AMSTERDAM – Burgemeester Femke Halsema van Amsterdam is dinsdag zwaar onder vuur komen te liggen tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer. Aanleiding is het optreden van de autoriteiten bij pro-Palestijnse demonstraties waarbij Hamasvlaggen werden getoond en steunbetuigingen aan de terroristische organisatie werden uitgesproken. Verschillende Kamerleden vinden dat de burgemeester onvoldoende heeft ingegrepen. Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid heeft toegezegd met Halsema in gesprek te gaan. Daarnaast wil hij haast maken met wetgeving die het openlijk steunen van terroristische organisaties strafbaar stelt. Ook werkt het kabinet aan een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties.
De kritiek richt zich vooral op de demonstratie van zondag 11 oktober en een eerdere bijeenkomst op woensdag 7 oktober op de Dam in Amsterdam. Tijdens beide protesten waren uitingen te zien waarmee steun werd betuigd aan Hamas.
De gebeurtenissen leidden tot verontwaardiging in de Tweede Kamer. Vooral BBB, PVV, JA21 en verschillende andere partijen vinden dat de autoriteiten eerder en harder hadden moeten optreden.
Minister Van Weel wil uitleg van Halsema
Minister Van Weel noemde de gebeurtenissen tijdens het vragenuur van dinsdag 13 oktober onacceptabel. Volgens hem zijn de steunbetuigingen aan Hamas ver over een grens gegaan.
Hij wil van burgemeester Halsema weten waarom demonstranten bij het Nationaal Monument op de Dam dergelijke uitingen konden doen zonder dat daar direct tegen werd opgetreden.
Ook wil de minister bespreken waarom bij de demonstraties gezichtsbedekkende kleding werd toegestaan en welke mogelijkheden de politie had om individuele deelnemers uit de groep te verwijderen.
Volgens Van Weel waren de gebeurtenissen bijzonder intimiderend voor Joodse inwoners van Amsterdam.
De minister wil bovendien landelijke afspraken maken met burgemeesters, zodat vergelijkbare demonstraties in verschillende gemeenten zoveel mogelijk op dezelfde manier worden aangepakt.
BBB wil Halsema als voorzitter veiligheidsregio weg
BBB-leider Caroline van der Plas ging tijdens het vragenuur verder dan alleen kritiek op het politieoptreden.
Zij vroeg de minister te onderzoeken of Halsema kan worden vervangen als voorzitter van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland.
Ook wilde Van der Plas weten of de burgemeester wegens ernstig plichtsverzuim kan worden geschorst.
Volgens het BBB-Kamerlid beschikt de overheid nu al over wettelijke mogelijkheden om op te treden tegen steunbetuigingen aan terroristische organisaties.
Van der Plas vindt dat onvoldoende gebruik wordt gemaakt van die bevoegdheden.
Minister Van Weel wees haar verzoek om schorsing af. Volgens hem is geen sprake van ernstig plichtsverzuim.
Daarnaast benadrukte hij dat Halsema ook zonder het voorzitterschap van de veiligheidsregio verantwoordelijk blijft voor de openbare orde in Amsterdam.
Van der Plas liet daarop weten dat Halsema wat haar betreft moet opstappen.
PVV wil vertrek van burgemeester
Ook PVV-leider Geert Wilders uitte felle kritiek op de gebeurtenissen in Amsterdam.
Volgens Wilders is het onaanvaardbaar dat demonstranten met Hamasvlaggen door Nederlandse steden kunnen trekken zonder dat onmiddellijk strafrechtelijk wordt opgetreden.
Hij riep de minister op om mensen die antisemitische leuzen verspreiden en steun betuigen aan terroristische organisaties te laten vervolgen.
Wilders stelde dat bestuurders die dergelijke gebeurtenissen laten voortduren niet op hun functie kunnen blijven zitten.
Daarbij richtte hij zijn kritiek zowel op minister Van Weel als op burgemeester Halsema.
De PVV-leider vindt dat beiden moeten opstappen wanneer zij onvoldoende optreden tegen dergelijke demonstraties.
Van Weel erkende de ernst van de situatie, maar benadrukte dat politie en Openbaar Ministerie moeten handelen binnen de bestaande wetgeving.
JA21 spreekt van falend optreden
JA21-Kamerlid Annabel Nanninga stelde eveneens kritische vragen over de gebeurtenissen.
Volgens haar laat de situatie in Amsterdam zien dat het lokale bestuur onvoldoende bereid is om grenzen te stellen aan demonstraties waarbij terroristische organisaties worden verheerlijkt.
Nanninga uitte daarnaast zorgen over een nieuwe Rode Lijn-demonstratie die voor 8 november in Amsterdam staat gepland.
Zij wilde van de minister de toezegging dat leden van het kabinet niet aan die demonstratie zullen deelnemen.
Volgens Nanninga bestaat het risico dat organisaties of personen met banden met Hamas opnieuw aanwezig zullen zijn.
Van Weel deed die toezegging niet. Hij benadrukte dat de AIVD wel verbanden heeft gesignaleerd tussen Hamasnetwerken en bepaalde demonstraties in Nederland, maar dat daarmee niet vaststaat dat de organisatie van de Rode Lijn-demonstratie aan Hamas is verbonden.
Dragen Hamasvlaggen moet strafbaar worden
Minister Van Weel wil dat het openlijk verheerlijken van terrorisme en het publiekelijk steunen van terroristische organisaties strafbaar wordt.
Het kabinet heeft daarvoor al een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.
Volgens de minister biedt de huidige wetgeving onvoldoende mogelijkheden om demonstranten aan te pakken die openlijk steun betuigen aan Hamas, maar daarbij net binnen de huidige strafrechtelijke grenzen blijven.
Het nieuwe wetsvoorstel moet daar verandering in brengen.
Daarmee zouden volgens Van Weel ook uitingen zoals het zwaaien met Hamasvlaggen, het dragen van Hamas-symbolen en spandoeken waarop steun aan de organisatie wordt uitgesproken strafbaar kunnen worden.
De minister drong er bij de Kamer op aan om het voorstel zo snel mogelijk te behandelen.
De voorgestelde strafbaarstelling richt zich op de inhoud en context van de steunbetuiging aan een terroristische organisatie. Het gaat dus niet om een algemeen verbod op willekeurige vlaggen.
De wet is nog niet van kracht. Eerst moeten de Tweede Kamer en Eerste Kamer het voorstel behandelen en aannemen.
Ook verbod op gezichtsbedekking bij demonstraties
Naast de aanpak van terrorismeverheerlijking werkt het kabinet aan een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties.
Het doel is te voorkomen dat deelnemers hun identiteit verbergen om herkenning door politie en justitie te bemoeilijken.
Volgens het kabinet kunnen gezichtsbedekkingen bovendien intimiderend werken en het handhaven van de openbare orde moeilijker maken.
De plannen voorzien in een aanpassing van de Wet openbare manifestaties.
Wie het voorgestelde verbod overtreedt, riskeert volgens het ontwerp maximaal twee maanden hechtenis of een geldboete van de tweede categorie.
Het voorstel bevat uitzonderingen voor situaties waarin gezichtsbedekking noodzakelijk is vanwege veiligheid of andere zwaarwegende persoonlijke omstandigheden.
Ook dit verbod moet nog definitief wettelijk worden geregeld.
Van Weel wil ondertussen met burgemeesters bespreken welke mogelijkheden zij nu al hebben om bij demonstraties voorwaarden te stellen aan gezichtsbedekking.
Organisatie neemt afstand van Hamas-uitingen
De organisatoren van de pro-Palestijnse demonstratie van zondag hebben afstand genomen van de Hamasvlaggen en steunbetuigingen.
Volgens de organisatie kwamen de betrokken personen van buitenaf naar de demonstratie.
Organisatoren zouden hen meerdere keren hebben gevraagd de betreffende spandoeken te verwijderen, maar daaraan werd geen gehoor gegeven.
De organisatie benadrukt dat het protest bedoeld was om aandacht te vragen voor de situatie van Palestijnen in Gaza.
Minister Van Weel maakte in de Tweede Kamer eveneens onderscheid tussen steun aan de Palestijnse bevolking en steun aan Hamas.
Volgens hem is demonstreren voor Palestijnse rechten toegestaan, maar moeten steunbetuigingen aan terroristische organisaties harder kunnen worden aangepakt.
Halsema beroept zich op wettelijke grenzen
Burgemeester Halsema heeft de steunbetuigingen aan Hamas tijdens de eerdere demonstratie van 7 oktober omschreven als schokkend en onsmakelijk.
Volgens de burgemeester en het Openbaar Ministerie waren de betreffende uitingen op zichzelf echter niet strafbaar.
De demonstratie werd die avond uiteindelijk wel ontbonden, nadat deelnemers aanwijzingen van de politie over de looproute niet opvolgden.
Een burgemeester mag een demonstratie niet uitsluitend verbieden vanwege de politieke boodschap. Ingrijpen moet passen binnen de wettelijke mogelijkheden om de openbare orde te beschermen en strafbare feiten tegen te gaan.
Juist over de toepassing van die bevoegdheden wil Van Weel nu met Halsema spreken.
Politieke discussie krijgt vervolg
De gebeurtenissen in Amsterdam zorgen opnieuw voor discussie over de grenzen van het demonstratierecht.
Waar verschillende partijen vinden dat de politie veel sneller moet ingrijpen, wijzen anderen op het belang van de vrijheid van meningsuiting en het grondwettelijke recht om te demonstreren.
Minister Van Weel wil op korte termijn duidelijkere afspraken met burgemeesters maken en de behandeling van het wetsvoorstel tegen terrorismeverheerlijking versnellen.
Ook de plannen voor een landelijk verbod op gezichtsbedekkende kleding blijven op tafel.
Het gesprek met Halsema moet duidelijk maken welke afwegingen tijdens de demonstraties zijn gemaakt en of de bestaande bevoegdheden in de toekomst anders kunnen worden toegepast.




