LEEUWARDEN, 21 januari 2026 – De officier van justitie heeft een gevangenisstraf van achttien maanden en TBS met voorwaarden geëist tegen een man die zijn ex-partner bijna drie jaar lang structureel heeft belaagd. Volgens het Openbaar Ministerie was sprake van ernstig gevaar en had de zaak kunnen uitmonden in femicide.
Femicide als context van de zaak
De officier begon het requisitoir met cijfers uit een recente berichtgeving over femicide. Vorig jaar werden in Nederland 37 vrouwen vermoord, tegenover 44 een jaar eerder. Zeventien vrouwen kwamen om het leven door toedoen van hun (ex-)partner. De toenemende aandacht voor femicide kan volgens deskundigen bijdragen aan het eerder herkennen van gevaarlijke situaties.
Volgens de officier was ook in deze zaak sprake van een reëel risico. De aangeefster herkende uiteindelijk het gevaar na het beëindigen van haar relatie en besloot op 20 augustus 2024 aangifte te doen tegen haar ex-partner.
Jarenlange intimidatie en controle
De verdachte stuurde de vrouw gedurende bijna drie jaar dreigende, dwingende en beledigende berichten. Hij waarschuwde haar dat zij moest oppassen of zou overlijden, dreigde met zelfmoord en liet weten dat hij wist waar zij was. Daarbij deed hij uitspraken waaruit bleek dat hij haar observeerde.
Naast digitale belaging zocht de verdachte haar ook fysiek op. Hij reed langs haar woning, verscheen bij haar werk en volgde haar digitaal via een app op zijn telefoon. Ook plaatste hij tweemaal een tracker onder haar auto.
Maatregelen zonder effect
Volgens de officier stopte het gedrag niet toen de aangeefster aangaf dat het moest stoppen. Ook een stopgesprek met de politie, een eerste aanhouding, een gedragsaanwijzing en later opgelegde voorwaarden bij schorsing hadden geen effect. Pas na zijn laatste aanhouding op 29 oktober 2024, toen de verdachte in voorlopige hechtenis werd genomen, kwam er een einde aan de belaging.
Zorgen over veiligheid
Tijdens het onderzoek bestonden er ernstige zorgen over de veiligheid van de aangeefster. Die zorgen werden versterkt nadat uit onderzoek naar de telefoon van verdachte bleek dat hij serieuze interesse had in de aanschaf van vuurwapens.
Uit het verzoek om schadevergoeding blijkt dat de impact op de aangeefster groot is. Zij leeft nog dagelijks in angst, is voortdurend alert en is door de gebeurtenissen in de ziektewet terechtgekomen. Ze durft nauwelijks alleen over straat, is sociaal geïsoleerd geraakt en vreest de dag dat de verdachte weer vrijkomt.
Eis: celstraf en TBS met voorwaarden
Gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van verdachte acht de officier een onvoorwaardelijke gevangenisstraf noodzakelijk. Daarnaast volgt het OM het advies van psychiaters, psychologen en de reclassering.
De officier eist achttien maanden gevangenisstraf en TBS met voorwaarden, waaronder een contactverbod. Ook wordt gevraagd om een gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen om het risico op herhaling te beperken.
De rechtbank doet op 3 februari uitspraak.