Rechtbank Den Bosch: celstraf na ontvoering drie kinderen

Rechtbank Oost-Brabant waar de strafzaak over het mesincident in Vinkel werd behandeld

DEN BOSCH, 22 december 2025 – De rechtbank Oost-Brabant (locatie ’s-Hertogenbosch) heeft op 19 december 2025 een man veroordeeld voor het onttrekken van drie minderjarige kinderen aan het wettig gezag. De kinderen waren allen jonger dan twaalf jaar. De man nam hen mee naar het buitenland en hield hen daar maandenlang, waardoor de moeder – die het gezag uitoefende – haar rol niet kon vervullen.

De rechtbank legt een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast volgt een vrijheidsbeperkende maatregel: een contactverbod en een gebiedsverbod, die dadelijk uitvoerbaar zijn verklaard. Ook wordt een schadevergoeding aan de moeder toegewezen.

Wat is bewezen verklaard?

Volgens het vonnis heeft de veroordeelde in de periode van 30 december 2024 tot en met 9 mei 2025 in Nederland, België en Portugal opzettelijk drie kinderen onttrokken aan het wettig gezag. De moeder had dat gezag. De rechtbank achtte dit wettig en overtuigend bewezen.

Omdat de verdachte het feit heeft bekend en er geen vrijspraak is bepleit, volstond de rechtbank met een beknopte opsomming van de bewijsmiddelen. In de kern ging het om aangifte en aanvullend verhoor van de moeder, plus de verklaring van verdachte ter zitting van 9 december 2025.

Waarom de rechtbank dit zwaar aanrekent

De rechtbank benadrukt dat het gaat om een langdurige onttrekking: ruim vier maanden. Daarbij speelde mee dat:

  • de kinderen jong waren;
  • zij in die periode niet naar school gingen;
  • verdachte de kinderen niet zelf terugbracht;
  • hij een Portugese rechterlijke beslissing om terug te brengen naast zich neerlegde;
  • uiteindelijk een Europees aanhoudingsbevel nodig was;
  • de kinderen getuige zijn geweest van de aanhouding, wat volgens de rechtbank beangstigend kan zijn;
  • verdachte eerder schorsingsvoorwaarden zou hebben overtreden, waaronder (volgens de rechtbank) het niet naleven van een contactverbod.

De rechtbank noemt ook dat het handelen het loyaliteitsconflict bij de kinderen heeft versterkt en dat de moeder in deze periode de kinderen en ook het jongste broertje moest missen, wat emotioneel zwaar weegt.

Straf: 18 maanden, maar deels voorwaardelijk

Het Openbaar Ministerie eiste een hogere straf (3 jaar cel, waarvan 1 jaar voorwaardelijk), plus een vrijheidsbeperkende maatregel voor 5 jaar. De rechtbank kiest voor een beduidend lagere straf dan geëist, mede omdat door het OM aangehaalde vergelijkingszaken volgens de rechtbank “van een andere aard” waren.

Toch vindt de rechtbank dat een gevangenisstraf noodzakelijk is voor normhandhaving: 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Het voorwaardelijk deel moet voorkomen dat de veroordeelde opnieuw de fout ingaat.

Bijzondere voorwaarden (proeftijd 3 jaar)

Aan het voorwaardelijke deel zijn voorwaarden gekoppeld, waaronder:

  • Meldplicht bij de reclassering (Leger des Heils).
  • Ambulante behandeling: meewerken aan diagnostiek en behandeling bij een forensisch zorgverlener, zolang de reclassering dat nodig vindt.

De reclassering schatte het recidiverisico als gemiddeld en adviseerde toezicht en behandeling. Verdachte verklaarde bereid te zijn zich aan voorwaarden te houden.

38v-maatregel: contactverbod en gebiedsverbod (dadelijk uitvoerbaar)

Naast de straf legt de rechtbank een maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid op voor 3 jaar:

  • Contactverbod: geen direct of indirect contact met de moeder en de kinderen (met een beperkte uitzonderingsmogelijkheid via jeugdbescherming/instantie).
  • Gebiedsverbod: de veroordeelde mag zich niet bevinden in Geldrop en Eindhoven.

De maatregel is dadelijk uitvoerbaar verklaard. Dat betekent dat deze meteen geldt, ook als er nog rechtsmiddelen lopen. Bij overtreding kan vervangende hechtenis worden toegepast (twee weken per overtreding, tot maximaal zes maanden).

Schadevergoeding: vordering moeder toegewezen, kinderen niet-ontvankelijk

De rechtbank wijst de vordering van de moeder volledig toe: € 7.997,53, bestaande uit:

  • € 5.322,53 materiële schade (onder meer reis-/verblijfskosten en gemiste inkomsten),
  • € 2.675,00 immateriële schade.

Daarover wordt wettelijke rente toegekend vanaf 9 mei 2025 tot aan volledige betaling. Ook legt de rechtbank een schadevergoedingsmaatregel op, zodat de Staat de betaling bevordert.

De vorderingen die namens de kinderen waren ingediend (ieder € 2.675,00 immateriële schade) zijn niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank vindt dat de schade en het causaal verband in deze strafprocedure niet eenvoudig vast te stellen zijn zonder een uitgebreide behandeling. De kinderen kunnen daarvoor nog naar de burgerlijke rechter.

Breder beeld: internationale kinderontvoering blijft maatwerk

De rechtbank verwijst naar de OM-richtlijn waarin internationale kinderontvoering als categorie “maatwerk” wordt gezien, met straffen die – afhankelijk van omstandigheden – sterk kunnen verschillen. In deze zaak woog mee dat Portugal binnen de EU valt, maar ook dat een terugkeer zonder ingrijpen niet tot stand kwam en dat rechterlijke beslissingen niet werden opgevolgd.

De uitspraak onderstreept dat rechters bij dit type zaken niet alleen kijken naar het overbrengen van kinderen, maar ook naar duur, schoolgang, opvolging van rechterlijke bevelen, en het risico op herhaling.

Geef een reactie