DEN HAAG – De toenemende druk op politie, Openbaar Ministerie en rechtbanken leidt mogelijk tot steeds meer strafvermindering voor veroordeelde criminelen. JA21 wil daarom van de minister van Justitie en Veiligheid weten hoe vaak rechters een lagere straf opleggen doordat strafzaken niet binnen een redelijke termijn worden afgehandeld. Tweede Kamerlid Ingrid Coenradie heeft hierover op 21 oktober 2026 schriftelijke Kamervragen ingediend. Vooral de gevolgen voor ernstige geweldsdelicten, zedenzaken en drugscriminaliteit baren de partij zorgen.
Aanleiding voor de vragen is een bericht in het Algemeen Dagblad waarin wordt beschreven dat de toenemende werkdruk binnen de strafrechtketen gevolgen heeft voor de strafmaat. Wanneer een strafzaak te lang duurt, kan een rechter besluiten een lagere straf op te leggen vanwege overschrijding van de redelijke termijn. JA21 vraagt zich af of veroordeelden daardoor niet te veel profiteren van problemen bij politie, justitie en rechtbanken.
JA21 wil exacte cijfers over strafvermindering
Coenradie vraagt de minister in hoeveel procent van alle strafzaken strafvermindering wordt toegepast vanwege de lange doorlooptijden. Zij wil hierover cijfers ontvangen over de afgelopen vijf jaar. Wanneer exacte gegevens ontbreken, moet de minister volgens haar met een onderbouwde schatting komen.
Daarnaast wil JA21 weten hoeveel strafvermindering veroordeelden gemiddeld krijgen. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar het aantal maanden of jaren waarmee een straf wordt verlaagd, maar ook naar het percentage van de straf die zonder termijnoverschrijding zou zijn opgelegd. De partij vraagt bovendien om onderscheid te maken tussen verschillende soorten straffen.
Ook ernstige criminelen kunnen profiteren
Een belangrijk punt van zorg is de mogelijke strafvermindering bij ernstige criminaliteit. Coenradie vraagt de minister hoeveel gevallen betrekking hebben op geweldsdelicten, zedendelicten, drugscriminaliteit en zogenoemde high impact crimes. Onder die laatste categorie vallen misdrijven die grote gevolgen hebben voor slachtoffers, zoals woningovervallen en straatroven.
In haar Kamervragen verwijst Coenradie naar voorbeelden uit de berichtgeving waarin aanzienlijke strafverminderingen zouden zijn toegepast. Daarbij wordt onder meer een zaak rond een drugsdealer uit Helmond genoemd. JA21 wil weten of de minister dergelijke verminderingen nog als beperkt beschouwt en hoe deze zich verhouden tot de ernst van de gepleegde strafbare feiten.
Steeds complexere strafzaken veroorzaken vertraging
Volgens de aangehaalde berichtgeving vormt de toenemende complexiteit van strafzaken een belangrijke verklaring voor de lange doorlooptijden. Coenradie wil precies weten welke factoren daarvoor verantwoordelijk zijn. Zij vraagt de minister onder meer of kan worden aangetoond dat ingewikkeldere onderzoeken en strafprocessen daadwerkelijk leiden tot langere wachttijden.
De problemen raken verschillende onderdelen van de strafrechtketen. Politieonderzoeken, vervolgingsbeslissingen van het Openbaar Ministerie en de behandeling van strafzaken door rechtbanken moeten op elkaar aansluiten. Wanneer ergens in dat proces vertraging ontstaat, kan dit gevolgen hebben voor de totale duur van een strafzaak.
Meer zaken door één rechter laten behandelen
JA21 wil ook weten of de beschikbare capaciteit binnen de rechtspraak efficiënter kan worden ingezet. Een van de mogelijkheden die Coenradie aan de minister voorlegt, is het vaker behandelen van strafzaken door een enkelvoudige strafkamer. Daarbij buigt één rechter zich over de zaak, terwijl bij een meervoudige strafkamer drie rechters betrokken zijn.
Volgens de partij moet worden onderzocht of deze werkwijze kan helpen om achterstanden terug te dringen. Coenradie vraagt welke concrete maatregelen daarvoor mogelijk zijn en binnen welke termijn deze zouden kunnen worden ingevoerd.
Digitale strafzittingen als mogelijke oplossing
Een andere mogelijkheid is het vaker inzetten van digitale of online strafzittingen. Daarmee zou de beschikbare zittingscapaciteit mogelijk efficiënter kunnen worden benut. JA21 benadrukt daarbij dat de rechten van verdachten en slachtoffers gewaarborgd moeten blijven.
Coenradie vraagt verder welke andere maatregelen de minister noodzakelijk acht om strafzaken sneller af te handelen. Daarbij wil zij weten welke verbeteringen momenteel al worden uitgevoerd en welke aanvullende stappen nodig zijn om de achterstanden structureel terug te dringen.
Voorkomen dat daders profiteren van lange wachttijden
Volgens JA21 is het bijzonder onwenselijk wanneer daders van ernstige criminaliteit strafvermindering krijgen doordat de strafrechtketen onvoldoende in staat is hun zaken tijdig af te handelen. De partij wil daarom dat de minister met de betrokken organisaties afspraken maakt om overschrijdingen van de redelijke termijn bij ernstige strafzaken zo veel mogelijk te voorkomen.
Coenradie vraagt of dergelijke zaken met voorrang kunnen worden behandeld en welke concrete afspraken daarvoor gemaakt kunnen worden. Ook wil zij weten op welke termijn resultaten mogen worden verwacht.
De minister heeft de schriftelijke vragen nog niet beantwoord. Daardoor is vooralsnog onduidelijk hoe vaak strafvermindering wegens lange doorlooptijden voorkomt, hoe groot die verminderingen gemiddeld zijn en in welke mate veroordeelden van ernstige delicten hiervan profiteren.



