DEN HAAG – De rechtbank in Den Haag heeft dinsdag 20 oktober een moeder veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor doodslag op haar tien maanden oude zoontje. De vrouw bracht het kind in april 2023 ernstig hersenletsel toe door fors geweld te gebruiken. Het jongetje overleed op 9 mei 2023 in een ziekenhuis in Leiden. Het Openbaar Ministerie had negen jaar gevangenisstraf geëist.
Op 14 april 2023 schakelden de moeder en haar echtgenoot de hulpdiensten in nadat hun zoontje buiten bewustzijn was geraakt. Volgens de ouders was het kind van ongeveer een halve meter hoogte gevallen. Het jongetje zou daarna hard hebben geschreeuwd, slap zijn geworden en blauwe lippen hebben gekregen.
De vader begon op aanwijzing van de meldkamer met reanimeren. Hulpverleners namen de reanimatie over, waarna de baby weer een hartslag kreeg. In het ziekenhuis bleek dat het kind ernstig hersenletsel had opgelopen.
Omdat de neurologische vooruitzichten zeer slecht waren, werd de medische behandeling uiteindelijk gestaakt. Het jongetje overleed op 9 mei 2023.
Verklaring over val ongeloofwaardig
Tijdens de strafzaak hield de moeder vol dat haar zoontje zelfstandig was gevallen terwijl hij zich aan de bank optrok. Ook wees zij op eerdere valincidenten en aangeboren medische aandoeningen.
Volgens deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut kunnen de aangetroffen verwondingen echter niet door een dergelijke val zijn ontstaan.
Bij het kind werden onder meer bloedingen onder het harde hersenvlies, uitgebreide netvliesbloedingen en ernstige hersenschade door zuurstoftekort vastgesteld.
Ook een Duitse deskundige, die op verzoek van de verdediging onderzoek deed, concludeerde dat een val vanuit staande positie het letsel niet kon verklaren.
Volgens de rechtbank moet sprake zijn geweest van zeer krachtig geweld, zoals hevig schudden, krachtig slaan of het met kracht gooien van het kind.
Moeder was als enige bij baby aanwezig
Uit de verklaringen van beide ouders blijkt dat de moeder als enige bij haar zoontje aanwezig was toen hij de eerste verschijnselen van ernstig hersenletsel vertoonde.
De deskundigen stelden vast dat deze verschijnselen vrijwel onmiddellijk na het ontstaan van het letsel moeten zijn opgetreden. Daarom concludeert de rechtbank dat alleen de moeder verantwoordelijk kan zijn geweest voor het geweld.
De verdediging had vrijspraak gevraagd en wees op andere mogelijke oorzaken en scenario's. De rechtbank achtte die verklaringen niet aannemelijk.
Hoewel niet kon worden vastgesteld welke geweldshandelingen de moeder precies uitvoerde, staat volgens de rechters vast dat zij zeer fors geweld heeft gebruikt.
Rechtbank spreekt van voorwaardelijk opzet
De rechtbank acht niet bewezen dat de moeder daadwerkelijk de bedoeling had haar zoontje te doden. Wel heeft zij volgens de rechters bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat haar handelen tot de dood van de baby zou leiden.
De rechtbank wijst erop dat algemeen bekend is hoe kwetsbaar een baby van nog geen jaar oud is. Het toepassen van ernstig geweld op het hoofd van een jong kind brengt een groot risico op dodelijk letsel met zich mee.
Daarmee is volgens de rechtbank sprake van doodslag.
Negen jaar geëist, zeven jaar opgelegd
Het Openbaar Ministerie had negen jaar gevangenisstraf geëist. De verdediging verzocht bij een eventuele veroordeling om een straf waarvan het onvoorwaardelijke gedeelte gelijk zou zijn aan het reeds ondergane voorarrest.
Bij het bepalen van de straf woog de rechtbank mee dat de moeder niet eerder was veroordeeld. Ook hielden de rechters rekening met haar persoonlijke omstandigheden en de lange periode die zij al in voorlopige hechtenis verblijft.
Tegelijkertijd rekent de rechtbank het de vrouw zwaar aan dat zij geen openheid van zaken heeft gegeven. Daardoor weten de nabestaanden nog altijd niet precies wat er met het jongetje is gebeurd.
De rechtbank legde uiteindelijk zeven jaar gevangenisstraf op, met aftrek van het voorarrest. Het verzoek om de voorlopige hechtenis op te heffen of te schorsen werd afgewezen.




