AMSTERDAM - De huizenprijzen in Nederland zijn in het derde kwartaal van 2026 opnieuw gestegen. Een bestaande koopwoning kostte gemiddeld 503.000 euro, een stijging van 1,8 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers van de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), die zijn geanalyseerd door Hypotheek.nl. Vooral buiten de Randstad werden woningen fors duurder. In de regio's Haarlem en Leiden daalden de prijzen juist.

De woningmarkt laat daarmee een verdeeld beeld zien. Terwijl in delen van Drenthe, Limburg en Groningen stevige prijsstijgingen worden geregistreerd, vlakt de prijsontwikkeling rond verschillende grote steden af. Tegelijkertijd neemt het aantal beschikbare koopwoningen toe, waardoor woningzoekenden iets meer mogelijkheden krijgen.

Ruim 41.700 woningen verkocht

Volgens de NVM werden in het derde kwartaal 41.732 bestaande woningen verkocht. De gemiddelde verkoopprijs bedroeg 503.000 euro. Eind september stonden bij NVM-makelaars 39.001 woningen te koop. Dat is 23,8 procent meer dan een jaar eerder.

De toename van het woningaanbod geeft kopers meer keuze. Daarmee ontstaat op sommige plaatsen ook meer ruimte om over de vraagprijs te onderhandelen. Toch blijft de woningmarkt krap en verschillen de omstandigheden sterk per regio.

Grootste prijsstijging in Drenthe

De sterkste prijsstijging werd gemeten in Zuidwest-Drenthe. Daar werden koopwoningen gemiddeld 8,3 procent duurder. De gemiddelde transactieprijs kwam uit op 466.700 euro.

Ook in Delfzijl en omgeving stegen de prijzen aanzienlijk. Met een stijging van 7,2 procent kwam de gemiddelde verkoopprijs daar uit op 364.800 euro. Noord-Limburg volgde met een prijsstijging van 6,7 procent en een gemiddelde transactieprijs van 453.000 euro.

In Midden-Brabant stegen de prijzen met 5,4 procent. Ook Noord-Drenthe (5,2 procent), Noord-Overijssel (5,1 procent), Zuidoost-Drenthe (4,9 procent) en Twente (4,9 procent) lieten bovengemiddelde stijgingen zien.

De cijfers maken duidelijk dat de huizenprijzen in verschillende regio's buiten de Randstad aanzienlijk sneller stijgen dan het landelijke gemiddelde.

Huizenprijzen dalen in Haarlem en Leiden

Niet overal werden woningen duurder. In vier regio's daalden de gemiddelde verkoopprijzen.

De grootste daling werd geregistreerd in de agglomeratie Haarlem. Daar gingen de prijzen met 2 procent omlaag. De gemiddelde verkoopprijs bedroeg desondanks nog altijd 634.500 euro.

In de agglomeratie Leiden en de Bollenstreek daalden de prijzen met 1,5 procent. Een woning kostte daar gemiddeld 571.000 euro.

Ook Zeeland liet prijsdalingen zien. In Zeeuws-Vlaanderen werden woningen gemiddeld 0,4 procent goedkoper. In de overige delen van Zeeland bedroeg de daling 1,2 procent.

Beperkte prijsstijging rond grote steden

Ook rondom Amsterdam en Utrecht bleef de prijsstijging relatief beperkt.

In Groot-Amsterdam stegen de prijzen met 0,6 procent ten opzichte van het derde kwartaal van 2025. De gemiddelde verkoopprijs kwam uit op 577.500 euro.

In de regio Utrecht bedroeg de stijging 1,4 procent, bij een gemiddelde verkoopprijs van 571.400 euro.

Rond Den Haag stegen de prijzen met 3,6 procent sterker dan in de andere genoemde Randstedelijke regio's. De gemiddelde transactieprijs bedroeg daar 516.700 euro.

Huizenprijzen stijgen vooral buiten de Randstad

Kopers hoeven minder vaak te overbieden

Volgens Wesley van den Ham, hypotheekexpert bij Hypotheek.nl, is een verandering zichtbaar in het biedgedrag van woningzoekenden.

Makelaars merken volgens hem dat de woningmarkt minder oververhit raakt. Waar kopers eerder vrijwel standaard boven de vraagprijs moesten bieden, komt het nu vaker voor dat een woning voor de vraagprijs of zelfs daaronder wordt verkocht.

Dat biedt vooral starters meer mogelijkheden. Zij hadden de afgelopen jaren vaak moeite om een woning te bemachtigen doordat andere kopers aanzienlijk meer boden.

Het betekent overigens niet dat overbieden verdwenen is. Bij bijna twee derde van de woningverkopen wordt volgens de NVM nog altijd meer betaald dan de vraagprijs. Een jaar eerder gebeurde dat bij ongeveer 71 procent van de transacties.

Energielabel steeds belangrijker

Niet alleen de locatie bepaalt hoeveel belangstelling er voor een woning bestaat. Ook de onderhoudsstaat en energiezuinigheid spelen een belangrijke rol.

Volgens Van den Ham blijven woningen met een gunstig energielabel bijzonder gewild. Huizen die nog flink moeten worden verbouwd of verduurzaamd, worden daarentegen vaker voor een lagere prijs verkocht.

Voor kopers die bereid zijn werkzaamheden uit te voeren, kan dat mogelijkheden bieden. Zij moeten wel rekening houden met de extra kosten van renovatie en verduurzaming.

Meer mogelijkheden voor starters

De afvlakkende prijsstijging en het groeiende aanbod zorgen ervoor dat starters iets meer ruimte krijgen op de koopwoningmarkt.

Volgens de NVM lukt het woningzoekenden weer vaker om een tweede bezichtiging te plannen. Ook ontstaat bij bepaalde woningen meer ruimte voor onderhandelingen.

Toch waarschuwt Van den Ham voor te veel optimisme. Vooral betaalbare starterswoningen blijven schaars. De vraag naar deze woningen is op veel plaatsen nog altijd groter dan het beschikbare aanbod.

De cijfers wijzen volgens de hypotheekexpert wel op een verandering. De extreme druk van één of twee jaar geleden lijkt geleidelijk af te nemen.

Voor woningzoekenden betekent dat niet automatisch dat een eigen huis betaalbaar wordt, maar de kansen op de koopwoningmarkt lijken voorzichtig te verbeteren.