DEN HAAG, 19 februari 2026 – JA21 heeft Kamervragen gesteld over het Nationaal onderzoek moslimdiscriminatie van Regioplan en de Universiteit Utrecht en een aanvullend rapport van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS). De partij zet vraagtekens bij de financiering, de betrokken organisaties en de wetenschappelijke onderbouwing van de conclusies.
Rol Diyanet ter discussie
De vragen zijn ingediend door Kamerleden Joost Eerdmans en Annabel Nanninga en gericht aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zij willen onder meer weten waarom is samengewerkt met de Islamitische Stichting Nederland (ISN), die gelieerd is aan Diyanet, het Turkse presidium voor godsdienstzaken. Volgens JA21 roept die samenwerking vragen op over onafhankelijkheid en politieke beïnvloeding.
Kritiek op steekproefomvang
JA21 wijst erop dat beide onderzoeken gebaseerd zijn op relatief kleine steekproeven van respectievelijk 38 en 57 respondenten, aangevuld met literatuuronderzoek. De partij vraagt of op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat moslimdiscriminatie in Nederland een structureel probleem vormt.
Werving respondenten en kosten
Ook de manier waarop respondenten zijn geworven ligt onder vuur. Volgens JA21 is een deel via sociale media en eerdere onderzoeksdeelnemers benaderd, wat volgens de partij de representativiteit kan beïnvloeden. Daarnaast vraagt JA21 hoeveel publiek geld aan de onderzoeken is besteed en of dit als doelmatig kan worden beschouwd.
Minister moet antwoorden
De vragen maken deel uit van het parlementaire toezicht op door de overheid gefinancierd onderzoek. De minister moet de Kamer nog schriftelijk informeren over de gestelde punten.