DEN BOSCH, 12 maart 2026 – Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft een man veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf voor verkrachting in vereniging. De zaak draait om gebeurtenissen tijdens een huisfeest in Tilburg in september 2020. Volgens het hof heeft de verdachte samen met een medeverdachte een vrouw gedwongen seksuele handelingen te ondergaan.
De uitspraak volgde op hoger beroep tegen een eerder vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Die rechtbank legde eerder een straf op van 24 maanden cel, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof vernietigde dat vonnis deels en kwam tot een andere bewezenverklaring en een hogere onvoorwaardelijke straf.
Onverwachte wisseling tijdens seks
Volgens het hof had de vrouw aanvankelijk vrijwillig seks met de verdachte. Tijdens die seksuele handelingen kwam een medeverdachte herhaaldelijk de slaapkamer binnen. De vrouw had volgens het arrest meerdere keren duidelijk gemaakt dat zij niets met die man wilde en dat hij moest weggaan.
Toch ging het later alsnog mis. Terwijl de vrouw seks had met de verdachte, vond volgens het hof onverwacht een wisseling plaats. De medeverdachte nam de plaats van de verdachte over en penetreerde haar van achteren. De vrouw kon zich daar volgens het hof niet tegen verzetten, omdat zij niet wist dat die wisseling had plaatsgevonden.
Het hof stelde vast dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen beide mannen. Daarbij woog mee dat de verdachte tijdens het feest via WhatsApp een bericht stuurde met de tekst: ‘Kom naar de kamer’.
WhatsApp-berichten als steunbewijs
Belangrijk in de zaak waren meerdere WhatsApp-gesprekken die volgens het hof steun gaven aan de aangifte van het slachtoffer. Daaruit leidde het hof af dat de gebeurtenissen in de slaapkamer niet op zichzelf stonden en dat binnen de vriendengroep achteraf uitvoerig is gesproken over wat er was gebeurd.
Ook een later groepsgesprek speelde een rol. Daarin werden regels opgesteld zoals ‘nee is nee’ en ‘geen ploege’. Het hof zag daarin een aanwijzing dat het incident binnen de groep als ernstig probleem werd gezien.
Straf lager door te lange duur procedure
Het hof vond in beginsel een celstraf van 30 maanden passend. Toch viel de uiteindelijke straf lager uit. Dat kwam doordat de zaak in eerste aanleg te lang duurde. De redelijke termijn was daar volgens het hof met negen maanden overschreden.
Om die reden werd de straf met drie maanden verminderd. Daarmee kwam de definitieve straf uit op 27 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.
Schadevergoeding voor slachtoffer
Naast de celstraf moet de veroordeelde samen met de medeverdachte een schadevergoeding van 5.000 euro betalen aan het slachtoffer. Dat bedrag is bedoeld als vergoeding voor immateriële schade. Het hof wees erop dat het slachtoffer nog altijd gevolgen ondervindt van wat er is gebeurd en behandelingen heeft ondergaan, waaronder EMDR-therapie.
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.