Jeugddetentie na gewelddadige overval op Hoogvliet

Gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag waar het vonnis in de jeugdstrafzaak werd uitgesproken

DEN HAAG, 18 februari 2026 – De rechtbank Den Haag heeft een minderjarige verdachte veroordeeld tot 330 dagen jeugddetentie, waarvan 42 dagen voorwaardelijk, voor haar rol bij een gewelddadige overval op een supermarkt in Voorburg. Daarnaast werd zij veroordeeld voor een poging tot afpersing en het meermalen beledigen van politieagenten. De uitspraak werd gedaan op 12 februari 2026. ECLI_NL_RBDHA_2026_3055

De rechtbank besloot geen PIJ-maatregel op te leggen, ondanks zorgen over de persoonlijke problematiek van de verdachte. Volgens de rechters is onvoldoende gebleken van een ernstig recidiverisico dat zo’n zware maatregel rechtvaardigt.

Overval met messen op veertienjarige leeftijd

De feiten dateren van 1 maart 2024, toen de verdachte veertien jaar oud was. Samen met een mededader pleegde zij een overval op een filiaal van supermarktketen Hoogvliet in Voorburg. Beide verdachten droegen gezichtsbedekking en waren gewapend met grote messen.

Het supermarkt­personeel werd bedreigd, waarna geld uit meerdere kassalades werd weggenomen. De rechtbank stelde vast dat sprake was van een vooraf beraamde actie, waarbij messen kort voor de overval werden gestolen en bewust andere kleding werd aangetrokken om herkenning te voorkomen.

De overval veroorzaakte grote angst bij medewerkers en klanten. Volgens de rechtbank heeft het incident een aanzienlijke impact gehad op de betrokkenen.

Poging tot afpersing en belediging van agenten

Naast de geslaagde diefstal met geweld achtte de rechtbank ook een poging tot afpersing bewezen. Een caissière werd onder bedreiging van een mes gedwongen geld af te geven, maar die poging werd niet voltooid.

Verder maakte de verdachte zich in maart 2025 schuldig aan het meermalen beledigen van politieagenten tijdens een aanhouding in Houten. Daarbij gebruikte zij grove en beledigende taal tegen agenten die in functie waren.

Geen PIJ-maatregel ondanks zorgelijke problematiek

Uit rapportages van deskundigen blijkt dat de verdachte kampt met onder meer een autismespectrumstoornis, gedragsproblemen en moeite met impulscontrole. Hoewel deskundigen behandeling noodzakelijk achten, oordeelt de rechtbank dat de veiligheid van anderen niet in zodanige mate in het geding is dat een PIJ-maatregel gerechtvaardigd is.

De rechters benadrukken dat de PIJ-maatregel de zwaarste sanctie binnen het jeugdstrafrecht is en alleen mag worden toegepast wanneer dat strikt noodzakelijk is. Volgens de rechtbank is daarvan in deze zaak geen sprake.

Voorwaardelijk deel en strikte voorwaarden

De opgelegde jeugddetentie bestaat grotendeels uit de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht. Het voorwaardelijke deel van 42 dagen gaat gepaard met een proeftijd van twee jaar.

Aan de straf zijn diverse bijzondere voorwaarden gekoppeld, waaronder meldplicht, verplichte behandeling en begeleiding door de jeugdreclassering. Indien nodig kan alsnog een klinische opname volgen, maar alleen wanneer toezichthouders dat noodzakelijk achten.

Schadevergoeding aan supermarkt

De rechtbank legde de verdachte tevens een schadevergoedingsmaatregel van 1.367,92 euro op ten behoeve van Hoogvliet. Dit bedrag moet via de Staat worden betaald en staat los van de strafrechtelijke sanctie. ECLI_NL_RBDHA_2026_3055

Geef een reactie