ROTTERDAM, 3 februari 2026 – De rechtbank Rotterdam heeft een verdachte vrijgesproken van alle verdenkingen rond een beschieting van een bedrijfspand in Rotterdam. De man werd onder meer verdacht van het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie en van betrokkenheid bij het schietincident.
Beschuldigingen
Volgens het Openbaar Ministerie zou de verdachte in de nacht van 2 maart 2025 betrokken zijn geweest bij het beschieten van een pand aan de [adres 2] in Rotterdam. De verdenkingen omvatten bedreiging, vernieling van een gebouw en het bezit van een vuurwapen en munitie. De officier van justitie had veroordeling gevorderd voor alle ten laste gelegde feiten.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat niet bewezen kan worden dat de verdachte het vuurwapen voorhanden heeft gehad of dat hij als medepleger of medeplichtige heeft bijgedragen aan de beschieting. Uit het dossier blijkt volgens de rechters onvoldoende bewijs dat de verdachte de revolver heeft meegegeven of een actieve rol heeft gespeeld bij de voorbereiding of uitvoering van het incident.
Ook het feit dat de verdachte korte tijd deel uitmaakte van een chatgroep waarin over de beschieting werd gesproken, acht de rechtbank onvoldoende om betrokkenheid vast te stellen. Daarnaast kon niet worden bewezen dat de verdachte de foto van een geladen revolver heeft gemaakt die op zijn telefoon werd aangetroffen.
Voorlopige hechtenis opgeheven
De verdachte zat in voorlopige hechtenis, maar deze is al op 19 januari 2026 opgeheven. Met het vonnis van 2 februari 2026 komt de rechtbank tot een integrale vrijspraak van alle feiten.