BREDA, 2 februari 2026 – De Rechtbank in Breda heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens bedreiging met een vuurwapen en openlijke geweldpleging. De feiten vonden plaats op 10 november 2023 in Roosendaal. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer in Breda en is op 30 januari 2026 openbaar uitgesproken.
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte meerdere personen heeft bedreigd door een vuurwapen, dan wel een daarop gelijkend voorwerp, op hen te richten. Kort na deze bedreiging maakte hij zich bovendien schuldig aan het vernielen van een bromfiets op de openbare weg.
Bedreiging op klaarlichte dag
Volgens de rechtbank vond de bedreiging plaats tijdens een vermeende ruzie die ‘uitgesproken’ moest worden. Daarbij richtte de verdachte een vuurwapen of een voorwerp dat daarop leek op vier personen. De rechtbank stelt vast dat dit soort handelen grote angst veroorzaakt bij de slachtoffers en bijdraagt aan gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
In het vonnis benadrukt de rechtbank dat vuurwapens steeds vaker worden gebruikt bij conflicten, wat volgens haar een onaanvaardbaar risico vormt voor de veiligheid in de openbare ruimte.
Vernieling van bromfiets
Na de bedreiging pleegde de verdachte openlijk geweld tegen een bromfiets. Hij trapte het voertuig omver, stak de banden lek en trapte het windscherm kapot. De rechtbank rekent ook dit feit de verdachte zwaar aan, mede omdat het geweld plaatsvond op een voor het publiek toegankelijke locatie.
Zwaardere straf dan geëist
De officier van justitie had een taakstraf van 240 uur geëist, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. De rechtbank week daarvan af en legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op.
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de zogeheten LOVS-oriëntatiepunten. Voor bedreiging met een vuurwapen geldt daarin als uitgangspunt een gevangenisstraf van zes maanden. De rechtbank achtte deze straf passend en geboden, mede omdat er geen persoonlijke omstandigheden bekend zijn geworden die tot strafvermindering aanleiding geven.
Geen zicht op persoonlijke omstandigheden
Uit justitiële documentatie blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is geweest. Pogingen van de reclassering om contact met hem te krijgen zijn echter mislukt. Daardoor had de rechtbank geen inzicht in zijn persoonlijke situatie.
De gevangenisstraf zal volledig worden uitgezeten in een penitentiaire inrichting, totdat de verdachte eventueel in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.