ROTTERDAM, 16 januari 2026 – Een minderjarige verdachte is door de Rechtbank Rotterdam veroordeeld voor het medeplegen van een gewapende overval op een tankstation en voor openlijke geweldpleging in Hoek van Holland. De rechtbank legt een jeugddetentie op van 232 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast krijgt de verdachte een werkstraf van 50 uur.
Overval op tankstation
De overval vond plaats op 14 oktober 2024, kort voor sluitingstijd. De verdachte handelde samen met twee anderen. Met gezichtsbedekking, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een mes werd een 69-jarige medewerker gedwongen geld uit de kassa af te geven. In totaal werd 375 euro buitgemaakt. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij uitsluitend oog had voor eigen gewin en geen rekening hield met de impact op het slachtoffer.
Openlijke geweldpleging
Daarnaast was de verdachte betrokken bij een geweldsincident op 8 juli 2024. Op de openbare weg werd een slachtoffer vastgepakt en meerdere malen geslagen tegen onder meer hoofd en borstkas. Volgens de rechtbank heeft dit geleid tot een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.
Straf en voorwaarden
Bij het bepalen van de straf hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Het onvoorwaardelijke deel van de jeugddetentie is gelijk aan het reeds ondergane voorarrest. Als bijzondere voorwaarden gelden onder meer begeleiding door de jeugdreclassering, een behandeltraject bij een forensische polikliniek en een contactverbod met medeverdachten.
Schadevergoeding
De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij uit de overvalzaak toegewezen. De verdachte moet hoofdelijk 1.800 euro aan immateriële schade betalen, vermeerderd met wettelijke rente. Een tweede vordering, afkomstig uit de geweldzaak, is niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.