Kabinet: levensduur elektronica verlengen heeft prioriteit

Gebouw van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in Den Haag

DEN HAAG, 2 februari 2026 – Het kabinet ziet levensduurverlenging van consumentenelektronica als een essentieel onderdeel van de transitie naar een circulaire economie. Dat schrijft staatssecretaris Thierry Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) in een brief aan de Tweede Kamer. De brief bevat de kabinetsreactie op het rapport Levensduurverlenging loont, dat in opdracht van milieuorganisatie Natuur & Milieu is opgesteld door CE Delft Kabinetsreactie rapport ‘Levens….

Volgens het kabinet bieden recente en aankomende Europese regels voldoende aanknopingspunten om de levensduur van elektronische apparaten te verlengen. Extra nationale maatregelen acht het kabinet op dit moment niet nodig.

Europese regels centraal in beleid

In de brief benadrukt Aartsen dat beleid op Europees niveau het meest effectief is. Via de Ecodesign-verordening kunnen voor vrijwel alle fysieke producten eisen worden gesteld aan onder meer repareerbaarheid, herbruikbaarheid en beschikbaarheid van reserveonderdelen. Voor smartphones en tablets gelden sinds juni 2025 al strengere regels, waaronder verplichte software-updates en een repareerbaarheidsscore op het energielabel.

Daarnaast treedt in juli 2026 de Europese Reparatie-richtlijn in werking. Die verplicht fabrikanten om producten ook na afloop van de garantieperiode tegen redelijke kosten te repareren en consumenten beter te informeren over reparatiemogelijkheden.

Nuancering over Nederlandse garantie

Het kabinet plaatst kanttekeningen bij de constatering in het rapport dat Nederland slechts een garantieperiode van zes maanden zou kennen. Volgens Aartsen werkt Nederland met een zogeheten open norm: producten moeten zo lang meegaan als consumenten redelijkerwijs mogen verwachten. Dat betekent dat consumenten in de praktijk vaak langer recht hebben op kosteloos herstel of vervanging dan bij een vaste garantietermijn.

Reactie op zes voorgestelde maatregelen

Het rapport Levensduurverlenging loont doet zes aanbevelingen, waaronder een verplicht aandeel tweedehands of refurbished producten in de winkel en een maximumprijs voor reserveonderdelen. Het kabinet ziet in meerdere voorstellen interessante aanknopingspunten, maar wijst ook op juridische, praktische en economische bezwaren.

Zo is het verplicht stellen van een minimumaandeel tweedehands producten juridisch mogelijk, maar lastig handhaafbaar. Een verlaagd btw-tarief voor refurbished producten blijkt volgens het kabinet weinig doelmatig en is bovendien Europees beperkt. Over een mogelijke nationale reparatiebonus loopt nog onderzoek; de resultaten worden in het voorjaar van 2026 verwacht.

Geen nationale reparatie-index

Een aparte nationale reparatie-index komt er niet. Volgens het kabinet is zo’n maatregel niet uitvoerbaar naast de Europese repareerbaarheidsscore die al wordt ingevoerd. Een Europese aanpak zorgt bovendien voor een gelijk speelveld binnen de interne markt.

Vervolg en monitoring

Het kabinet blijft inzetten op ambitieuze Europese ontwerpeisen, uitbreiding van repareerbaarheid naar meer productgroepen en transparantie over prijzen van reserveonderdelen. De effecten van het bestaande beleid worden gemonitord. Mocht blijken dat de levensduur van elektronica onvoldoende toeneemt, dan kan alsnog worden bijgestuurd.

Volgens Aartsen is het te vroeg om aanvullende nationale maatregelen te nemen. “Het huidige maatregelenpakket biedt voldoende perspectief om consumentenelektronica langer in gebruik te houden en verspilling van waardevolle grondstoffen te voorkomen,” aldus de staatssecretaris

Geef een reactie