DEN HAAG – Nederland staat voor een sterke toename van het aantal mensen met dementie. Momenteel leven ongeveer 300.000 Nederlanders met de aandoening, maar in 2040 zullen dat er naar verwachting ruim 500.000 zijn. Tegelijkertijd verlaagt het kabinet het budget voor dementieonderzoek met 9 miljoen euro. Dat blijkt uit de voortgangsbrief over de Nationale Dementiestrategie die minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport maandag 12 oktober aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

Dementie behoort tot de grootste uitdagingen voor de Nederlandse gezondheidszorg. Volgens het ministerie krijgt één op de vijf Nederlanders gedurende het leven dementie. Bij vrouwen gaat het zelfs om één op de drie. Door de vergrijzing zal het aantal mensen dat met de ziekte te maken krijgt de komende decennia aanzienlijk toenemen.

De gevolgen beperken zich niet tot de patiënten zelf. Ook partners, kinderen, andere familieleden en mantelzorgers worden dagelijks geconfronteerd met de ingrijpende gevolgen van geheugenverlies, gedragsveranderingen en toenemende afhankelijkheid van zorg.

Negen miljoen euro minder voor onderzoek

Opvallend in de voortgangsbrief is de verlaging van het budget voor het Onderzoeksprogramma Dementie. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport stelde in 2021 ruim 140 miljoen euro beschikbaar voor een onderzoeksperiode van tien jaar.

Dat bedrag wordt in de periode van 2028 tot en met 2031 met 9 miljoen euro verlaagd. De vermindering is volgens het ministerie het gevolg van verschuivingen binnen de begroting, waarbij geld beschikbaar wordt gemaakt voor andere beleidsprioriteiten, waaronder weerbare zorg.

Na de korting bedraagt het totale programmabudget 131,6 miljoen euro. Daarvan is 98,4 miljoen euro toegewezen aan activiteiten in de periode 2021 tot en met 2026. Voor de periode 2027 tot en met 2030 resteert 33,2 miljoen euro binnen de weergegeven programmabegroting.

De vermindering betekent dat binnen het onderzoeksprogramma opnieuw keuzes moeten worden gemaakt over de verdeling van het beschikbare geld.

Onderzoek naar behandeling en genezing

Het Onderzoeksprogramma Dementie richt zich op verschillende onderdelen van de ziekte. Daarbij gaat het onder meer om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, het verminderen van risicofactoren, het verbeteren van diagnostiek en de ontwikkeling van nieuwe behandelingen.

Ook dementie op jonge leeftijd krijgt specifieke aandacht. Mensen die voor hun 65e dementie ontwikkelen, hebben vaak andere behoeften dan ouderen. Zij staan regelmatig nog midden in hun werkzame leven en hebben soms jonge kinderen.

De financiering van vijf multidisciplinaire onderzoeksconsortia is afgelopen zomer verlengd tot en met 2030. Daarnaast worden nieuwe onderzoeksprojecten ondersteund die zich richten op innovatieve therapieën en betere toepassing van wetenschappelijke kennis in de dagelijkse zorg.

Nederland neemt bovendien deel aan internationale onderzoeksprogramma's. Via het Europese samenwerkingsverband Brain Health werken inmiddels 64 organisaties uit 36 landen samen aan onderzoek naar hersenaandoeningen.

Steeds grotere druk op mantelzorgers

De sterke groei van het aantal mensen met dementie betekent ook dat de behoefte aan mantelzorg verder zal toenemen. Veel mensen met dementie blijven tegenwoordig langer zelfstandig wonen en zijn daarbij afhankelijk van hun partner, familieleden, buren en professionele zorgverleners.

Het kabinet wil daarom de samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties en welzijnsinstellingen verbeteren.

Binnen het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord wordt gewerkt aan een landelijke ketenaanpak voor dementie. Het doel is om ondersteuning eerder beschikbaar te maken en zwaardere zorg waar mogelijk te voorkomen of uit te stellen.

Vanaf 2027 tot en met 2029 moeten regio's deze aanpak verder ontwikkelen. Gemeenten krijgen hiervoor financiële middelen.

Ook wordt gewerkt aan betere ondersteuning voor mantelzorgers, zodat zij de vaak intensieve zorg langer kunnen volhouden.

Meer ontmoetingsplekken voor mensen met dementie

Volgens de minister zijn de afgelopen jaren ook verschillende resultaten geboekt bij het toegankelijker maken van ondersteuning.

Zo telt Nederland inmiddels 219 ontmoetingscentra voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Dat zijn er 53 meer dan begin 2020, een stijging van 32 procent.

Daarnaast zijn er bijna tachtig Odensehuizen. Dit zijn laagdrempelige ontmoetingsplaatsen waar mensen met beginnende dementie en hun naasten zonder formele indicatie terechtkunnen voor informatie, activiteiten en ondersteuning.

Alleen al in 2025 en 2026 kwamen er dertien nieuwe Odensehuizen bij.

Ook worden initiatieven ondersteund waarmee mensen met dementie kunnen blijven deelnemen aan het gewone maatschappelijke leven, bijvoorbeeld door sport, culturele activiteiten en vrijwilligerswerk.

Via Stichting DemenTalent hebben inmiddels meer dan duizend mensen met dementie vrijwilligerswerk verricht. Ongeveer 1.500 mensen namen deel aan activiteiten die gericht zijn op maatschappelijke participatie.

Meer dan 815.000 trainingen afgerond

Het landelijke programma Samen dementievriendelijk richt zich op het vergroten van kennis en begrip over dementie.

Sinds de start van het programma zijn inmiddels ruim 815.000 online trainingen afgerond. Alleen al tussen september 2025 en juni 2026 werden bijna 127.000 trainingen voltooid.

Daarnaast werden in die periode 839 groepstrainingen gegeven aan ongeveer 12.500 deelnemers.

Ook het onderwijs wordt betrokken. Van de 57 mbo-scholen in Nederland gebruiken inmiddels 52 scholen lesmateriaal van Samen dementievriendelijk.

Het ministerie wil hiermee bereiken dat mensen met dementie beter worden begrepen en ondersteund in winkels, verenigingen, buurten en andere openbare voorzieningen.

Financiering regionale dementiezorg blijft onzeker

Ondanks de behaalde resultaten blijven er problemen bestaan bij de organisatie en financiering van dementiezorg.

Regionale dementienetwerken spelen een belangrijke rol bij het verbinden van zorgverleners, gemeenten en ondersteuningsorganisaties. Toch is de financiering van deze netwerken niet overal structureel geregeld.

Gesprekken met zorgverzekeraars hebben volgens de minister nog geen concrete oplossing opgeleverd.

Ook voor Dementie Netwerk Nederland bestaat onzekerheid. De huidige subsidie vanuit het ministerie loopt eind 2027 af. Onderzoek naar andere financieringsmogelijkheden heeft vooralsnog geen duurzame oplossing opgeleverd.

Het kabinet onderzoekt daarom of de dementienetwerken nauwer kunnen aansluiten bij bestaande regionale samenwerkingsverbanden.

Voorlopig geen landelijke proef met nieuwe bloedtesten

Een ander belangrijk onderwerp in de voortgangsbrief is de ontwikkeling van minder belastende manieren om dementie vast te stellen.

De Tweede Kamer had gevraagd te onderzoeken of een landelijke proef mogelijk is met nieuwe diagnostische methoden, waarbij biologische kenmerken kunnen worden gebruikt om te bepalen welke patiënten aanvullend onderzoek nodig hebben.

Daarbij wordt onder meer gekeken naar biomarkeronderzoek als mogelijke stap voordat een PET-scan wordt uitgevoerd.

Na een literatuuronderzoek en overleg met medische deskundigen concludeert het ministerie dat een landelijke proef op dit moment te vroeg komt.

Volgens de betrokken deskundigen zijn verdere wetenschappelijke onderbouwing en zorgvuldige beoordeling noodzakelijk. De bestaande diagnostische werkwijze blijft daarom voorlopig gehandhaafd.

Speciale aandacht voor dementie op jonge leeftijd

In de vernieuwde Zorgstandaard Dementie is meer aandacht opgenomen voor mensen die op jonge leeftijd met de ziekte worden geconfronteerd.

Bij deze groep wordt de diagnose volgens het ministerie regelmatig pas laat gesteld. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor het werk, het gezinsleven en de financiële situatie.

Het Kenniscentrum Dementie op Jonge Leeftijd heeft daarom een specifieke opleiding ontwikkeld voor paramedische zorgprofessionals. Deze opleiding begint in november 2026.

Ook wordt in de vernieuwde zorgstandaard nadrukkelijker rekening gehouden met mensen met een migratieachtergrond en mensen met dementie die daarnaast een verstandelijke beperking hebben.

Grote uitdaging voor de komende jaren

Minister Sterk benadrukt dat de Nationale Dementiestrategie tot 2030 gericht blijft op betere zorg, ondersteuning en wetenschappelijk onderzoek.

Daarbij verschuift de aandacht steeds meer naar een samenleving waarin mensen met dementie zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven functioneren en kunnen deelnemen aan dagelijkse activiteiten.

De verwachting dat het aantal mensen met dementie binnen veertien jaar met ruim 200.000 zal toenemen, maakt duidelijk hoe groot de toekomstige opgave is.

Tegelijkertijd moet het onderzoeksprogramma met minder financiële middelen verder. Ook de structurele financiering van regionale dementienetwerken is nog niet opgelost.

De komende jaren zullen daarom niet alleen nieuwe medische ontwikkelingen belangrijk zijn, maar vooral ook de vraag of gemeenten, zorgorganisaties en mantelzorgers voldoende mogelijkheden krijgen om de sterk groeiende groep mensen met dementie passende ondersteuning te bieden.