DEN HAAG – Defensie wil binnen vijf jaar meer dan de helft van haar operationele effecten bereiken met behulp van onbemande systemen, waaronder drones en andere door kunstmatige intelligentie (AI) ondersteunde wapensystemen. Daarmee moet de Nederlandse krijgsmacht veiliger, langer en met meer gevechtskracht kunnen optreden. Tegelijkertijd erkent het kabinet dat de inzet van steeds zelfstandiger opererende wapensystemen grote veiligheidsrisico's met zich meebrengt, vooral wanneer kunstmatige intelligentie zonder directe menselijke tussenkomst beslissingen kan nemen over aanvallen.
Dat schrijven minister Dilan Yeşilgöz-Zegerius en staatssecretaris Derk Boswijk van Defensie in een brief aan de Tweede Kamer van donderdag 15 oktober. De bewindslieden reageren daarmee op vragen over de veiligheid, juridische verantwoordelijkheden en ethische gevolgen van de inzet van onbemande militaire systemen.
Meer dan helft operationele effecten met onbemande systemen
De ambities van Defensie zijn aanzienlijk. Binnen vijf jaar moet meer dan de helft van de operationele effecten van de krijgsmacht worden bereikt met behulp van onbemande systemen. Het gaat daarbij niet alleen om vliegende drones, maar ook om onbemande voertuigen op land, vaartuigen op zee en systemen die onder water kunnen opereren.
Volgens het kabinet is deze ontwikkeling noodzakelijk om de risico's voor militairen te verminderen en de slagkracht van de krijgsmacht te vergroten.
De ambitie betekent volgens Defensie niet dat meer dan de helft van het militaire personeel vervangen moet worden. Juist de samenwerking tussen militairen, bemande voertuigen en onbemande systemen moet centraal staan.
Door kunstmatige intelligentie in te zetten, kunnen kleinere groepen militairen meer systemen bedienen en grotere gebieden controleren. Ook kunnen militaire operaties langer worden voortgezet wanneer er onvoldoende personeel beschikbaar is.
AI maakt drones steeds zelfstandiger
Kunstmatige intelligentie speelt een steeds grotere rol bij de ontwikkeling van militaire systemen. Zo kunnen drones zelfstandig navigeren, obstakels vermijden en onder bepaalde omstandigheden een doelwit blijven volgen wanneer de verbinding met de menselijke bestuurder wordt verstoord.
Dat laatste is volgens Defensie belangrijk, omdat moderne oorlogsvoering steeds vaker wordt gekenmerkt door elektronische verstoring van communicatieverbindingen.
Met behulp van AI kunnen onbemande systemen ook blijven functioneren wanneer een tegenstander probeert de verbinding tussen een drone en zijn bestuurder uit te schakelen.
Bovendien wordt het moeilijker om de locatie van de bestuurder te achterhalen wanneer een systeem geen voortdurende communicatieverbinding nodig heeft.
Defensie verwacht dat deze technologische ontwikkelingen het succes van militaire operaties kunnen vergroten en de inzet van schaarse middelen efficiënter maken.
Grote risico's bij autonome wapens
Tegenover deze voordelen staan volgens het kabinet belangrijke risico's. Vooral wapensystemen die zelfstandig doelwitten kunnen identificeren, selecteren en aanvallen, vragen om strenge controle.
Het grootste gevaar is dat een systeem zonder menselijke tussenkomst een ongewenste handeling uitvoert. Daarbij kunnen burgers of burgerobjecten worden getroffen.
Volgens Defensie hangen de risico's sterk af van de mogelijkheden van het systeem en de omstandigheden waarin het wordt ingezet.
Een drone die uitsluitend zelfstandig koerscorrecties uitvoert, brengt aanzienlijk minder risico's met zich mee dan een systeem dat op eigen initiatief doelwitten selecteert en aanvalt.
Ook de omgeving speelt een belangrijke rol. Het gebruik van autonome wapens in dichtbevolkte gebieden kan veel grotere gevolgen hebben dan de inzet boven open zee of in dunbevolkte gebieden.
Incident in Oekraïne vergroot zorgen
De discussie over autonome wapensystemen is volgens het kabinet de afgelopen weken urgenter geworden door berichten over een incident in de Oekraïense stad Zaporizja.
Volgens verschillende internationale media zou Rusland daar een volledig door kunstmatige intelligentie aangestuurd onbemand wapensysteem hebben ingezet, waarbij burgerslachtoffers zouden zijn gevallen.
De Kamerbrief beschrijft het incident als een aanleiding voor toenemende internationale bezorgdheid. De precieze omstandigheden en de mate waarin het wapensysteem zelfstandig handelde, worden in de brief niet nader vastgesteld.
Het incident heeft volgens Defensie de internationale roep om strengere regelgeving aanzienlijk versterkt.
Onder meer de Verenigde Naties en het Internationale Rode Kruis hebben aangedrongen op juridisch bindende afspraken over autonome wapensystemen.
Menselijke controle blijft noodzakelijk
Het kabinet benadrukt dat menselijke controle en menselijk oordeelsvermogen noodzakelijk blijven bij de inzet van AI-gestuurde militaire systemen.
Dat betekent volgens Defensie niet dat een militair iedere beweging van een drone rechtstreeks moet besturen.
Menselijke controle kan ook plaatsvinden tijdens de ontwikkeling, programmering en voorbereiding van een missie.
Zo kunnen vooraf geografische grenzen worden ingesteld waarbinnen een autonoom systeem mag opereren. Ook kunnen beperkingen worden opgelegd aan de tijdsduur van een missie en de omstandigheden waarin een systeem zelfstandig mag handelen.
De bedoeling is dat militairen vooraf kunnen beoordelen of de inzet van een wapensysteem rechtmatig en verantwoord is.
Nieuwe systemen moeten bovendien uitgebreid worden getest voordat zij daadwerkelijk tijdens militaire operaties worden ingezet.
Defensie hanteert daarbij uitgangspunten die zijn gebaseerd op de NAVO-principes voor verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie.
Juridische verantwoordelijkheid blijft bestaan
Een belangrijk uitgangspunt is dat het gebruik van kunstmatige intelligentie de juridische verantwoordelijkheid niet wegneemt.
Ook wanneer een autonoom wapensysteem zelfstandig een doelwit selecteert en aanvalt, blijven staten, betrokken partijen en individuele verantwoordelijken gebonden aan het internationaal recht.
Nieuwe wapensystemen moeten daarom vooraf juridisch worden beoordeeld. Daarbij wordt onder meer onderzocht of het gebruik voldoet aan de internationale regels voor oorlogsvoering.
Ook wijzigingen aan bestaande wapensystemen kunnen opnieuw beoordeeld moeten worden wanneer hun werking of gevolgen veranderen.
Volgens het kabinet mag kunstmatige intelligentie niet leiden tot situaties waarin onduidelijk wordt wie verantwoordelijk is voor het gebruik van geweld.
Nederland wil internationale afspraken
Het kabinet pleit voor nieuwe, juridisch bindende internationale regels voor autonome wapensystemen.
Daarbij wil Nederland een expliciet verbod op autonome wapensystemen die niet in overeenstemming met het internationaal recht kunnen worden ingezet.
Voor andere autonome wapens moeten de regels verder worden verduidelijkt.
Nederland geeft de voorkeur aan afspraken binnen het internationale Verdrag inzake bepaalde conventionele wapens. Binnen dat overleg zijn ook vrijwel alle grote militaire mogendheden vertegenwoordigd.
Begin september werd onder Nederlands voorzitterschap overeenstemming bereikt over bouwstenen voor toekomstige internationale afspraken.
Tijdens een internationale toetsingsconferentie in november 2026 wordt besloten hoe de onderhandelingen verdergaan.
Investeringen in Nederlandse drone-industrie
Naast internationale regelgeving wil Defensie de eigen technologische en industriële mogelijkheden versterken.
Volgens het kabinet is het voor de nationale veiligheid van strategisch belang dat Nederland zelf beschikt over kennis en productiecapaciteit voor drones, antidronesystemen en kunstmatige intelligentie.
Daarom investeert Defensie in de Nederlandse industrie en kennisinstellingen die zich met deze technologie bezighouden.
Met een eigen industriële basis moet Nederland minder afhankelijk worden van buitenlandse leveranciers en beter kunnen inspelen op toekomstige militaire dreigingen.
Nieuwe AI-strategie in 2027
Defensie werkt ondertussen aan specifiek beleid voor autonome wapensystemen. Daarin moeten de voorwaarden voor ontwikkeling, aanschaf en inzet verder worden vastgelegd.
Ook komt er een nieuwe Defensiestrategie Data en AI. Deze wordt in het eerste kwartaal van 2027 verwacht.
Daarin zal nadrukkelijk aandacht worden besteed aan het verantwoord gebruik van kunstmatige intelligentie binnen de krijgsmacht.
Volgens minister Yeşilgöz en staatssecretaris Boswijk is de technologische modernisering noodzakelijk om de huidige en toekomstige dreigingen het hoofd te bieden.
Het kabinet benadrukt tegelijkertijd dat de ontwikkeling van steeds zelfstandiger opererende militaire systemen zorgvuldig moet plaatsvinden en dat veiligheid, menselijke controle en naleving van het internationaal recht daarbij voorop moeten blijven staan.




