BERGEN AAN ZEE – Het gerechtshof Amsterdam heeft maandag 12 oktober vier verdachten in de omvangrijke strafzaak Kanaga veroordeeld tot gevangenisstraffen van acht tot veertien jaar. De zaak draait om een mislukte ontvoering op 16 februari 2021 in Bergen aan Zee, waarbij een Colombiaanse man werd doodgeschoten. Drie verdachten kregen ieder veertien jaar gevangenisstraf en een vierde verdachte acht jaar. Een vijfde verdachte is vrijgesproken. De vier gevangenisstraffen bedragen samen vijftig jaar.
De uitspraken volgen op het hoger beroep tegen de vonnissen die de rechtbank Noord-Holland op 26 april 2023 uitsprak. Het hof bevestigt grotendeels de eerdere veroordelingen, maar komt bij één verdachte tot een aanzienlijk zwaardere straf. Deze man kreeg aanvankelijk twee jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid. Volgens het hof was zijn betrokkenheid zo groot dat hij als medepleger moet worden beschouwd.
Ripdeal van 150.000 euro vormde aanleiding
De gewelddadige gebeurtenissen begonnen vijf dagen voor de fatale schietpartij. Op 11 februari 2021 werd een van de latere verdachten in Zandvoort slachtoffer van een zogenoemde ripdeal.
Bij een voorgenomen cocaïnedeal zou een groep Colombianen 25 kilogram cocaïne leveren. Van die partij bleek echter 23 kilogram uit suiker te bestaan. Bovendien raakte de koper een bedrag van 150.000 euro en een kostbaar Rolex-horloge kwijt.
De gedupeerde man besloot volgens het gerechtshof wraak te nemen. Samen met anderen zette hij een operatie op om de betrokken Colombianen op te sporen, het geld terug te krijgen en het gestolen horloge te achterhalen.
Daarvoor werd een nieuwe ontmoeting georganiseerd, zogenaamd om opnieuw zaken te doen. In werkelijkheid was het plan om een van de Colombianen te ontvoeren en hem vervolgens op een andere locatie te verhoren en te 'breken'.
Schoten tijdens worsteling op parkeerplaats
Op dinsdag 16 februari 2021 arriveerden verschillende voertuigen in Bergen aan Zee. Rond 15.45 uur kwam het op het Van der Wijckplein tot een gewelddadige confrontatie.
Vier mannen probeerden het Colombiaanse slachtoffer in een gereedstaande Audi A6 te duwen. De man verzette zich hevig, waarna een worsteling ontstond. Tijdens deze confrontatie werd meerdere keren geschoten.
Het slachtoffer werd geraakt in zijn rug en rechterbovenbeen. Hij overleed korte tijd later aan zijn verwondingen. Zijn partner en zoon werden van dichtbij geconfronteerd met de gebeurtenissen.
Volgens het hof vond het geweld midden op de dag plaats, terwijl omwonenden en voorbijgangers aanwezig waren. De schietpartij bracht daarmee ook grote risico's voor onschuldige omstanders met zich mee.
Drie verdachten krijgen veertien jaar gevangenisstraf
Het gerechtshof acht bij drie verdachten bewezen dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan het medeplegen van doodslag en het medeplegen van een poging tot wederrechtelijke vrijheidsberoving met dodelijke afloop.
Een van de veroordeelden was de man die bij de oorspronkelijke drugsdeal was opgelicht. Volgens het hof speelde hij een leidende rol bij het organiseren van de wraakactie. Hij gaf instructies, regelde ontmoetingsplaatsen en stuurde betrokkenen aan. Zijn kantoor in Den Haag diende als uitvalsbasis.
Een tweede verdachte was niet persoonlijk aanwezig bij de schietpartij, maar had volgens de rechters een belangrijke rol bij de voorbereiding. Hij hielp bij het zoeken naar de Colombianen, het regelen van uitvoerders en het organiseren van de ontvoering.
De derde verdachte was wel aanwezig op het Van der Wijckplein. Het hof stelt vast dat hij betrokken was bij de poging het slachtoffer in een voertuig te duwen en zelf ook heeft geschoten. Deze man was vanuit Servië naar Nederland gekomen om aan de actie deel te nemen.
Alle drie krijgen veertien jaar gevangenisstraf.
Straf verhoogd van twee naar acht jaar
Een vierde verdachte kreeg in eerste aanleg twee jaar gevangenisstraf. De rechtbank beschouwde hem destijds als medeplichtige aan de mislukte ontvoering.
Het gerechtshof komt tot een ander oordeel. Uit camerabeelden, telefoongegevens en berichtenverkeer blijkt volgens de rechters dat deze verdachte een Citroën C5 regelde, betrokkenen vervoerde en voorafgaand aan de ontvoering verkennende rondes over het Van der Wijckplein reed.
Na de schietpartij hielp hij bovendien andere betrokkenen om weg te komen. Het hof beschouwt zijn bijdrage als wezenlijk voor de uitvoering van het gezamenlijke plan.
Daarom is sprake van medeplegen en niet uitsluitend van medeplichtigheid. De gevangenisstraf wordt verhoogd naar acht jaar.
Van betrokkenheid bij de doodslag zelf wordt deze verdachte wel vrijgesproken. Volgens het hof kan niet worden bewezen dat hij wist dat de uitvoerders vuurwapens zouden meenemen of dat hij bewust de aanmerkelijke kans op een dodelijke afloop heeft aanvaard.
Vijfde verdachte opnieuw vrijgesproken
Voor een vijfde verdachte eindigt de strafzaak opnieuw met vrijspraak.
Het Openbaar Ministerie stelde dat hij via een versleuteld ANOM-account betrokken was bij het regelen van een observant, ook wel spotter genoemd. Deze persoon moest de situatie in Bergen aan Zee in de gaten houden en informatie doorgeven.
Het hof acht aannemelijk dat de gebruiker van het account wist dat sprake was van een criminele actie. Dat betekent volgens de rechters echter niet automatisch dat hij wist dat een ontvoering werd voorbereid.
Omdat onvoldoende kan worden vastgesteld dat zijn hulp specifiek was gericht op de poging tot ontvoering, ontbreekt het noodzakelijke bewijs voor medeplegen of medeplichtigheid. De vrijspraak van de rechtbank blijft daarom in stand.
SkyECC-berichten belangrijk bewijsmateriaal
Een belangrijk onderdeel van het omvangrijke strafonderzoek bestaat uit onderschepte berichten via SkyECC, een versleutelde communicatiedienst die veelvuldig door criminelen werd gebruikt.
Uit deze berichten kon volgens het hof worden afgeleid hoe de verdachten hun plannen ontwikkelden, personen regelden en informatie uitwisselden.
In een van de hogerberoepszaken probeerde de verdediging het gebruik van deze berichten als bewijs tegen te houden. Daarbij werd onder meer aangevoerd dat onvoldoende duidelijk was hoe de gegevens waren verkregen en welke rol Nederlandse opsporingsdiensten daarbij hadden gespeeld.
De verdediging verwees hiervoor naar een omvangrijk Frans onderzoeksdocument. Het gerechtshof zag daarin echter onvoldoende aanleiding om de bestaande beoordeling van de rechtmatigheid van het SkyECC-bewijs te wijzigen.
Ook het beroep op schending van het recht op een eerlijk proces werd verworpen. De onderschepte communicatie mocht daarom als bewijsmateriaal worden gebruikt.
Alternatief scenario door rechters verworpen
In een andere zaak stelde de verdediging dat mogelijk iemand uit de Colombiaanse groep verantwoordelijk was voor de dodelijke schoten.
Het hof acht dit scenario onaannemelijk. Daarbij wordt verwezen naar camerabeelden, forensische bevindingen en onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut.
Uit dat onderzoek blijkt dat de dodelijke kogels afkomstig waren uit een vuurwapen van het kaliber 9 millimeter. De bevindingen wijzen erop dat de schutter zich op zeer korte afstand van het slachtoffer bevond.
Volgens het hof zijn de dodelijke schoten afkomstig uit de groep die de ontvoering probeerde uit te voeren.
Geen strafvermindering ondanks lange procedure
Opvallend is dat het gerechtshof bij de vier veroordeelden geen strafvermindering toepast, hoewel de behandeling in hoger beroep langer heeft geduurd dan de daarvoor geldende redelijke termijn.
Die termijn werd volgens het hof met ongeveer een jaar en vijf maanden overschreden. Het Openbaar Ministerie had daarom in meerdere zaken voorgesteld de gevangenisstraf te verlagen.
Het hof wijst dit af. De vier veroordeelden hebben zich volgens de uitspraken aan hun berechting onttrokken. Drie van hen zijn al ruim drieënhalf jaar voortvluchtig. Ook de vierde is nog voortvluchtig en staat internationaal gesignaleerd.
De rechters vinden dat onder deze omstandigheden de vertraging niet hoeft te leiden tot een lagere straf.
Hof spreekt van kille en berekenende wraakactie
Het gerechtshof benadrukt in de uitspraken de uitzonderlijke ernst van het geweld. Binnen enkele dagen werd een georganiseerde wraakactie voorbereid, waarbij meerdere personen, voertuigen en vuurwapens werden ingezet.
De communicatie tussen de betrokkenen wordt door het hof omschreven als zakelijk, kil en berekenend.
Volgens de rechters laat de zaak zien hoe conflicten binnen de georganiseerde drugshandel kunnen uitmonden in extreem geweld op openbare plaatsen, met ernstige gevolgen voor slachtoffers, nabestaanden en de veiligheid van omstanders.
Met de gevangenisstraffen wil het hof niet alleen vergelding bieden, maar ook de samenleving beschermen tegen nieuwe ernstige geweldsmisdrijven.
De uitspraken van 12 oktober 2026 vormen de beslissing van het gerechtshof in hoger beroep. Tegen de arresten kan nog beroep in cassatie bij de Hoge Raad worden ingesteld.




