld voor een overval op een BP-tankstation in Diemen op 9 oktober 2020. De overvaller sprong over de balie en bedreigde een medewerkster met een mes. Zij moest ongeveer 400 euro uit de kassa afgeven.
Op een T-shirt dat na de overval op de vluchtroute werd gevonden, werd later DNA van de verdachte aangetroffen. Na zijn arrestatie voor de moord bekende hij ook de overval.
Van het bezit van een gasrevolver werd de man vrijgesproken. Zijn DNA was wel op het wapen aangetroffen, maar volgens de rechtbank kon niet worden vastgesteld wanneer, waar en onder welke omstandigheden hij het wapen had vastgehad.
OM eiste zestien jaar gevangenisstraf
Het Openbaar Ministerie had zestien jaar gevangenisstraf geรซist. Ook vroeg het OM om een gedragsbeรฏnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. De rechtbank kwam uiteindelijk tot een aanzienlijk lagere straf.
Deskundigen concludeerden dat de moord in verminderde mate aan de verdachte kon worden toegerekend. Bij de tankstationoverval was volgens hen sprake van een licht verminderde toerekenbaarheid. De rechtbank nam deze conclusies mee bij het bepalen van de straf.
Geen jeugdstrafrecht
De verdediging had gevraagd om toepassing van het adolescentenstrafrecht. Dat verzoek werd afgewezen. Hoewel de verdachte ten tijde van de feiten nog geen 23 jaar oud was, zag de rechtbank onvoldoende redenen om van het volwassenenstrafrecht af te wijken. Volgens deskundigen waren de mogelijkheden voor pedagogische beรฏnvloeding beperkt en waren geen concrete interventies uit het jeugdstrafrecht aangewezen.
Ook hield de rechtbank rekening met een overschrijding van de redelijke termijn van bijna twaalf maanden. Daarom werd drie maanden strafvermindering toegepast. Alles afwegende legde de rechtbank een gevangenisstraf van tien jaar op.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.


