DEN HAAG – De Rijksoverheid en Facebook-moederbedrijf Meta hebben geen overeenstemming bereikt over de bescherming van persoonsgegevens op officiële Facebookpagina's van de overheid. Onderhandelingen over zeven grote privacyrisico's zijn zonder resultaat beëindigd. Meta weigert maatregelen te nemen die volgens de Nederlandse overheid noodzakelijk zijn om de privacy van burgers en overheidsmedewerkers voldoende te beschermen. Het kabinet heroverweegt daarom het gebruik van Facebook en andere sociale mediaplatforms.

Dat schrijft staatssecretaris Eric van der Burg van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties donderdag 15 oktober in een brief aan de Tweede Kamer. De onderhandelingen liepen van 2022 tot eind 2024, maar leverden volgens de staatssecretaris niet het gewenste resultaat op.

Zeven grote privacyrisico's vastgesteld

De problemen kwamen aan het licht nadat de overheid in 2022 een onafhankelijk onderzoek had laten uitvoeren naar het gebruik van Facebook Pages. Dit onderzoek, een zogenoemde Data Protection Impact Assessment (DPIA), moest duidelijk maken welke risico's de verwerking van persoonsgegevens op Facebookpagina's van de overheid met zich meebrengt.

Uit het onderzoek kwamen zeven grote risico's naar voren voor de bescherming van persoonsgegevens van burgers en medewerkers van de Rijksoverheid.

De overheid gebruikt Facebook om inwoners te bereiken met belangrijke informatie, waarschuwingen en andere officiële mededelingen. Daarbij kunnen persoonsgegevens worden verwerkt door Meta, het Amerikaanse technologiebedrijf achter Facebook, Instagram en WhatsApp.

Juist die verwerking van gegevens vormt volgens het privacyonderzoek een belangrijk probleem. De overheid wil kunnen communiceren met burgers zonder dat daarbij onaanvaardbare risico's ontstaan voor hun persoonlijke gegevens.

Meta weigert voorgestelde maatregelen

Om de risico's te beperken, voerde het ministerie van Binnenlandse Zaken tussen 2022 en eind 2024 gesprekken met Meta. Het doel was afspraken te maken waardoor de overheid Facebookpagina's zou kunnen blijven gebruiken, terwijl de privacyrechten van bezoekers voldoende beschermd worden.

Die gesprekken liepen uiteindelijk vast. Meta onderschrijft de conclusies van het Nederlandse privacyonderzoek niet en wees verschillende voorstellen van de overheid af.

Een van de voorstellen was dat de Rijksoverheid zou betalen voor een speciale dienstverlening van Facebook. Als voorwaarde stelde Nederland dat Meta de persoonsgegevens van bezoekers aan overheidspagina's niet langer voor eigen doeleinden zou gebruiken.

Ook dit voorstel werd door Meta afgewezen.

Doordat afspraken over maatregelen om de privacyrisico's te beperken uitbleven, besloot het ministerie de onderhandelingen eind 2024 af te breken.

Facebook blijft belangrijk voor overheidscommunicatie

Ondanks de mislukte onderhandelingen is het niet vanzelfsprekend dat de overheid onmiddellijk stopt met het gebruik van Facebook.

Volgens de staatssecretaris spelen verschillende belangen een rol. Facebook is voor bepaalde doelgroepen nog altijd een belangrijk communicatiemiddel. Ook zijn er communicatieopgaven waarvoor volgens het kabinet geen geschikt alternatief beschikbaar is.

Dat maakt een besluit over het gebruik van het platform ingewikkeld. De overheid moet enerzijds zorgen voor een goede bescherming van persoonsgegevens, maar anderzijds belangrijke informatie toegankelijk houden voor inwoners die voornamelijk via sociale media worden bereikt.

Vooral bij communicatie die grote groepen burgers moet bereiken, kan het wegvallen van een veelgebruikt platform gevolgen hebben voor de informatievoorziening.

Kabinet onderzoekt ook andere sociale media

Het kabinet beperkt de heroverweging niet tot Facebook. Volgens de staatssecretaris kan het gebruik van Facebookpagina's niet los worden gezien van de bredere inzet van sociale media door de Rijksoverheid.

Daarom is de Voorlichtingsraad gevraagd om het kabinet te adviseren over het gebruik van sociale mediaplatforms in het algemeen.

De Voorlichtingsraad is het belangrijkste ambtelijke overleg over de communicatie van de Rijksoverheid. In deze raad zitten de directeuren communicatie van de verschillende ministeries. De directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst is voorzitter.

De raad moet een integraal advies uitbrengen over de inzet van sociale media. Daarbij worden ook de eerder vastgestelde privacyrisico's van Facebook meegenomen.

Het onderzoek kan daarmee gevolgen hebben voor de manier waarop ministeries en andere onderdelen van de Rijksoverheid in de toekomst via sociale netwerken communiceren.

Privacy burgers blijft belangrijk vraagstuk

De mislukte onderhandelingen onderstrepen de moeilijke positie waarin overheden zich bevinden wanneer zij afhankelijk zijn van grote internationale technologiebedrijven.

Sociale media bieden mogelijkheden om snel en rechtstreeks met burgers te communiceren, maar de overheid heeft niet automatisch volledige zeggenschap over de manier waarop de platformbedrijven persoonsgegevens verwerken.

De Nederlandse overheid heeft eerder ook de Autoriteit Persoonsgegevens betrokken bij de discussie over het gebruik van Facebookpagina's. De Tweede Kamer is eerder geïnformeerd over het advies van deze toezichthouder.

De staatssecretaris benadrukt dat de vraagstukken rondom Facebook complex zijn en dat een zorgvuldige afweging noodzakelijk is.

Nog geen besluit over stoppen met Facebook

Voorlopig heeft het kabinet geen definitief besluit aangekondigd over het beëindigen van het