DEN HAAG – Buitenlandse overheden proberen op steeds grotere schaal invloed uit te oefenen op de Nederlandse samenleving. Daarbij worden niet alleen politieke instellingen en overheidsorganisaties geraakt, maar ook gewone burgers, journalisten, wetenschappers en mensen die zich kritisch uitlaten over buitenlandse regimes. Het kabinet waarschuwt voor een aanhoudend ernstige dreiging, waarbij criminelen, hackers en zelfs jongeren worden ingezet om buitenlandse belangen te dienen.

Dat blijkt uit een Kamerbrief die de ministers van Justitie en Veiligheid, Buitenlandse Zaken en Werk en Participatie maandag 12 oktober naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Het kabinet spreekt van een zorgwekkende ontwikkeling waarbij buitenlandse inmenging steeds moeilijker te herkennen en te bestrijden is.

Buitenlandse regimes gebruiken criminelen en hackers

Volgens het kabinet maken buitenlandse overheden steeds vaker gebruik van tussenpersonen om hun activiteiten in Nederland uit te voeren. Het gaat onder meer om criminele organisaties, hackersgroepen, extremistische netwerken en personen die tegen betaling bereid zijn strafbare handelingen te verrichten.

Deze zogenoemde proxies maken het voor buitenlandse staten eenvoudiger om betrokkenheid bij spionage, intimidatie of sabotage te ontkennen. Bovendien vervagen hierdoor de grenzen tussen georganiseerde criminaliteit, extremisme en buitenlandse inmenging.

Ook digitale middelen spelen een steeds grotere rol. Buitenlandse actoren proberen via gehackte telefoons, computersystemen en sociale media informatie te verzamelen, mensen te intimideren of maatschappelijke en politieke discussies te beïnvloeden.

Dissidenten en journalisten lopen risico

Vooral mensen die afkomstig zijn uit landen met autoritaire regimes kunnen volgens het kabinet slachtoffer worden van buitenlandse inmenging. Zij kunnen onder druk worden gezet vanwege hun politieke opvattingen, maatschappelijke activiteiten of kritiek op hun land van herkomst.

Deze vorm van grensoverschrijdende onderdrukking wordt ook wel transnationale repressie genoemd. De gevolgen kunnen ingrijpend zijn voor de persoonlijke vrijheid en veiligheid van betrokkenen.

Naast dissidenten en migrantengemeenschappen kunnen ook journalisten, onderzoekers en politieke ambtsdragers doelwit worden. Het kabinet benadrukt dat iedereen in Nederland zijn eigen keuzes moet kunnen maken zonder druk of bedreiging door buitenlandse autoriteiten.

Speciaal meldpunt pas in 2028 beschikbaar

Een belangrijk onderdeel van de aanpak loopt aanzienlijke vertraging op. De geplande Vertrouwenslijn Buitenlandse Inmenging, waar slachtoffers terecht moeten kunnen voor ondersteuning en advies, kan naar verwachting pas medio 2028 van start gaan.

Hoewel de noodzakelijke digitale veiligheidsonderzoeken succesvol zijn afgerond, ontbreekt volgens het kabinet nog de vereiste wettelijke grondslag om de dienstverlening te starten.

Daarvoor moet eerst nieuwe wetgeving worden ingevoerd. Zelfs bij een voortvarende behandeling wordt medio 2028 als realistische startdatum genoemd.

Het kabinet onderzoekt daarom met spoed alternatieve mogelijkheden om slachtoffers eerder ondersteuning te kunnen bieden. Wanneer daarover duidelijkheid komt, is nog niet bekend.

Onderzoek naar rekrutering van jongeren

Een andere zorgwekkende ontwikkeling is de mogelijke inzet van jongeren door buitenlandse staten. Het kabinet onderzoekt in hoeverre jongeren via digitale kanalen worden benaderd en gerekruteerd om activiteiten voor buitenlandse opdrachtgevers uit te voeren.

Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de verwevenheid tussen buitenlandse inlichtingendiensten, criminele netwerken en extremistische of terroristische organisaties.

Deskundigen onderzoeken hoe online rekrutering plaatsvindt, welke omstandigheden jongeren kwetsbaar maken en welke partijen daarbij betrokken zijn.

Aanleiding is onder meer een motie van D66-Kamerlid Jan Paternotte, die heeft aangedrongen op een bewustwordingscampagne via sociale media.

Het kabinet wil eerst de resultaten van het onderzoek afwachten voordat wordt bepaald welke voorlichtingscampagnes en andere maatregelen het meest effectief zijn. De Tweede Kamer krijgt hierover voor de zomer van 2027 meer informatie.

Nieuwe organisatie tegen buitenlandse beïnvloeding

Ook de verspreiding van gemanipuleerde informatie krijgt extra aandacht. Het kabinet werkt aan de oprichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging structureel moet kunnen herkennen.

Deze aanpak staat internationaal bekend als Foreign Information Manipulation and Interference, afgekort FIMI.

De organisatie moet helpen bij het signaleren van heimelijke en gecoördineerde pogingen om het publieke debat in Nederland te beïnvloeden.

Voor de oprichting is een wettelijke grondslag nodig. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zal de Tweede Kamer voor het einde van 2026 informeren over de voortgang.

Strengere wetgeving tegen spionage

Sinds 2025 beschikt Nederland over uitgebreidere strafrechtelijke mogelijkheden om buitenlandse inmenging aan te pakken.

De Wet uitbreiding strafbaarheid spionageactiviteiten maakt het mogelijk om meer vormen van schadelijke activiteiten voor buitenlandse mogendheden op te sporen en te vervolgen.

Daaronder vallen onder meer economische spionage, sabotage, bepaalde vormen van transnationale repressie en strafbare heimelijke politieke beïnvloeding.

Het Openbaar Ministerie bepaalt of daadwerkelijk strafrechtelijk onderzoek wordt ingesteld en verdachten worden vervolgd.

Daarnaast kan Nederland diplomatieke maatregelen nemen, waaronder het aanspreken van buitenlandse regeringen en het ongewenst verklaren van diplomaten.

Geldstromen vanuit buitenland onder de loep

Het kabinet onderzoekt ook hoe buitenlandse staten financiële middelen gebruiken om invloed uit te oefenen op Nederlandse organisaties en gemeenschappen.

Daarbij wordt gekeken naar geldstromen die mogelijk bijdragen aan ondermijning van de democratische rechtsstaat of de verspreiding van extremistisch gedachtegoed.

Een eerder wetsvoorstel om de transparantie van maatschappelijke organisaties te vergroten, werd in maart 2026 door de Eerste Kamer verworpen.

Daarom onderzoekt het kabinet welke andere juridische mogelijkheden beschikbaar zijn om ongewenste buitenlandse financiering tegen te gaan.

Nederland voert hierover gesprekken met verschillende Europese landen, waaronder België en Frankrijk. De resultaten worden in het eerste kwartaal van 2027 verwacht.

Gemeenten krijgen ondersteuning

Ook gemeenten krijgen een belangrijkere rol bij het herkennen en tegengaan van buitenlandse inmenging.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan praktische handreikingen waarmee gemeenteambtenaren signalen van intimidatie, spionage en ongewenste beïnvloeding kunnen herkennen.

Daarnaast worden informatiebladen ontwikkeld over specifieke gemeenschappen en het beleid dat landen van herkomst richting hun diaspora voeren.

Een groep gemeenten die al actief werkt aan een eigen aanpak, wisselt ervaringen uit en denkt mee over verdere beleidsontwikkeling.

Het kabinet wil daarmee voorkomen dat signalen van buitenlandse inmenging onopgemerkt blijven bij lokale overheden en maatschappelijke organisaties.

Internationale samenwerking en sancties

Nederland werkt steeds intensiever samen met andere landen om buitenlandse inmenging te bestrijden.

Zo is Nederland aangesloten als geassocieerd lid bij een internationale werkgroep binnen het G7 Rapid Response Mechanism. Daar worden ervaringen en informatie uitgewisseld over buitenlandse beïnvloeding en grensoverschrijdende repressie.

Ook binnen de Europese Unie wordt samengewerkt aan gezamenlijke verklaringen en sancties.

In 2025 stelde de EU, met steun van Nederland, sancties in tegen criminele netwerken die door Iran werden ingezet.

Het kabinet wil dergelijke instrumenten blijven gebruiken om buitenlandse staten en hun tussenpersonen duidelijk te maken dat inmenging gevolgen kan hebben.

Nieuwe maatregelen in 2027

De komende maanden worden verschillende onderzoeken en beleidsmaatregelen verder uitgewerkt. In het eerste kwartaal van 2027 informeert het kabinet de Tweede Kamer over de toekomst van de aanpak en de uitkomsten van een recente beleidsevaluatie.

Daarnaast onderzoeken de AIVD, MIVD en NCTV of in 2027 een nieuw Dreigingsbeeld Statelijke Actoren kan worden opgesteld.

Volgens de ministers maken de verslechterde internationale veiligheidssituatie en veranderende geopolitieke verhoudingen een stevige aanpak noodzakelijk.

Op woensdag 14 oktober debatteert de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid over de buitenlandse inmenging en de maatregelen waarmee Nederland zijn inwoners, democratische instellingen en nationale veiligheid beter moet beschermen.