HAARLEM, 24 februari 2026 – Vandaag, 24 februari 2026, heeft de meervoudige strafkamer van de Rechtbank in Haarlem een ingrijpend vonnis gewezen in een omvangrijke zedenzaak. De verdachte is veroordeeld voor een reeks ernstige strafbare feiten, variërend van de verkrachting van minderjarigen tot het grootschalig bezit en verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar, heeft de rechtbank de maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) met voorwaarden opgelegd om de maatschappij te beschermen en herhaling te voorkomen.
Bewezenverklaring: Een schokkend feitencomplex
De rechtbank achtte veertien verschillende feiten wettig en overtuigend bewezen. De feiten vonden grotendeels plaats tussen 2013 en begin 2025
Verkrachting en sexchatting
Centraal in de zaak stonden de verkrachtingen van twee minderjarige slachtoffers, aangeduid als slachtoffer 1 en slachtoffer 2. De rechtbank oordeelde dat de verdachte deze kinderen, beiden tussen de twaalf en zestien jaar oud, aanzette tot seksuele handelingen met zichzelf terwijl hij toekeek via digitale kanalen, wat juridisch wordt gekwalificeerd als het binnendringen van het lichaam.
Daarnaast maakte de verdachte zich schuldig aan ‘sexchatting’ en het seksueel corrumperen van in totaal zes minderjarige meisjes. Hij gebruikte hierbij meerdere accounts en deed zich vaak voor als een leeftijdsgenoot om het vertrouwen van de kinderen te winnen. De chatgesprekken waren expliciet, grensoverschrijdend en zeer schadelijk voor de ontwikkeling van de slachtoffers.
Kinderporno en doodsbedreigingen
Naast het direct misbruiken van kinderen, werd de verdachte veroordeeld voor het vervaardigen, verspreiden en bezitten van kinderporno. Hij maakte onder andere screenshots en opnames tijdens het beeldbellen met de slachtoffers. Bovendien bleek de verdachte gedurende meer dan tien jaar een grote hoeveelheid verboden beeldmateriaal te hebben verzameld, waarbij hij van dit bezit een ‘gewoonte’ had gemaakt.
Toen sommige slachtoffers of betrokkenen weerstand boden, schroomde de verdachte niet om over te gaan tot zware bedreigingen. Hij verstuurde afbeeldingen van vuurwapens en dreigde slachtoffers “dood te slaan” of “neer te steken”
Psychische problematiek en verminderde toerekeningsvatbaarheid
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank zwaar laten wegen dat de verdachte kampt met diverse psychische stoornissen. Onderzoek door gedragsdeskundigen wees uit dat er sprake is van een ontwikkelingsstoornis, een licht verstandelijke beperking en een gedragsstoornis met gebrekkige impulsbeheersing. Deze stoornissen beïnvloedden zijn gedrag ten tijde van de feiten direct. De rechtbank heeft de conclusie overgenomen dat de feiten de verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend
De strafoplegging: Vergelding en beveiliging
De officier van justitie eiste drie jaar cel en TBS met voorwaarden. De rechtbank volgde deze eis integraal.
- Gevangenisstraf: Een onvoorwaardelijke celstraf van drie jaar is opgelegd als vergelding voor het enorme leed dat de slachtoffers is aangedaan.
- TBS met voorwaarden: Omdat de kans op herhaling zonder intensieve behandeling groot wordt geacht, is TBS opgelegd. De voorwaarden zijn streng: de verdachte moet meewerken aan opname in een zorginstelling, mag geen contact hebben met minderjarigen en zijn internetgebruik wordt streng gemonitord.
- GVM: Tevens is de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (GVM) opgelegd, zodat er ook na de TBS-periode toezicht mogelijk blijft.
Impact op de slachtoffers en schadevergoeding
De rechtbank benadrukte de enorme impact van de feiten op de jonge slachtoffers en hun families. De angst en de inbreuk op hun persoonlijke integriteit zijn diepgaand. Om die reden zijn aanzienlijke schadevergoedingen toegewezen:
- Slachtoffer 1: Een bedrag van € 8.903,13 (waarvan € 8.500,- voor immateriële schade).
- Overige slachtoffers: Diverse bedragen variërend van € 750,- tot € 3.500,- voor de geleden psychische schade.
De rechtbank legde tevens de schadevergoedingsmaatregel op, wat betekent dat de Staat de inning van de gelden overneemt van de slachtoffers.
Conclusie: Een noodzakelijke ingreep
Dit vonnis van de Rechtbank Noord-Holland onderstreept de ernst waarmee digitale zedendelicten en online grooming worden aangepakt. Door de combinatie van een langdurige celstraf en een dadelijk uitvoerbare TBS-maatregel wordt getracht zowel recht te doen aan de slachtoffers als de maatschappij langdurig te beveiligen tegen een dader met complexe problematiek
Ontdek meer van HBP Media
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.